Expo van geniale kribbelkrabbelkunstenaar Basquiat

'Untitled' (1982) werd in mei afgehamerd op 110,5 miljoen dollar. ©The Estate of Jean-Michel Basquiat. Licensed by Artestar, New York. Photo: Studio Tromp, Rotterdam

Drugs, vrouwen en feestjes beheersten het korte leven van Jean-Michel Basquiat. Maar de expo ‘Basquiat Boom for Real’ ontrafelt liever het geniale werk van de Amerikaanse kunstenaar.

Het veilinghuis Sotheby’s veilde op 18 mei een titelloos werk van Jean-Michel Basquiat (1960-1988) voor 110,5 miljoen dollar. Dat maakt van hem de duurste Amerikaanse kunstenaar aller tijden. Het doek uit 1982 toont in fel blauw, zwart en rood een schedel, geschilderd in een haast primitieve stijl. Oneerbiedig zou je het kribbelkrabbelkunst kunnen noemen. Maar dan van het soort waarop je nooit uitgekeken raakt.

Bij leven zou Basquiat vast een fles champagne hebben gekraakt om het nieuws te vieren. Hij hield van geld en roem. Nochtans was hij lang straatarm. Omdat hij zich geen schilderdoek kon veroorloven, struinde hij als jonge snaak de vervallen buurten van New York af, op zoek naar deuren van verlaten flatgebouwen. Maar hij geloofde heel erg dat hij het ooit zou maken. ‘Jean-Michel heeft er nooit aan getwijfeld dat hij een groot kunstenaar zou worden’, getuigden zijn twee zussen Lisane en Jeanine onlangs in een nieuwe BBC-documentaire.

Dood op 27

'Untitled' (1982) werd in mei afgehamerd op 110,5 miljoen dollar. ©The Estate of Jean-Michel Basquiat. Licensed by Artestar, New York. Photo: Studio Tromp, Rotterdam

Het is niet zo eenvoudig om de Amerikaan de juiste plaats in de canon van de kunstgeschiedenis te geven. Zijn hippe leven en zijn snelle dood kunnen de blik, zeker die van de kunstmarkt, enigszins vertroebelen. Basquiat stierf op zijn 27ste, zoals heel wat rock-’n-rollsterren, onder wie Jimi Hendrix, Jim Morrison, Janis Joplin, Kurt Cobain en Amy Winehouse. Basquiat leefde hun leven: drugs, vrouwen - Madonna was maar een van zijn vele vriendinnen, feestjes, modedefilés. De vraag is: zou zijn titelloze schilderij uit 1982 ook 110,5 miljoen hebben opgebracht als Basquiat vandaag een brave grootvader van 57 was geweest?

De tentoonstelling ‘Basquiat Boom for Real’ in de Barbican Art Gallery in Londen beantwoordt die vraag ook niet. Ze focust op de kunstenaar Basquiat en op de bronnen waarmee hij zijn kunst voedde. Zijn jetsetleven is van ondergeschikt belang. De expo ontrafelt zijn kunst in 14 hoofdstukken. De getoonde werken zijn niet noodzakelijk de bekendste, maar dat stoort niet. Het geheel is een mooie staalkaart van zijn oeuvre, met een erg knap begin: een zelfportret uit 1984.

Same Old Shit

De ‘rise and fall’ van Basquiat hangt nauw samen met de deplorabele toestand waarin New York in de jaren zeventig verkeerde. De stad was zo goed als failliet omdat de federale regering de schulden weigerde aan te zuiveren. Het desolate New York was de ideale broedplaats voor nieuwe vormen van kunst. Hiphop ontstond, graffiti bloeide als nooit tevoren. Basquiat, een kind van een Haïtiaanse vader en een Porto Ricaanse moeder, wist dat zijn toekomst daar lag en verhuisde van Brooklyn naar het centrum van de Big Apple.

Jean-Michel Basquiat (1960-1988) werd geboren in Brooklyn, New York. Zijn vader was een ingeweken Haïtiaan, zijn moeder had Porto Ricaanse roots. Als kind kon hij moeilijk aarden op school. Liever ging hij met zijn moeder naar de grote musea.

Op zijn achtste werd Basquiat aangereden door een auto. In het ziekenhuis kreeg hij van zijn moeder ‘Gray’s Anatomy’ cadeau, een standaardboek over de menselijke anatomie uit de 19de eeuw. Hij zou er later in zijn schilderijen geregeld naar verwijzen.

Basquiat raakte bekend als de graffitikunstenaar SAMO©. Zijn doorbraak als schilder vierde hij in 1981, waarna hij in enkele jaren een van de grote sterren van de Amerikaanse kunst werd. Op zijn 27ste stierf hij aan een overdosis drugs. In 1996 werd zijn leven verfilmd in de biopic ‘Basquiat’.

In 1977 geraakte New York in de ban van de graffiti van ene SAMO©. Op muren en portieken verschenen korte hypnotiserende getekende boodschappen. Kennis van slang helpt om ze te begrijpen tonen de vele foto’s op de expo. Niemand in New York wist wie SAMO© was. Een hype was geboren, te vergelijken met Banksy nu.

Op 11 december 1978 kon het weekblad Village Voice de identiteit van SAMO©, een acroniem voor Same Old Shit, onthullen: Jean-Michel Basquiat en zijn schoolvriend Al Diaz. Niemand kende Basquiats gezicht. Dat veranderde op 29 april 1979 op een grote graffititentoonstelling in Canal Zone, een loft in New York. Op de expo is een prachtig filmpje te zien van de outing. ‘Oh my God, that’s SAMO©’, hoor je een vrouw in pure extase uitroepen. Al Diaz was minder amused. Basquiat ‘vergat’ zijn partner te vermelden. Het betekende het einde van hun samenwerking en hun vriendschap.

©Nicholas Taylor

Op de tentoonstelling in ‘Canal Zone’ leerde Basquiat een rist andere kunstenaars kennen met wie hij later nog zou samenwerken. Fab 5 Freddy bijvoorbeeld, beeldend kunstenaar, rapper en hiphoppionnier. Of Jennifer Stein, met wie Basquiat talloze postkaarten ontwierp. Ze liggen keurig op een rij onder glas op de expo. Meer dan 35 jaar geleden probeerden Basquiat en Stein ze te slijten voor 1 dollar in de straten van New York. De buurt van het MoMa was hun uitvalsbasis. Ze werden vaak weggejaagd door de suppoosten van het museum als waren ze tuig van de richel.

Basquiat mocht toen nog arm zijn, hij was een van de jonge sterren van de New Yorkse undergroundkunstscene. Die kwam elke nacht samen in de Mudd Club. Aan hokjesdenken werd niet gedaan. Er werden films getoond, modeshows gehouden, concerten en fuiven georganiseerd. Basquiat was er deejay en trad op met zijn muziekgroepje Gray. In Londen hangen een honderdtal polaroids van artiesten uit de Mudd Club : een jonge Madonna, Debby Harry, Andy Warhol, Keith Haring, Grace Jones en Basquiat, natuurlijk.

Ook schrijver Glenn O’Brien frequenteerde de club. Hij liep rond met het idee om een film te maken over een dag uit het leven van een fictieve kunstenaar, ‘Downtown 81’. Basquiat leek hem geknipt voor de hoofdrol. Die hapte meteen toe, al had hij op dat moment amper een schilderij gemaakt. Hij begon te schilderen op doeken die de filmproductieploeg ter beschikking stelde. Debby Harry, de zangeres van Blondie, heeft een klein rolletje in de film. Zij kocht als eerste een schilderij van Basquiat. Ze betaalde 200 euro.

Debby Harry, de zangeres van Blondie, kocht als eerste een schilderij van Basquiat. Ze betaalde 200 euro.

Na de filmopnames begon Basquiat als een bezetene te schilderen. Hij werd een van de grote sterren van de groepsexpo ‘New York/ New Wave’ in februari 1981 ‘. Het was het begin van een korte, explosieve en succesvolle carrière. In Londen zijn 15 kunstwerken van Basquiat uit die eerste expo weer samengebracht. Je hoeft geen genie te zijn om het talent van Basquiat te (h)erkennen.

Hij bezat de gave om op doek de kunstgeschiedenis te vermengen met de actualiteit van de New Yorkse kunstscene. Zijn schilderijen zijn schatplichtig aan de schijnbaar kinderlijke eenvoud van Cy Twombly, een van de grootste naoorlogse Amerikaanse kunstenaars. De compositie van veel schilderijen doen dan weer denken aan de oude meesters. Soms bijna letterlijk. Op de expo hangt het mooie ‘Leonardo da Vinci’ uit 1982. Het is een les in anatomie op zijn Basquiats: een collage van kribbelkrabbel, abstractie, figuratie en woordkunst, gelardeerd met donkere humor.

Racistisch label

Basquiat werd jarenlang getypeerd als een ‘wilde’ kunstenaar, een autodidact. Dat ‘racistische label’ stoorde hem mateloos. Hij streed er zijn hele leven tegen. Uit de schijnwerpers van de kunstscene en de jetset werd Basquiat niet anders behandeld dan de doorsnee Afro-Amerikaan. ‘Toen hij rijk was, liet hij zich rondrijden in limousines. Taxi’s wilden nooit voor hem stoppen’, getuigt zijn jarenlange vriendin Suzanne Mallouk in de BBC-documentaire. Nog pijnlijker is het voorval met Cy Twombly. Hij had Basquiat thuis uitgenodigd, maar zijn assistenten lieten ‘die zwarte schooier’ niet binnen.

Een zelfportret uit 1984. ©The Estate of Jean-Michel Basquiat. Licensed by Artestar,New York.

De expo in Londen doorprikt het stereotiepe beeld van de ongeletterde kunstenaar met een selectie van boeken en platen die hem inspireerden. Basquiat las veel. De kunstgeschiedenis had geen geheimen voor hem. Titiaan, Leonardo da Vinci, Henri Matisse, Pablo Picasso, hij kon er een hele avond over doorbomen. Hij bestudeerde ook intensief de Afrikaanse kunst. Voeg daar zijn liefde voor jazz - Charley Parker was zijn held - en film aan toe en je snapt waarom zijn schilderijen zo ingewikkeld en gelaagd zijn.

Toch stierf Basquiat clichématig aan een overdosis drugs. Heeft het succes hem zover gedreven? Moeilijk te zeggen. Hij gebruikte als tiener al. Na zijn succesvolle eerste solotentoonstelling in maart 1982 in de galerie van Annina Nosei kon Basquiat de vraag van de verzamelaars amper bijbenen. Drugs hielpen hem daarbij. Soms werd hij ook gewoon betaald met zakjes cocaïne. Basquiat had overigens geen bankrekening. Zijn appartement puilde uit van de dollarbiljetten.

De biografen van Basquiat zijn het erover eens dat zijn dood sterk is gelinkt aan het overlijden van Andy Warhol in 1987. Basquiat was een grote fan van de popartkunstenaar. In 1979 stapte hij in een restaurant op Warhol en zijn galeriehouder Henry Geldzahler af om hun zijn werk te tonen. De galerist wimpelde hem beleefd af, Warhol kocht een 1 dollarpostkaart.

Drie jaar later ontmoetten de twee elkaar opnieuw in Warhols The Factory. Basquiat holde na het bezoek naar zijn studio om een portret van Warhol en zichzelf te schilderen. Het dubbelportret, een hoogtepunt op de expo, was het begin van een hevige vriendschap. In Londen is een filmpje te zien waarin Warhol zich als een oude wijze man over Basquiat ontfermt.

Basquiat had geen bankrekening. Zijn appartement puilde uit van de dollarbiljetten.

In 1985 werkten ze samen voor de expo ‘Paintings’ in de Tony Shafrazi Gallery. The New York Times was niet zo positief en verwees naar Basquiat als Warhols mascotte. Basquiat trok zich dat erg aan en verbrak alle banden met Warhol. Toen die in 1987 stierf, voelde Basquiat zich verantwoordelijk en vluchtte hij nog verder weg in de drugs. Het kostte hem op 12 augustus 1988 het leven.

Zijn vroege dood maakte Basquiat onsterfelijk. Een cynicus zou zeggen dat het exact is wat hij nastreefde. De kunstliefhebber mijmert veeleer: wat als?

‘Basquiat Boom for Real’ loopt tot 28 januari in Barbican Art Gallery in Londen. Van 16 februari tot 27 mei is de expo te zien in de Schirn Kunsthalle in Frankfurt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content