Giorgio de Chirico als bron van Belgisch surrealisme

Giorgio de Chirico, L’incertitude du poète. ©Tate / Tate Images

De Italiaanse kunstenaar Giorgio de Chirico stond aan het begin van de 20ste eeuw mee aan de wieg van het surrealisme. Hij was een grote inspiratiebron voor René Magritte, Paul Delvaux en Jane Graverol. Het BAM in Bergen brengt de drie Belgische surrealisten samen met hun grote voorbeeld.

‘Was ik maar gestorven op mijn 31ste zoals Seurat, of op mijn 39ste zoals Apollinaire. Dan werd ik nu beschouwd als een van de belangrijkste kunstenaars van de 20ste eeuw’, zei Giorgio de Chirico (1888-1978) ooit in een interview. Hij stierf niet jong. Hij werd 90.

René Magritte, Dialogue dénoué par le vent. ©Succession René Magritte - SABAM belgium 2019

In de tweede helft van zijn carrière verloor hij als kunstenaar veel van zijn glans. Daar was, eerlijk is eerlijk, ook wel een reden voor. Hij begon zichzelf te herhalen en bovendien was hij ook al helemaal niet meer vernieuwend. Vandaar dat hij vandaag niet als een van de belangrijkste kunstenaars van de 20ste eeuw wordt genoemd.

Artificieel

Maar dat neemt niet weg dat De Chirico een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van de schilderkunst. Hij had onder meer een grote invloed op drie Belgische surrealisten: René Magritte, Paul Delvaux en Jane Graverol. Het Museum voor Schone Kunsten van Bergen (BAM) wijdt een grote tentoonstelling aan de interactie tussen De Chirico en de Belgische adepten. Je kan aardig discussiëren of zo’n tentoonstelling die beïnvloeding niet wat artificieel aandikt. Maar ze levert in elk geval een heel pak mooie schilderijen op.

De Chirico werd na zijn straffe beginperiode beschouwd als een reactionair, de windhaan van de moderne kunst die na 1919 niks interessants meer maakte.

De Chirico had zeker invloed in de begindagen van de carrière van de Belgen. Tot aan het einde van de Eerste Wereldoorlog was de kunst van de in Griekenland geboren Italiaan baanbrekend. Tussen 1910 en 1918 was hij de grondlegger van wat de metafysische schilderkunst werd genoemd. Noem het kunst die een dromerige en poëtische wereld afbeeldt. Het draaide om het doorbreken van alle logica en het knippen van de banden met de realiteit.

Vrouwentorso

Op de tentoonstelling worden zeven schilderijen van De Chirico uit die periode getoond. Alleen al daarvoor zou je naar Bergen moeten. Het oudste en zeker ook een van de mooiste is ‘L’Incertitude du poète’ uit 1913. Het toont een onthoofde vrouwentorso op een leeg plein. De Chirico specialiseerde zich in de afbeelding van verlaten pleinen en straten. Ook zijn vreemde interieurs vallen op.

De schilder was erg geïnspireerd door de filosofie van Friedrich Nietzsche die zocht naar een andere wereld dan de zichtbare. Dat deed De Chirico ook. Hij creëerde een hele nieuwe picturale wereld die mee aan de basis lag van het surrealisme. Het is in die context dat de invloed op de Belgische schilders gesitueerd moet worden. Magritte zette in zijn surrealistische werken de wereld net zo op zijn kop.

Hij bracht elementen samen die niet samenhoorden. Het oeuvre van Magritte lijkt speels, maar is net als bij De Chirico gedrenkt in een filosofische achtergrond. Magritte bewonderde De Chirico . ‘Hij is de eerste schilder die een schilderij iets anders laat vertellen dan wat het toont’, zei hij in 1959.

Desolaat

Paul Delvaux, L’aube sur la ville. ©Foundation Paul Delvaux, Sint-Idesbald - SABAM Belgium 2019

Paul Delvaux was vooral geïntrigeerd door de desolate pleinen en straten van De Chirico. Als je beide kunstenaars op de expo naast elkaar ziet hangen, begrijp je meteen de invloed van de Italiaan. ‘Het is niet het metafysische aspect van zijn werk dat me zo trof. Het ging meer over de verlaten straten, de zon, een eenzaam standbeeld van een slapende vrouw in het midden van een plein. De poëzie van de stilte domineert. Er is geen mens te zien, maar de objecten spreken wel’, zei hij. Diezelfde poëzie vind je ook bij Delvaux. Hij toont wel veel naakte vrouwen. Maar ze stralen ook een absolute stilte uit.

De invloed van De Chirico op de Brusselse surrealiste Jane Graverol is moeilijker in te schatten. Ze schilderde prachtig, maar haar surrealistische schilderijen dateren van na 1945. In hoeverre is ze echt aan de Italiaan schatplichtig?

Decadentie

Jane Graverol, La mariée.

De tentoonstelling in Bergen toont thematisch het hele oeuvre van deChirico, steeds afgewisseld met de Belgische surrealisten. Zeker in het tweede deel van de expo gaat het eerder om een toevallige thematische overeenkomst dan om echte beïnvloeding. De Chirico zwoer vreemd genoeg in 1919 de ‘decadentie’ van de moderne kunst af en keerde terug naar het classicisme, met nadruk op de architectuur van de oudheid.

Kort

Giorgio de Chirico werd in 1888 in Griekenland geboren als kind van Italiaanse ouders. In 1906 verhuisde hij naar München, later naar Parijs. Daar ontpopte hij zich tussen 1910 en 1918 tot een wegbereider van de moderne kunst en het surrealisme. Maar in 1919 zwoer hij de moderniteit af. Vooral de Franse surrealisten vonden hem een verrader. De Chirico herkauwde tot aan zijn dood in 1978 grotendeels zijn vroegere werk.

Het werd hem door de kunstwereld niet in dank afgenomen. Hij werd beschouwd als een reactionair, de windhaan van de moderne kunst die na 1919 niks interessants meer maakte.

Zie je dat in Bergen? Tuurlijk wel, al moet je ook niet overdrijven. De Chirico blijft toch altijd intrigerend. Wat mankeert, is de vernieuwingsdrang uit zijn beginperiode. Op de tentoonstelling hangen gelijkaardige werken die 50 jaar in ouderdom verschillen. Dat is een verontrustend gebrek aan evolutie.

Maar De Chirico was leep genoeg om op latere leeftijd te schilderen wat het publiek graag had. En dat waren schilderijen uit zijn vroege periode. Hij deinsde er ook niet voor terug om zijn werken te antidateren. Om ze belangrijker te maken. Een schilder moet wat als hij niet jong sterft.

‘Giorgio de Chirico, aan de wieg van het Belgisch surrealisme’, tot 2 juni in het BAM in Mons.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect