Advertentie

Filosoferen over de juiste vormen met Fernando Botero

©©Fernando Botero

Smalend wordt de Colombiaanse kunstenaar Fernando Botero vaak afgedaan als de schilder van de dikke blote vrouwen. Maar zijn kunst draait om de vervorming van de werkelijkheid. Dat is het thema van een grote retrospectieve in het BAM in Mons.

‘Kunst is vervorming. Er bestaat niet zoiets als een echt ‘realistisch’ kunstwerk.’ Die quote van Fernando Botero (89) aan het begin van de tentoonstelling ‘Voorbij de vormen’ vat zijn oeuvre goed samen. Een volumineuze blote vrouw in een kleine badkamer is als tafereel misschien grappig, maar voor Botero valt er niet veel te lachen. Zijn kunst draait om vormen en vervorming. Die filosofie legt de expo met hand en tand uit.

Botero zelf is niet in Bergen geweest - hij sukkelt wat met ouderdomskwaaltjes - maar vanop afstand heeft hij de opbouw en samenstelling nauwgezet gevolgd. ‘We hadden veel contact. Hij is erg blij met de expo, want hij voelt zich in Europa toch een beetje ondergewaardeerd’, zegt curator Cecilia Braschi. Botero heeft in België nog nooit een grote tentoonstelling gehad. De laatste Europese retrospectieve dateert alweer van 1987 in Madrid.

En toch is Europa altijd belangrijk geweest voor Botero. Eigenlijk wilde hij stierenvechter worden. Maar tijdens zijn opleiding hield hij meer van het natekenen van posters van stierengevechten dan van stieren aanvallen. Hij bleek daarvoor net iets getalenteerder te zijn.

Eigenlijk wilde Botero stierenvechter worden. Maar hij hield meer van het natekenen van posters van stierengevechten dan van stieren aanvallen.

In het begin van de jaren 50 won Botero in Colombia enkele prijzen, waarmee hij een reis naar Europa kon financieren. Zoals zoveel Zuid-Amerikaanse kunstenaars had hij de Europese kunst leren kennen uit boeken. In Parijs wachtte een bittere ontgoocheling. De schilderijen van de avant-gardisten zoals Picasso en Gauguin bleken in het echt veel kleiner dan hij zich op basis van de foto’s in boeken had voorgesteld. De vormen van realiteit en afbeelding botsten daar al tegen elkaar.

De Europese avant-garde was hoe dan ook van grote invloed op Botero’s ontwikkeling. In Europa ontdekte hij ook de renaissance en haar fresco’s. Ze deden hem denken aan het Mexicaanse muralisme van de 20ste eeuw waarvan hij fan was. In de jaren 50 en 60 was Botero een spons die de hele kunstgeschiedenis in zich opzoog. Dat ging van de precolumbiaanse kunst met haar afwijkende lichaamsverhoudingen tot het Amerikaanse abstract expressionisme, waarmee hij in 1958 in New York in contact kwam. Die cocktail leidde naar zijn eigen kunst.

©©Fernando Botero

De relatie tussen Botero en de kunstgeschiedenis wordt op de tentoonstelling in Bergen af en toe getoond door oude schilderijen uit de eigen collectie van het BAM te laten dialogeren met de werken van Botero. De expo is verder thematisch opgebouwd, met uitgebreide zaalteksten die ook in het Nederlands aan de muren hangen. ‘50 procent van onze bezoekers zijn Vlamingen. Daar zijn we blij mee. Vlaanderen heeft Mons ontdekt toen we in 2015 Culturele Hoofdstad van Europa waren’, zegt BAM-directeur Xavier Roland.

Bergen heeft geen directe band met Botero, maar voor Roland past hij wel in de filosofie van het museum. ‘We streven ernaar moderne kunst op een alternatieve manier te tonen. Bij Botero is dat de manier waarop hij het verleden in zijn werk incorporeert.’ De kunstenaar zegt het zelf aan een van de muren. ‘Je kunt niet schilderen zonder bij een plek te horen. Volkskunst, inheemse traditie, koloniale kunst: dat alles is in mijn werk aanwezig zonder dat ik me ervan bewust ben.’

Botero is een leeftijdsgenoot van David Hockney, voor wie je nu naar Bozar kan. Op een bepaalde manier zie je bij beide schilders een gelijkaardige ontwikkeling. Hun werk was in de jaren 60 veel chaotischer en drukker. Verf ruw uitgesmeerd die naar alle kanten schiet, onder invloed van kunstenaars als Jackson Pollock of Willem de Kooning. Pas later in de jaren 60 gingen Hockney en Botero veel gepolijster schilder. Rustiger, alsof ze meer aandacht besteedden aan de compositie en een eigen beeldtaal.

Dat valt in Bergen hard op bij Botero’s stillevens. Hij schrapt alle verhalende elementen en koos uitsluitend voor objecten en hun onderliggende verhoudingen. Het ware volume van de appel, de peer, de mandoline interesseert hem niet. Dat had hij geleerd van de precolumbiaanse kunst. Van Paul Cézanne had hij dan weer onthouden dat je een hoofd als een appel moet schilderen. Zonder emoties, met volle aandacht voor de vorm en de lichtinval. Er is een hilarisch schilderij te zien van bisschoppenhoofden die gestapeld lijken als appels in een fruitschaal. Het is een flirt met het surrealisme.

Bolle hoofden

Een aparte zaal is gewijd aan Botero’s versies van beroemde meesterwerken uit de kunstgeschiedenis. Het is even wennen wanneer je voor zijn interpretatie van Jan Van Eycks beroemde ‘Het bruidspaar Arnolfini’ staat. Helemaal op zijn Botero’s, met ronde, bolle hoofden. Van Gogh, Velázquez, Rafaël, Courbet, ze passeren allemaal de revue. Aanvankelijk waren die werken van de oude meesters vooral studieobjecten voor Botero. Welke schildertechnieken gebruikten ze? Hoe stelden ze hun composities samen? Wat betekende vorm voor hen? Toen hij hun geheimen had ontrafeld, paste hij ze toe op zijn eigen praktijk. Parodie, hommage, artistieke vrijheid, kies maar.

Uiteraard ontbreken de vrouwelijke naakten niet op de tentoonstelling, maar ze krijgen niet meer ruimte dan de andere thema’s. Dat is goed, omdat je als bezoeker dan doorhebt dat Botero veel meer is dan de schilder van blote vrouwen met afwijkende vormen. Het gaat voor hem ook hier om de verhoudingen op een schilderij. Is het toilet in de badkamer te klein voor de vrouw? Of is de vrouw te volumineus? Of is het gewoon niet relevant? Want een realistisch kunstwerk bestaat toch niet. Je moet er dus ook niet met ‘realistische’ ogen naar kijken. Dat is veel moeilijker dan het lijkt. De kunstenaar heeft de kunstgeschiedenis als referentiekader geabsorbeerd, maar dat heb je als kijker ook.

Abu Ghraib

Het is hoe dan ook wennen om een emotionele klik te krijgen met Botero. Behalve helemaal op het einde van de tentoonstelling. In 2004 las hij in The New Yorker een artikel over de behandeling van Iraakse gevangenen door het Amerikaanse leger in de Abu Ghraib-gevangenis. Botero was er zo door aangegrepen dat hij aan het werk toog. Hij maakte 60 tekeningen en schilderijen over thema. Hij schonk ze in 2007 aan de Californische universiteit van Berkeley. Enkele schilderijen hebben de oversteek naar Mons gemaakt. Je voelt het onrecht en de woede van de kunstenaar uit elke streep verf opborrelen. Stilistisch is het vintage Botero, maar voor een keer lijkt de inhoud het wel te halen van de vorm.

Fernando Botero loopt tot 30 januari in het BAM in Bergen. Catalogus beschikbaar in het Nederlands.

Op de kunstmarkt

Fernando Botero is op de kunstmarkt een koopje. Zijn duurst geveilde werk is ‘Tablao flamenco’ uit 1984. Het werd bij Christie’s in 2019 afgehamerd voor 1,53 miljoen euro. Dat is relatief weinig voor een bekende kunstenaar. Dat komt gedeeltelijk door de kolossale productie van Botero - hij werkt nog altijd. Daarnaast is de Zuid-Amerikaanse kunstmarkt nog onontwikkeld terrein. Verzamelaars beginnen het continent maar langzaam te ontdekken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud