De zesde Stone is een bankier

Ex-bankier Ulrich Schröder in zijn Stones Fan Museum in Lüchow: gepassioneerde fan of gek met te veel geld?

Vandaag is het 50 jaar geleden dat de Rolling Stones voor het eerst optraden. Wat bezielt een gepensioneerde bankier om in Nedersaksen een museum over de Stones te bouwen? Welkom in Lüchow, the middle of nowhere.

Thomas Peeters

Lüchow, Nedersaksen

 

‘Het Stones Fan Mu­seum?’, herhaalt de hotelreceptioniste mijn vraag, zonder een krimp te geven. ‘U wandelt gewoon de straat uit, recht het centrum van Lüchow in. U kunt niet missen.’

Wat het Beatles-museum voor de Noord-Duitse havenstad Hamburg is, is het Stones Fan Museum voor Lüchow, een stadje van 10.000 inwoners in de Duitse deelstaat Nedersaksen. Het eerste privémuseum gewijd aan de grootste rock-’n-rollband ooit opende in mei, mooi op tijd voor de viering van een halve eeuw Rolling Stones vandaag. De opening was wereldnieuws in Duitsland. Initiatiefnemer is de ex-bankier Ulrich Schröder (‘Ulli’ voor de locals), een Rolling Stones-fan met een bovengemiddelde behoefte om zijn uit de hand gelopen hobby - werkelijk álles van de Rolling Stones hamsteren - met de wereld te delen. In the middle of nowhere.

Op de façade van de oude supermarkt die Ulrich Schröder enkele jaren geleden voor 200.000 euro kocht om zijn verzameling in onder te brengen, wijst niets erop dat dit het museum is waarvoor ik ruim zes uur in de auto zat. Geen afbeelding van de Stones. Geen tekst. Enkel een grote afbeelding van Schröder zelf. Het management van de Rolling Stones moet nog beslissen wat wel en niet mag, zal Schröder ons aan het einde van de rondleiding vertellen.

Snookertafel

De binnenkant verbaast. In één langwerpig vertrek hunkeren makkelijk duizend Rolling Stones-voorwerpen om aandacht: foto’s, gouden platen, T-shirts, een gesigneerde snookertafel die met de groep mee op tournee is gegaan, twee flipperkasten, een door Chuck Berry gehandtekende gitaar, schilderijen en etsen van gitarist Ron Wood. Hoewel de belichting niet overal even strak is, staat de expositie choreografisch op punt. Waar je ook staat, vanuit alle hoeken valt er iets te zien. Zithoekjes creëren een huiskamer­gevoel, alsof je bij Mick Jagger of Keith Richards op de koffie bent.

Mijn Stones-favoriet ‘Gimme Shelter’ schalt uit de boxen. Nadat Ulrich Schröder - in herkenbare kleurrijke outfit - een Duitse televisieploeg heeft buitengelaten, komt hij erbij zitten. De 62-jarige oud-bankier bij de Nord-Deutsche Landesbank vertelt over de eerste keer dat hij de Rolling Stones op de radio hoorde. In 1962 of ’63, denkt hij. ‘Het was de tijd van de piratenzenders, op de legale radiostations hoorde je hun soort muziek niet. In 1965 zag ik ze voor het eerst live, in Hamburg. Na dat concert ben ik aan mijn verzameling begonnen. Mijn ouders vonden de Stones maar niks. Bush music, zei mijn vader. For crazy guys. Maar hij en mijn moeder waren tolerant. Ze wisten dat ik thuis zou vertrekken als ze me niet lieten begaan. Ik reisde naar elk concert van de groep in Europa. De teller staat op 159.’

Ferrari

In 1967 ging Schröder als bankier aan de slag, in Lüchow. Vastgoed en grote vermogens waren zijn specialiteit. Op de bank was hij ‘die rare met zijn lang haar’. Tussen de vele Stones-fans in Lüchow zaten heel wat werklozen. Voor hen was hij ‘die rare bankier’. ‘Schrijf maar op dat ik een dubbel­leven leidde. (lachje) Maar rang of stand speelde geen rol. Wij kwamen samen rond de muziek. Lüchow had in die tijd twee disco­theken. De Beatles-fans uit de streek hadden hun discotheek, wij de onze. Ach, The Beatles. Ik haat ze niet, maar het scheelt niet veel. (fijntjes) Je weet toch dat het Beatles-­museum in Hamburg bijna failliet is?’

Dertig jaar lang combineerde Schröder zijn baan als bankier met zijn verzamel­woede en liefde voor Jagger en co. ‘Mijn hele inkomen ging naar de Stones.’ De behoefte om de groep te ontmoeten, had hij niet. Door een samenloop van omstandigheden gebeurde het toch. In 1997 bracht zijn tweede grote passie, Ferrari’s, Ulli tot bij Stones-gitarist Ron Wood. Als bescheiden Ferrari-verzamelaar kende hij wat volk op het hoofdkwartier van Ferrari in Modena. Zo kwam hij in contact met de Pink Floyd-drummer Nick Mason, ook een verzamelaar van de Italiaanse luxeauto. En die gaf hem het nummer van Ron Woods manager.

‘Ik belde hem op, en kort nadien kreeg ik een uitnodiging voor het feestje voor Rons vijftigste verjaardag in Dublin. Ron is behalve muzikant ook schilder. In mijn verzameling zaten uiteraard ook schilderijen van hem. Ron wist dat, en vroeg me of ik zijn galerist wilde worden in Duitsland. Maar dan vond hij wel dat ik moest kiezen. Hij vroeg: ‘Wil je voor de rest van je leven bankier blijven? Of wil je een leven vol seks, drugs en rock-’n-roll?’’ Het werd dat laatste. ‘Zonder drugs’, haast hij zich. ‘Ik drink zelfs niet.’

Schröder stopte datzelfde jaar bij de bank. Sindsdien verdient hij de kost met zijn uit de hand gelopen hobby. Het museum doet hij niet voor het geld, zegt hij. ‘Ik wil de mensen hier iets teruggeven.’ Toeristen, bijvoorbeeld. Deze regio in Nedersaksen trekt zo’n 300.000 toeristen per jaar, veelal natuurliefhebbers en wandelaars die Lüchow hoogst zelden op hun route hebben liggen. Daarom kreeg Schröder van het stads­bestuur 100.000 euro voor zijn museum.

In ruil moet hij tien jaar in Lüchow blijven. Citymanager Hubert Schwedland ziet de kleurrijke Schröder, die de rest van het budget bijeenschraapte door zijn Ferrari Testarossa 86 te verkopen, als een ambassadeur voor Lüchow. ‘Ulli was een goede bankier. Hij kent de Stones persoonlijk. Zijn museum kan Lüchow beroemd maken.’

Clown

Maar steeds meer inwoners van het kleine stadje keren zich tegen de man die ooit met de grootste zorg en precisie hun geld beheerde. Zo ervaart Christiane Meyer het. De journaliste bij de regionale krant Elbe Jeetzel Zeitung kent Schröder al jaren. Hij heeft haar vandaag gebeld om te zeggen dat een journalist van De Tijd - ‘das flämischsprachige Gegenstück zur Financial Times Deut­schland’ - in Lüchow is voor een artikel over hem en zijn museum.

Ze vraagt me wat ik ervan vind. ‘Leuk museum, vreemde man’, antwoord ik. Meyer knikt. ‘Mensen denken dat hij gek is. Ze vinden hem een aandachtstrekker, met zijn Stones-uniformen en clowneske media­optredens. Het gaat altijd over hem, en niet over de Stones. Tja, je hebt het zelf kunnen zien: niet Mick Jagger, Keith Richards of Ronnie Wood, maar zijn eigen kop pronkt op de gevel van dit museum. ‘En dat met onze centen!’, hoor ik veel mensen zeggen. Als je het mij vraagt: je móét een beetje gek zijn om zo’n museum te realiseren. Maar ik geloof wel dat het een toeristische attractie kan worden, al verwacht ik niet dat straks de grote massa toestroomt in Lüchow.’

You can’t always get what you want. Een Amerikaanse verzamelaar bood ooit 1 miljoen dollar voor Schröders verzameling, inclusief de schilderijen van Ronnie Wood. De gepensioneerde bankier weigerde. ‘Mijn verzameling is voorbehouden aan de fans en de mensen van Lüchow. 1 miljoen dollar weegt niet op tegen 50 jaar van mijn leven.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud