Het intimistisch realisme van fotograaf Yves Auquier

‘Rassemblement wallon’, 1968-1970. © Yves Auquier

Het fotografiemuseum van Charleroi heeft hemel en aarde moeten bewegen voor een retrospectieve met de zwart-witfoto’s van de Belgische fotograaf Yves Auquier. Nochtans loont ‘L’instant qui fuit’ zowel vanuit artistiek als documentair oogpunt de moeite.

Yves Auquier bracht in 1970 het fotoboek ‘Pays Noir’ uit. Daarin plaatste hij met veel mededogen en zin voor contrast de donkerte van de regio waarin hij opgroeide in perspectief. Toen verweet men hem slechte reclame te maken voor Charleroi en omstreken. Tegenwoordig heeft het boek een cultstatus. Na Auquier zouden ook anderen schoonheid en grandeur ontdekken in (zijn) beelden van mijnwerkers en het landschap dat hen omringt. Tussen het intense zwart, dat ook wandelend door de expo ‘L’instant qui fuit’ overheerst, en het wit van opwaaiende stofwolken blijken net zoals in het leven vele tinten grijs te zitten.

'Pays Noir’ was het eerste fotoboek in de collectie van Xavier Canonne, de directeur van het fotografiemuseum. Hij herkende er zijn kindertijd in en was al jaren aan het inpraten op de fotograaf, maar die wimpelde de vraag om een retrospectieve altijd af. Na zijn loopbaan in Brussel, waar hij de afdeling fotografie oprichtte aan de kunstschool Le 75, maar vooral ijverde om zijn vakgebied de erkenning te geven die het verdiende, had hij geen zin in terugblikken.

Uit de serie ‘Les mineurs’, 1972-1973. © Yves Auquier

'Des te meer ik hem ophemelde, des te meer hij in de luwte wilde blijven', zei de museumdirecteur op de persvoorstelling van ‘L’instant qui fuit’, waarop de inmiddels 85-jarige Auquier andermaal uitblonk in afwezigheid. Het had met een wankele gezondheid te maken, maar tegelijk was de discrete vluchtigheid van zijn foto’s nog eens benadrukt.

Voor het avondlijke beeld van de eenzame fietser met op de achtergrond een mijnterril en een muur met ‘Rassemblement Wallon’ opgekalkt kreeg hij kritiek van de PS omdat het de streek in een slecht daglicht zou stellen.

Ze willen niet storen, de waarheid ook niet verbloemen, maar vooral een zekere intimiteit uitstralen. Hij legde de streek rond Charleroi en de straten van zijn geboortestad Brussel met evenveel mededogen op de gevoelige plaat als zijn familieleven. Siciliaanse migranten en zwemmers, waaraan hij reeksen wijdde, werden even breekbaar weergegeven als de dieren en de planten die hij in een later stadium van zijn carrière zou fotograferen.

Zelf noemde hij zijn stijl 'intimistisch realisme'. De nieuwe objectiviteit die een fotopionier als Albert Renger-Patzsch voorstond, maar dan met een persoonlijker blik. In de reeksen over het Pays Noir en Brussel ziet Charlotte Doyen, die de expo mee opbouwde, gelijkenissen met hoe andere grondleggers van de documentairefotografie zoals Lee Friedlander en Walker Evans het leven op het Amerikaanse platteland of in de grootstad documenteerden.

Vertrouwdheid

'De fotografie volgt de loop van de mensheid, haar vooruitgang en haar rampen, de actualiteit die zal verdwijnen', zei Auquier vijf jaar geleden in een zeldzaam videointerview. 'Kunst is onsterfelijk, fotografie niet. Net omdat ze zal verdwijnen is ze breekbaar.'

De reden om kunst af te zetten tegen fotografie is eigen aan zijn parcours. Als beginnend fotograaf kreeg zijn vakgebied niet de erkenning die het nu heeft. Ooit exposeerde hij het werk van de gerenommeerde Amerikaanse fotograaf Paul Strand in het Théâtre National in Brussel. Het werd een flop. Zelfs mensen uit zijn directe omgeving vroegen hem wat hij in die foto’s zag: zo banaal en weinig kunstzinnig. Net die banaliteit van vaak erg herkenbare momenten, die direct weer vervlogen zijn, is op ‘L’instant qui fuit’ alomtegenwoordig. Door te klikken wanneer veel schaduw valt op het gelaat van een vrouw die haar haren borstelt, gaat er een universele vertrouwdheid en intimiteit van uit.

Uit de serie ‘Les nageurs’, 1976. ©

'Kijken, het moment dat ontsnapt fixeren, getuige zijn van de waarheid, fotograferen.’ Zo staat het op een museummuur en zo eenvoudig was het ook voor Auquier, in familiekring én op straat. Voor het avondlijke beeld van de eenzame fietser met op de achtergrond een mijnterril en een muur met ‘Rassemblement Wallon’ opgekalkt kreeg hij kritiek van de PS omdat het de streek in een slecht daglicht zou stellen. 'Maar daar was hij ongevoelig voor', zegt zijn goede vriend Jean-Marc Vantournhoudt, die nog les van hem kreeg aan Le 75 en de tentoonstelling in afwezigheid van de fotograaf hielp samenstellen. 'Hij kon alleen maar vastleggen wat authentiek was.'

Spel van licht en donker

Schoonheid had voor Auquier niets te maken met een knappe verschijning. ‘L’instant qui fuit’ toont originele analoge zwart-witafdrukken van zijn thematische series waarop de donkerte slechts laagje na laagje gaat vervellen. Alsof je ogen net als in de mijn even moeten wennen aan het gebrek aan licht. Het valt op hoeveel oog Auquier had voor de kameraadschap tussen de mijnwerkers en voor hun families. In de serie ‘La vie de famille’ toont hij geen kantelmomenten in het leven, maar gestolen ogenblikken van alledag. Zijn foto’s van het verkeer en winkelvitrines in Brussel verplaatsen het virtuoze spel van licht en donker naar een stedelijk decor. Beelden van zwemmers en dieren laat hij opgaan in hun omgeving zodat rimpelingen in het water of de desolaatheid van een stal de sfeer mee gaan bepalen.

Zo is het vergeten werk van een pleitbezorger van de fotografie ondanks hemzelf aan opwaardering toe. Auquier was destijds niet alleen het eerste afdelingshoofd fotografie aan Le 75, maar ook de eerste fotograaf die als lid van de aankoopcommissie kunst van het ministerie van Cultuur zou bepalen welke fotografen er in onze musea hangen. 'Naast zijn bescheidenheid is me altijd de eenvoud opgevallen waarmee hij spreekt over kunst in het algemeen', zegt Vantournhoudt. 'Die zit ook in zijn foto’s. Misschien hielp het feit dat hij zichzelf geen groot fotograaf vindt hem wel om die te bewaren.'

‘L’instant qui fuit’ van Yves Auquier, nog tot 17 januari 2021 in het Musée de la Photographie in Charleroi.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud