Documenta: kunst kijken, of erover praten

Joseph Beuys op Documenta V in 1972, de editie van de performancekunst. Van grote namen en grote stromingen is geen spoor meer op de kunsthappening, betreuren kenners.

Waarom zou u deze zomer naar Documenta trekken? De ooit gezaghebbende vijfjaarlijkse kunsttentoonstelling verzandde de voorbije edities in intellectualisme, en vergat soms de kunst zelf. Een reconstructie én voorbeschouwing.

Adolf Hitler heeft veel vergald voor de mensheid, maar één ding moet je hem nageven: zonder hem had Documenta nooit bestaan. De nazi's hadden een bloedhekel aan moderne kunst. Ontaard. Lees: on-Duits. Alle moderne kunststromingen - van dadaïsme tot expressionisme of het surrealisme - waren in hun ogen onverenigbaar met het schoonheidsideaal van het nationaalsocialisme. De expressionist Egon Schiele was maar een van de vele topkunstenaars die werden doodgezwegen. Kunstenaarsateliers werden kort en klein geslagen in de jaren dertig en veertig, honderden kunstwerken werden in beslag genomen.

Het is een grote schandvlek in de moderne kunstgeschiedenis. De Duitsers begrepen dat ze na de oorlog een en ander recht te zetten hadden. Schilder Arnold Bode - zelf een 'ontaarde kunstenaar' tijdens het naziregime - maakte meteen na de oorlog plannen om een wereldtentoonstelling voor moderne kunst te organiseren in het verwoeste Kassel, tussen Frankfurt en Hannover. De eerste editie van Documenta kwam er pas in 1955. De focus lag op Entartete Kunst.

Pas vanaf de tweede editie, in 1959, verschoof het zwaartepunt naar het tonen van nieuwe stromingen in de hedendaagse kunst. Precies die focus maakt van Documenta de moeder van alle kunsttentoonstellingen. 'Wie naar Kassel ging, mocht van één ding zeker zijn: dat hij honderd procent méé was met de toonaangevende kunststromingen en artiesten van dat moment', zegt de kunstfilosoof Willem Elias, die sinds 1982 geen enkele editie van het vijfjaarlijkse evenement miste. 'Zowat alle kunstenaars die je op dat moment gezien moest hebben, kreeg je er in primeur op je bord. Documenta was een soort objectieve waarheid.'

Belangrijke kunstenaars pakten in Kassel uit met hun monumentaalste werken. In de jaren zestig duwde Documenta de conceptuele kunst het wereldtoneel op. Joseph Beuys vergaarde bij zijn eerste twee passages wereldroem. De langwerpige luchtballon van Christo & Jeanne domineerde de editie van 1968, en markeerde de carrière van het kunstenaarskoppel.

Curator Harald Szeemann introduceerde in 1972 de performancekunst in Kassel. En hopla: een nieuwe stroming werd naar een hoger echelon gebracht. Hetzelfde met videokunst: aanvankelijk wat schoorvoetend onthaald in de jaren tachtig, tot een gigantische videowall van onze landgenote Marie-Jo Lafontaine de kunststijl in 1987 mocht brandmerken op Documenta VIII.

RELATIEVE NOBODY

Jan Hoet mocht de expo van 1992 samenstellen. Hij programmeerde LucTuymans, op dat moment een relatieve nobody zonder netwerk in de kunstwereld. Over het belang van Documenta voor zijn carrière zegt Tuymans: 'Ik had vóór die Documenta al een zekere bekendheid in Duitsland en Centraal-Europa. Maar in de Verenigde Staten was ik een nobele onbekende. Documenta heeft me tot in de VS gebracht. En: eens je tot daar geraakt als kunstenaar en de kaarten blijken gunstig te liggen, dan sta je op de springplank naar andere markten. Dat is gebeurd. Zonder Documenta was ik er wellicht ook wel geraakt, maar dan had het allemaal wat langer geduurd.'

Wat herinnert Hoet zich van 'zijn' Documenta? 'De Golfoorlog had de kunstwereld in diep wantrouwen gedompeld. Kunstenaars waren hun geloof kwijt. De kunstmarkt zat in een zware crisis. Met mijn Documenta heb ik het geloof in eigen kunnen teruggebracht in de kunstwereld. En ik heb een aantal kunstenaars getoond die later hun weg naar het grote publiek vonden. Behalve Luc Tuymans mensen als Matthew Barney, Louise Bourgeois en Raoul De Keyser. Het klinkt wellicht pretentieus, maar mijn Documenta was de sterkste van de jongste vier edities. Vraag het maar na bij professionals.'

Of Hoet gelijk heeft? Feit is dat bij de meeste professionals een consensus bestaat dat zijn uitgave de laatste was waar het visuele belangrijker was dan het conceptuele denken over kunst. Lees: waar kunstwerken de bovenhand kregen op ... nadenken over kunst. Willem Elias: 'Die verschuiving, na Hoets passage, naar meer intellectualistische edities is flagrant. Opeens was het gedaan met de grote thema's. Curatoren dachten niet meer: 'Wat is vandaag belangrijk?' Maar wel: 'Wat vind ík belangrijk?' Dat leidde tot brave, voorspelbare en een beetje cerebrale tentoonstellingen.'

HERMETISCH

'Ik noem dat de curatorenziekte', zegt Marc Ruyters, de hoofdredacteur van het kunstmagazine H ART. 'De huidige generatie curatoren gebruikt happenings als Documenta voor haar eigen netwerk van filosofen en intellectuelen. Er is minder oog voor het brede publiek dan voor het eigen netwerk, waardoor het allemaal steeds cerebraler en hermetischer wordt. Dat is jammer. Men verliest de algemene aantrekkingskracht van beeldende kunst uit het oog. De grote verdienste van mensen als Jan Hoet en Rudi Fuchs (curator van Documenta VII, red.) was net dat ze hedendaagse kunst lieten uitbreken naar een breder publiek.'

Er is nog iets anders. De grote stromingen in de kunst zijn verdwenen. Een gevolg van de stijgende individualisering, meent Ruyters. 'Kunstenaars, curatoren, verzamelaars: men komt alleen maar op voor zichzelf. Dat merk je ook in andere kunstvormen. Waar zijn de grote verhalen in de popmuziek, de film of de literatuur?'

Kunstfilosoof Willem Elias gaat nog een stap verder. 'In feite is Documenta een spiegel van onze maatschappij. Er bestaan gewoon geen grote ideologieën meer. Kijk naar de crisis waarin de sociaaldemocratie zich in veel Europese landen bevindt. Of het liberalisme, waarvan nu overal geroepen wordt dat het een duidelijk verhaal mist. Tja. Zie jij nog een verschil tussen een socialist en een liberaal? Ik hoorde de kleine De Croo (Open VLD-voorzitter Alexander De Croo, red.) onlangs een standpunt verdedigen dat evengoed uit de mond van een communist kon komen.'

ITALIAANSE BITCH

Tegen die achtergrond mag curator Carolyn Christov-Bakargiev - nog maar de tweede vrouw die de tentoonstelling mag samenstellen - eind volgende week haar Documenta openen. Slaagt zij erin een breuk met het recente verleden te maken? De kenners houden hun hart vast. De Italiaanse, die in 2008 de Biënnale van Sydney leidde, staat bekend om haar zeer intellectualistische en ideologische benadering van hedendaagse kunst. Tuymans verwacht een sterke nadruk op kunst uit Zuid-Amerika. 'Ik hoop in elk geval dat ze een gezonde balans kan vinden tussen een conceptuele onderbouw en genoeg visuele elementen.'

Hoet kent Carolyn Christov-Bakargiev al meer dan twintig jaar. 'Ze is een vrouw van het discours. Maar ze is scherp. Sommigen vinden haar een bitch, maar dat is in haar geval een compliment. Ze heeft een sterke persoonlijkheid. Haar entourage bestaat hoofdzakelijk uit economen, filosofen en politici. Dat is interessant omdat zulke mensen nieuwe invalsinhoeken aanbrengen. Maar het houdt evengoed het gevaar in dat het weer een theoretische bedoening wordt. Ik ben razend benieuwd.'

 

Vanaf 9 juni in Kassel

www.documenta.de

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud