Advertentie
Advertentie

‘Het komt erop aan de juiste snaar te raken'

©BELGA

De Zes van Antwerpen kent iedereen. Maar de Belgische mode is meer dan Dries Van Noten of Ann Demeulemeester. Dat toont de expo ‘De Belgen, een onverwacht modeverhaal’ in Bozar.

De tentoonstelling begint prachtig. Een reuzegrote vitrine met Belgische modeprullaria en op de achtergrond een zwart-witafbeelding van het 16de-eeuws tapijt ‘De zegepraal van de deugden over de ondeugden: de mensheid overvallen door de zeven hoofdzonden’. Het wandtapijt, het orgineel hangt in het Jubelparkmuseum, heeft een grote symbolische waarde. Het moet aantonen dat textiel in het DNA van Vlaanderen en België zit. De voorwerpen in de vitrinekast illustreren dat verder. Een korset in de Belgische driekleur uit 1914-1918, de hoeden uit de carnavalsstoet van Binche, mannenbotten door Jan Fabre met blauwe bic gekleurd. En het eerste Gouden Spoel, in 1982 gewonnen door Ann Demeulemeester.

Die trofee is meer dan een aandenken. Het is het begin van het succesvolle Belgische modeverhaal. Paradoxaal genoeg lag de achteruitgang van de Belgische textielindustrie in het begin van de jaren 80 aan de basis van de trofee. De politiek wilde de textielsector helpen. Dat resulteerde in de oprichting van het Instituut voor Textiel en Confectie van België. De slogan ‘Mode, dat is Belgisch’ werd bedacht. En de Gouden Spoelwedstrijd werd in het leven geroepen.

©BELGA

Er is links in de grote zaal nog een kleine prelude. Een eenvoudige jurk uit de jaren 20 van Maison Norine hangt naast een dubbelportret van Frits Van den Berghe uit 1923. Hij portretteerde Honorine ‘Norine’ Deschryver en Paul-Gustave Van Hecke. Het koppel was een van de eerste Belgische modeontwerpers. Het zette zich af tegen de mode uit Parijs. De combinatie met het schilderij doet denken aan de modetentoonstelling van Dries Van Noten in het Modemuseum in Antwerpen. Helaas is er niet zoveel interactie met kunst op de expo. Jammer, want de combinatie werkt doorgaans wel.

Niet dat curator Didier Vervaeren een saaie tentoonstelling heeft gemaakt. Visueel is ze erg indrukwekkend. In de grote zaal creëert hij met zo’n 100 silhouetten een installatie die een perfect overzicht geeft van de Belgische mode. De poppen, met gesluierde gezichten, tonen begincreaties van Belgische ontwerpers, te beginnen met Ann Salens tot hedendaagse couturiers als rs. Het is een goed idee van Vervaeren, omdat je ziet hoe divers de Belgische mode is.

De Belgen hebben altijd een eigen visie gehad. We weten wat we willen en we doen geen toegevingen.
An vandevorst
Couturier

Na dat overzicht gaat de expo thematisch verder. Ze wil heel veel tonen waardoor ze diepgang mist. Maar ze toont wel de rijkdom van de Begische mode. In de zaal ‘Portraits’ toont Vervaeren de band tussen de ontwerper en zijn ontwerp. Grote spiegels onderstrepen de narcistische band die couturiers vaak hebben met hun werk. Visueel is het mooi, maar je blijft wat op je honger zitten. Met één paspop van Walter Van Beirendonck is zijn universum niet echt te vatten. Dat geldt ook voor andere ontwerpers.

©BELGA

Soms is de expo een beetje knullig. In vitrines wordt de inspiratiebron van vijf ontwerpers getoond. Bij Raf Simons is dat bijvoorbeeld een strakke foto die de strakheid van zijn ontwerpen moet illustreren. Een miniziekenhuiskamer moet de wereld van A.F. Vandevorst evoceren. Het duo bespeelt met zijn ontworpen uniformen en kruisen vaak dat thema, maar wat de expo toont, is wel een grote open deur.

Interessanter zijn de voorbeelden van uitstapjes van de ontwerpers naar de podiumkunsten. Tim Van Steenbergen ontwierp voor de Scala van Milaan. Van een ander kaliber, maar op hetzelfde plateau te zien, is het ‘Maria-kleedje’ van Ann Demeulemeester. Het verhaal willen we u niet onthouden. De parochiepriester van Sint-Andries in Antwerpen zocht voor een nieuw Maria-beeld de beste naaister uit de buurt. Iemand stelde Demeulemeester voor. Hij belde haar op en ze was zo gecharmeerd dat ze de opdracht aanvaardde.

De expo ‘De Belgen’ is de grootste maar niet de enige over de mode. De ‘Summer of Fashion’ in Bozar toont ook Italiaanse mode in ‘Bellissima’, de geschiedenis van het lingeriemerk Primadonna en iconische naaktfoto’s van ontwerpster Vivienne Westwood. Er is ook de film ‘The Honey Dress’ van Jean-Philippe Toussaint te zien. In Sabato leest u morgen over het modehuis Norine.

www.bozar.be

De vraag die overblijft, is of de Belgische mode een stijl op zich is. ‘Nee’, menen An Vandevorst en Filip Arickx, samen A.F. Vandevorst. ‘Iedereen heeft zijn eigen stijl. De Belgen hebben wel altijd een eigen visie gehad. We weten wat we willen en we doen geen toegevingen. Dat heeft er zeker mee te maken dat de meeste ontwerpers voor eigen rekening begonnen zijn, onafhankelijk van investeerders en fabrikanten’, meent Vandevorst. En de tijden zijn ook veranderd. ‘Wat is nog Belgisch?’, vraagt Arickx zich af. ‘Toen we begonnen waren de Japanners zot van de Belgen, zeker als die van de Antwerpse modeacademie kwamen. Maar de modewereld is nu zo internationaal geworden. Aan de modeacademie in Antwerpen studeren meer buitenlanders dan Belgen. Belgische mode is in die optiek relatief geworden. Moet je Belg zijn of in België gestudeerd hebben? Weet je waar het als ontwerper op aankomt? Je moet de juiste snaar weten te vinden.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud