Gents Universiteitsmuseum kruipt in hoofd twijfelende wetenschappers

Een gezicht op sterk water, de eerste fonautograaf een afgeschreven supercomputer. Het nieuwe Gents Universiteitsmuseum (GUM) grossiert in boeiende objecten. Maar de filosofie van de wetenschap domineert.

‘Forum voor Wetenschap, Twijfel en Kunst’ is te lezen aan de ingang van het GUM, gelegen in de Plantentuin van Gent vlakbij het MSK en het S.M.A.K. Je denk er even over na terwijl je op de muur van het gebouw naar een gigantische skelettekening van de graffitikunstenaar ROA kijkt. Maar twijfel dus. Het lijkt op het eerste gezicht vreemd. Staat wetenschap niet voor waarheid en onbetwistbare feiten? Nee, zegt Marjan Doom, de directrice van het museum,  stellig. ‘Twijfel is net een van de hoekstenen van de wetenschap. Niets is zeker.’

Het GUM is ook zo geconcipieerd. Het museum  is geen opeenstapeling van feiten en bewijzen waaraan niet kan worden getornd. ‘De bezoekers moeten niet naar buiten gaan met antwoorden, maar met vragen’, legt Doom uit.

Toch eerst even de feiten op een rij. De verschillende faculteiten verzamelden de voorbije 200 jaar – de universiteit werd in 1817 gesticht – zo’n 400.000 artefacten. Die werden op verschillende manieren bewaard. Systematiek zat er niet in. ‘Een jaar of tien geleden ontstond het idee om een echt museum op te richten waar we die voorwerpen konden bewaren en tentoonstellen. Daar was snel consensus over. Toen rees de vraag: welk concept willen we ontwikkelen? Veel universiteiten vertellen in hun musea hun geschiedenis. Iedere faculteit krijgt dan haar eigen plaats. Hier archeologie, daar geneeskunde', zegt Doom.

'Wij hebben daar bewust niet voor gekozen. Tijdens vergaderingen kwam de vraag 'wat is wetenschap?' voortdurend terug. Die discussies waren soms heftig. De ene faculteit vond dat de andere niet aan echte wetenschap deed. Die discussies hebben we doorgetrokken naar het museum. We tonen met 800 objecten heel veel, maar tegelijkertijd is de wetenschapsfilosofie prominent aanwezig.’

Als bezoeker word je uitgenodigd in het hoofd van de wetenschapper te kruipen en het proces naar een resultaat te volgen. Ook daarin is twijfel een sleutelwoord.

Op vergaderingen borrelde de vraag op: 'Wat is wetenschap?' Die discussies waren soms heftig.
Marjan Doom
Directrice GUM

Het museum is opgedeeld in zeven kernbegrippen, die een voor een raakvlakken hebben met wetenschap en wetenschappers: chaos, twijfel, model, meten, verbeelding, kennis en netwerk. Een academicus leidt ieder thema in met een videoboodschap. De topstukken zijn uitgestald op een grote tafel, een voor elk thema. Aan de muren bij de tafel staan kasten met nog meer objecten.  Uitleg krijg je via een resem touchscreens. De informatie is ingenieus en overzichtelijk opgebouwd. Hoe meer je klikt hoe diepgaander de gekregen informatie.

Openbare bibliotheek

Als je alles op die manier gezien en bestudeerd wil hebben, ben je allicht een week zoet. ‘Ik percipieer het museum daarom graag als een openbare bibliotheek. Je loopt al snuisterend binnen en buiten wanneer je wil. Studenten van de universiteit kunnen dat zeker. Voor hen is de toegang gratis.’

De fonautograaf, het eerste toestel dat de menselijke stem opnam.

Het museum telt drie verdiepingen. Twee voor de vaste collectie, de bovenste  voor tijdelijke tentoonstellingen. De look-and-feel van het museum is door de belichting en de opstelling erg uitnodigend. Een vast parcours volgen hoeft niet. Je kan rustig rondstruinen en blijven staan bij voorwerpen die je fascineren.  

Door de filosofische thematische opstelling verrassen de combinaties je voortdurend. Zo bots je bij ‘verbeelding’ op een bord met zo’n 100 spiraaltjes. In alle vormen, maten en materialen. ‘Wetenschappers zijn ook mensen die zich graag creatief uitleven. Maar de spiraaltjes zijn stuk voor stuk betrouwbaar’, zegt Dooms.

In diezelfde buurt vind je ook het wiel. ‘Het wiel is de eerste uitvinding van de mens. Het komt in de natuur niet voor. Om het wiel uit te vinden had de mens verbeelding nodig.’

Met de groeten van Jan van Eyck

Op de bovenverdieping van het GUM opent zaterdag de eerste tijdelijke tentoonstelling 'Van Eyck in de diepte. Frictie en harmonie door de ogen van architecten en kunstenaars'. Het uitgangspunt van de expo is het schilderij ‘Madonna met kanunnik Joris van der Paele’, dat in het Groeningemuseum in Brugge hangt. Op basis van dat schilderij onderzoeken de architect Patrick Seurinck en enkele architectuurstudenten in welke mate architecturale principes aan de basis lagen van de compositie van het schilderij. Volgde Van Eyck perfect de toenmalige regels van het perspectief of overtrad hij ze? En als hij dat deed, was dat met opzet?

Het is een interessante tentoonstelling omdat je op een heel andere manier naar een schilderij kijkt. Het is het zoveelste bewijs dat Van Eyck zoveel meer was dan alleen een begenadigd schilder. De expo wordt vervolledigd met de kijk van hedendaagse kunstenaars op het perspectief.

Wat je ook aan de verbeeldingstafel vindt, is het eerste apparaat waarmee een menselijke stem werd opgenomen. Het gaat om de fonautograaf van de Fransman Edouard-Léon Scott de Martinville. De hoorn van het toestel ving geluid op. Dat geluid bracht een haartje aan het trillen dat geluidsgolven op papier tekende. Op 9 april 1860 vond de opname plaats. Ze is te beluisteren in het museum. Een beetje vaag en mompelend. Maar het is een bekend liedje. Ga het vooral zelf ontdekken. Pas in 2008 slaagden wetenschappers erin de geluidsgolf opnieuw te laten weerklinken.

Zo wandel je dus verder. Langs de ‘Nucleotidesequentie van het genoom van de bacteriofaag MS2’, zoals bekend een uitvinding van professor Walter Fiers, langs prachtige wassen beelden van allerlei lichamen en mensen met ziektes, dieren in papier-maché, de eerste protheses, etnische maskers een deel van een supercomputer waarmee aan klimaatvoorspellingen wordt gedaan. En dan hou je natuurlijk halt bij het verticaal opengesneden vrouwenhoofd op sterk water. Ze staart je aan alsof ze nog leeft. Waren we niet in een wetenschapsmuseum, we zouden iets schrijven over haar uitnodigende fijne lippen. Of over haar hand die sensueel bij haar hals ligt.  Maar het gaat om haar hersenen. Het is een didactisch preparaat van de Gentse anatoom Adolphe Burggraeve. Hij injecteerde de bloedvaten in het hoofd met een vloeistof zodat ze beter zichtbaar waren. Veel dichter komen kunst en wetenschap niet samen.  

Wassen beelden van Jules Baretta.

Interactieve elementen zijn schaars, dat is vaker zo in wetenschapsmusea. In de afdeling meten kunt u meewerken aan een enquête over mannelijk en vrouwelijk genot, begeleid door prachtige tekeningen van Berlinde De Bruyckere, een van de ambassadrices van het GUM. En als u al wat ouder bent, kunt u testen of uw kortetermijngeheugen nog optimaal werkt. Kwestie van dementie op tijd op te sporen. Het museum is er niet alleen voor de jeugd.

Het GUM opent dit weekend de deuren. De toegang is in de maand oktober gratis. Verdere info op www.gum.gent.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud