Het leven in Rome, alsof u er zelf bij was

Oog in oog met de Romeinen mengt oude archeologische stukken met hedendaagse multimedia. ©luc daelemans

Met 250 topstukken uit het British Museum maakt de tentoonstelling ‘Oog in oog met de Romeinen’ in het Gallo-Romeins Museum in Tongeren een meeslepende tijdreis naar de bloeiperiode van het Romeinse keizerrijk. Het dagelijkse leven van de Romeinse burger staat centraal.

‘Het is heerlijk wonen in Palmyra. Of misschien kan ik het anders zeggen: het is dé plek om rijk te worden. Als je wat risico’s durft te nemen, uiteraard.’ Aan het woord is het Syrische handelskoppel Jedibel en Baya, uit de eerste eeuw na Christus. Ze zijn twee van de vele ‘ooggetuigen’ op de expo 'Oog in oog met de Romeinen' die in filmpjes vertellen hoe het leven er in het keizerrijk aan toe ging. De filmpjes zijn verspreid tussen de antieke objecten en passen naadloos in het geheel.

‘Ik sta garant voor elk woord dat de getuigen uitspreken,’ zegt classicus Patrick De Rynck, die de expo mee opbouwde. ‘Alles is gebaseerd op Romeinse teksten, archeologische vondsten en studies.’

De vele kasseiwegen die het Romeinse Rijk verbonden, waren oorspronkelijk bedoeld voor het leger. Maar ze werden later een krachtige motor voor de economie. Er was meer mobiliteit van goederen en personen dan ooit.

Het pronkstuk van de expo: het hoof van keizer Augustus. ©© The Trustees of the British Museum

In de tentoonstelling staat de menselijke ervaring centraal, van alle lagen van de maatschappij, en uit alle uithoeken van het Romeinse Rijk. Tijdens de hoogdagen van dat rijk in de eerste eeuwen na Christus strekte het zich uit van het huidige Engeland tot Syrië. Het Romeinse Rijk was een lappendeken van volkeren maar die beseften allemaal dat ze deel uitmaakten van een groter geheel. De expositie illustreert waarop die eenheid gebaseerd was: kruiken, kasseien en cultuur.

Het concept van de expositie komt uit het British Museum in Londen maar in samenwerking met De Rynck maakte het Gallo-Romeins Museum er een eigen versie van. Het voegde ook enkele stukken van zijn eigen collectie toe om de tentoonstelling te vervolledigen.

Ontstaan Romeins keizerrijk

49 v. Chr.: Julius Caesar marcheert met zijn leger van Gallië naar Rome en steekt de rivier de Rubicon over. De teerling is geworpen. Hij benoemt zichzelf tot consul, en later tot dictator van het Romeinse Rijk. Het betekent het einde van de republiek.

44 v. Chr.: Op 15 maart, de iden van maart, wordt Caesar vermoord door Marcus Brutus en enkele andere senatoren. Ze hopen de republiek terug te brengen maar ontketenen een burgeroorlog.

27 v. Chr.: Die korte burgeroorlog wordt gewonnen door Octavianus. Hij verandert zijn naam in Augustus en wordt de eerste keizer van het Romeinse Rijk. Hij zou tot 14 na Christus aan de macht blijven.

De expositie opent met een korte chronologische geschiedenis van het Romeinse Rijk. Dan kom je meteen bij het pronkstuk van de tentoonstelling: het portrethoofd van Augustus, de eerste keizer van Rome. Met Augustus begon het rijk aan een periode van relatieve rust en vrede.

Public relations

‘Hij was de eerste heerser die aan imagebuilding deed. Over het hele Romeinse Rijk werden duizenden standbeelden en muntstukken met zijn gezicht verspreid,’ zegt museumdirecteur Bart Distelmans. ‘Hij was 41 jaar aan de macht maar zijn beeltenis zou altijd jong en viriel blijven.’ Public relations avant la lettre.

Daarna volgen meer statige, marmeren beelden van Augustus’ opvolgers. Je zou bijna vergeten dat de parelwitte beelden in hun oorspronkelijke staat van top tot teen beschilderd waren in allerlei felle kleuren. Met de tand des tijds vervaagden die kleuren en tijdens de renaissance stond de witmarmeren eenvoud voor puurheid. De jongste jaren krijgen de oorspronkelijk bonte kleuren en de vrolijke schoonheid van de beelden meer aandacht. ‘Naar onze moderne standaarden zouden we het zelfs kitscherig gevonden hebben', zegt De Rynck.

De open opstelling van het tweede deel van de expositie weerspiegelt de geografische ligging van het keizerrijk. Centraal staan de objecten uit het Italiaanse schiereiland. Daarrond de vondsten uit de provincies.

De vele kasseiwegen die het Romeinse Rijk verbonden, waren oorspronkelijk bedoeld voor het leger. Maar ze werden later een krachtige motor voor de economie. Er was meer mobiliteit van goederen en personen dan ooit. Dat kwam de welvaart van het rijk alleen ten goede.

1 miljoen sestertiën

De zeldzame kelk in fluoriet. ©© The Trustees of the British Museum

Die welvaart kende ook excessen. ‘Er zijn maar twee kelken van deze soort bewaard gebleven', zegt De Rynck als hij halt houdt bij een van de extravagantste objecten van de expo. ‘De beker is gemaakt van fluoriet, een heel broos mineraal dat alleen in het huidige Iran werd ontgonnen. Er werden maar zelden stukken gevonden die groot genoeg waren om er een beker van te maken. Keizer Nero betaalde er destijds 1 miljoen sestertiën voor, meer dan 1.000 keer het jaarloon van een legioensoldaat.’

Natuurlijk bleef zo’n overmaat niet zonder kritiek. ‘De schrijver Plinius schreef een klacht over de prijs van de beker met een verrassende invalshoek', zegt De Rynck. ‘In moderne woorden beschreef hij dat de Romeinse handelsbalans niet goed zat. De beker kwam uit het Oosten en hij vond dat er te veel aan import en niet genoeg aan export werd gedaan.’ Protectionisme bestond dus zelfs bij de Romeinen al. ‘Ik durf het woord globalisering niet te gebruiken maar zelfs toen waren er al verregaande handelsstromen en -contacten met China en Sub-Sa­ha­risch Afri­ka.’

Lady Di uit Rome

Het is niet de enige hedendaagse parallel die De Rynck trekt. We stoppen bij een enorm hoofd van keizerin Faustina. ‘Zij was een beetje een Romeinse Lady Di. Ze had een heel goede reputatie, was door iedereen geliefd. Net als de Britse prinses Diana stierf ze ook heel jong.’

‘Dit hoofd komt uit de Turkse tempel in Sardes', zegt De Rynck. ‘Die stad werd uitgekozen om de keizercultus te vestigen. Daardoor kreeg het een heel goede reputatie en kwamen er heel veel bezoekers, reizigers en handelaars langs. Die strategie is een typisch Romeins bestuursprincipe. De Romeinen overtuigden de lokale elite en verspreidden zo langzaam hun cultuur en gezag.’

Maar de Romeinse cultuur werd nooit even dominant opgelegd als de belastingplicht. De geannexeerde volkeren mochten hun eigen goden houden, ze moesten de Romeinse goden er gewoon bijnemen. Dat leidde tot interessante vormen van symbiose, zoals een beeld uit Alexandrië waar de Romeinse god Jupiter als Horus werd afgebeeld.

‘De jongste jaren is er almaar meer aandacht voor de uitwisseling tussen veroveraar en veroverde', zegt de Rynck. ‘De Romeinen namen soms zelfs goden van veroverde volkeren over. Zoals de Mithras-cultus. Mithras was een oosterse god, maar zijn cultus verspreidde zich over het hele rijk, tot in Tienen zelfs, waar een heiligdom is teruggevonden.'

De tentoonstelling loopt van 6 februari tot 1 augustus in het Gallo-Romeins Museum in Tongeren. Tijdens de krokusvakantie breidt het museum zijn openingsuren uit. Bezoekers zijn welkom tot 20 uur.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud