Grieks drama in drie bedrijven

Het Moira-kamp op Lesbos. Er is plaats voor 2.000 vluchtelingen, er waren er 20.000.

Dat 2020 meer was dan het coronajaar, toont de Franse fotograaf Mathieu Pernot in het Joods Museum van België. 2020 was ook een jaar waarin vluchtelingen op het Griekse eiland Lesbos probeerden te overleven. De titel van zijn expo zegt het: ‘Something is happening.’

Eerst word je getroffen door het beeld van een vrouw. Op haar hoofd een sjaal, al zou het net zo goed een opgedraaide wollen trui kunnen zijn. Ze draagt een rood truitje. Ze is Congolese, zal fotograaf Mathieu Pernot later zeggen, maar dat weet je niet als je naar de foto kijkt. Je ziet enkel haar blik. Het is de universele blik van de zorgen.

De essentie

  • De Franse fotograaf Mathieu Pernot toont in het Joods Museum van België de expo ‘Something is happening’.
  • Een groot deel van de expo gaat over het vluchtelingenkamp Moira op het Griekse eiland Lesbos.
  • Het Joods Museum kiest voor de tentoonstelling omdat er via ballingschap, geweld en solidariteit met de vluchtelingen echo’s zijn van de Joodse geschiedenis.
  • Het museum toont dat het belangrijk is open en niet enkel in zichzelf gekeerd te zijn.

Erbij een plaatje: ‘Lesbos. January 2020.’ Ernaast een video van het vuur dat op 9 september 2020 het vluchtelingenkamp van Moria in Lesbos is de as legde. Het duurt 52 seconden en dat is een symbolisch toeval. Een seconde voor elke week van het jaar 2020 dat voor de vluchtelingen op Lesbos een overlevingsstrijd was.

‘Something is happening’, de titel van de tentoonstelling die woensdag in het Joods Museum van België opende, waren de woorden die Mathieu Pernot hoorde op de filmpjes die vluchtelingen hem vorig jaar doorstuurden. Ze vormen, op de tijdlijn van 2020 en in deze expo, volgens Pernot het tweede bedrijf.

‘In januari was ik naar Lesbos gegaan’, zegt de 50-jarige fotograaf. ‘Jaren geleden was ik in de jungle van Calais (zo heette het vluchtelingenkamp in de Noord-Franse havenstad , red.), maar dat was eigenlijk nadat de mensen er verdreven waren. Toen vertelde iemand me dat in Parijs, aan de Jardin Villemin, veel Afghaanse vluchtelingen samen in tentjes zaten. Ik kwam er in contact met Français Langue d’Accueil, een organisatie die nieuwkomers via taalonderricht bijstand verleent. In schriftjes las ik wat ze leerden: ‘J’ai faim. Où est la gare? J’ai peur.’ Toen begreep ik wat die mensen doormaakten. Ze leerden in het Frans de woorden die hun wereld bepaalden en die ze nodig hadden: ik heb honger, waar is het station, ik ben bang.’

Pizzadoos

Calais verdween, maar de vluchtelingen niet. Zeker niet uit Pernots hoofd. De fotograaf reisde naar Lesbos. Naar het Moria-kamp, waar plaats is voor 2.000 mensen, maar waar er 20.000 zaten. Die Congolese vrouw bijvoorbeeld. Maar ook, en dat zie je als je door de kamers van het Joods Museum loopt, andere mensen die je aan die jungle van Calais doen denken. Na een paar oudere foto’s uit Parijs met mensen in oude slaapzakken of op een bedje van karton, het hoofd rustend op een pizzadoos, zie je in een kast door brand aangetaste schoolschriften die Pernot opraapte in Calais. Er staan Engelse vervoegingen in: ‘I am on my way to the jungle. I will go to the jungle tomorrow. I went to the jungle yesterday.’

©Mathieu Pernot

Een kamer verder hangen geschriften van Jawad en Mansour, in het Farsi en soms vertaald in het Frans, verhalen over vluchten in 2009 en 2010. Maar dan, na een filmpje van hoe de Turkse kustwacht (je leest ‘Sahil Güvenlik’ op de flank van hun boot, het is onmiskenbaar) een bootje met vluchtelingen ramt, kom je in Lesbos. Eerst via foto’s uit januari, dan door filmpjes die vluchtelingen in de lente en de zomer naar Pernot whatsappten, tenslotte opnieuw met foto’s van hemzelf uit september. ‘2020 was voor mij een Grieks drama in drie bedrijven’, zegt Pernot.

Op de hutjes van plastic staan nummers: T3291, 2070, adressen voor even. Er branden vuurtjes. Een kind draagt een T-shirt met daarop: ‘Life is a grand adventure. Go live it!’ Wellicht uit een klerencontainer. Kijkend naar Lesbos ruik je de geur van Calais. ‘Alleen de olijfbomen had je niet op het strand in Frankrijk’, glimlacht Pernot.

‘Covid-19 was de tragedie die er nog eens bovenop kwam. Maar die mondmaskers maken er wel een collectieve geschiedenis van. Ze verbinden hen met ons.'
Mathieu Pernot
Fotograaf

Hij neemt het boek ‘Ce qu’il se passe’, uitgegeven bij de tentoonstelling, erbij en bladert naar woorden van de Griekse dichter Euripides die als motto dienen. Vertaald: ‘Wat moet verzwegen worden? Wat moet gezegd worden? Wat moet betreurd worden?’ Ze komen uit zijn ‘Trojaanse vrouwen’. ‘Met mijn foto’s wil ik geen simplistisch discours afsteken’, zegt Pernot, geboren in Fréjus, via zijn overgrootvader al fotografenbloed gekregen en als jonge gast vooral onder de indruk gekomen van het werk van Josef Koudelka.

‘Ik zeg niet dat Europa iedereen moet opvangen, maar wel dat Europa in staat zou moeten zijn om die mensen voor de duur van hun vlucht op een menselijke manier te ontvangen. Voor een andere reeks was ik in Irak en daar zag ik hoe het wel kon. Zo moeilijk is het toch niet om in deftig sanitair en correcte maaltijden te voorzien?’

Dat dit uitgerekend in Lesbos gebeurt, herinnerde hem daarom aan de woorden van Euripides. ‘Griekenland is de bakermat van de democratie en van de Europese cultuur. Je houdt het niet voor mogelijk dat dit in 2020 gebeurde. Moria is het symbool van het falen van de migratiepolitiek van Europa.’

Ander discours

Curator Bruno Benvindo koos bewust voor de serie van Pernot om het Joods Museum, na de lockdown en met corona als allesoverheersend thema van 2020, te heropenen. ‘We hebben ons de vraag gesteld: willen de mensen na corona zoiets wel zien?’, zegt hij. ‘Maar absoluut: ja. Zeker na de aanslag in 2014 (bij een schietpartij in het museum vielen toen vier doden, red.) willen we een plek van debat zijn en van een ander discours. Niet alleen zijn er echo’s van de Joodse geschiedenis via ballingschap, geweld en solidariteit, we willen ook tonen dat het belangrijk is open en niet enkel in onszelf gekeerd te zijn. De foto’s van Mathieu uit Lesbos vertellen het verhaal van wie zelf anders niets kan vertellen.’

Pernot vindt het belangrijk dat de actualiteit binnen de muren van een museum terechtkomt. Op de laatste foto’s schuiven vluchtelingen aan met een mondmasker. ‘Covid-19 was de tragedie die er nog eens bovenop kwam’, zegt de fotograaf. ‘Maar die mondmaskers maken er wel een collectieve geschiedenis van. Ze verbinden hen met ons.’

‘Something is happening’ van Mathieu Pernot is nog tot 19 september 2021 te zien in het Joods Museum van België in Brussel. Info: www.mjb-jmb.org

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud