reportage

Het leven na de dood van Raoul De Keyser

©SISKA VANDECASTEELE

Zes jaar geleden overleed Raoul De Keyser. De stille schilder uit Deinze werd 82 en liet een rijk en fascinerend oeuvre na dat vooral bij zijn collega-kunstenaars uit binnen- en buitenland hoog in aanzien staat. Het S.M.A.K. in Gent vond de tijd rijp voor een eerste grote retrospectieve. De Tijd mocht op atelierbezoek.

Aan de rand van Deinze, aan het einde van een straat waar de plaatselijke middenklasse leeft en slaapt, staat een witte, modernistische kubus. In dat huis woonde en werkte Raoul De Keyser tot aan zijn dood in 2012.

Drie dagen voor de opening in het S.M.A.K. worden we er ontvangen door zijn zonen Piet (63) en Luc (65) De Keyser, die ook S.M.A.K.-curator Martin Germann naar het heiligdom hebben ontboden. Piet De Keyser beheert het atelier en de woning, Luc De Keyser behartigt de zakelijke belangen van de familie. Het huis is inmiddels fors verbouwd en het wordt nu bewoond door een van de kleinkinderen.

‘Toen mijn vader hier nog woonde, wilde hij niet dat er ook maar iets werd veranderd’, vertelt zoon Piet. ‘Het regende soms binnen, er was geen dubbele beglazing, de elektriciteit was niet meer in orde, maar dat donderde allemaal niet. ‘Het huis wordt oud samen met mij’, dicteerde hij.’

We gaan de trap op naar de eerste verdieping, naar het atelier annex mini-documentatiecentrum waar de mythe Raoul De Keyser werd gecreëerd, en waar ze vandaag nog steeds wordt aangewakkerd en gekoesterd.

©SISKA VANDECASTEELE

Wie was Raoul De Keyser?

Een zoon van een cafébazin en een timmerman. Een jongen zonder diploma die via examens carrière maakte in de ambtenarij: op het einde van zijn loopbaan was hij adviseur van de regeringscommissaris aan de universiteit Gent, tot zijn pensionering in 1990.

Een journalist. Vanaf de jaren 50 tot 1970 was hij kunstcriticus en vooral sportverslaggever voor diverse kranten. Een echtgenoot en vader van drie kinderen: Piet, Luc en Jan (52). Een niet-opgeleide kunstschilder. Hij deed de microbe op bij een oom aan moederskant en volgde drie maanden tekenles bij Roger Raveel.

Maker van schijnbaar zeer eenvoudige maar tegelijk zeer raadselachtige, overwegend kleine doeken. Componist van picturale ‘minimal music’ die louter bestaat uit kleur, verf, gebaar, vlakken, punten en strepen. Werk dat tegelijk speels en ernstig, verleidelijk en tegendraads is, maar altijd zintuiglijk en zelfs erotiserend. De lievelingsschilder van vele schilders.

‘We willen niet dat het een museum wordt’, zeggen Piet en Luc wanneer we het atelier betreden. Aan de muren affiches van zijn tentoonstellingen. De vloer vol met verfspatten, sommige decennia oud. Een oud doek op een ezel. Allerlei artefacten in kartonnen dozen. De blauw-gele voetbalkous die hij schilderde. Op de grote tafel een paar takken van de apenverdriet, de vreemde boom met harde schubben die nog steeds in de tuin staat en die hij ook zo vaak in zijn schilderijen gebruikte: figuratief en abstract, hard en zacht, soms onherkenbaar als een spinnenweb van snelle borstelstreken.

Het raam aan de voorkant: daar keek hij uit over het voetbalveld van SK Deinze. Maar als iemand zijn groene schilderijen met witte krijtlijnen figuratief noemde, schudde hij het hoofd: het waren toch gewoon vlakken met lijnen? En als iemand ze abstract vond, schudde hij opnieuw: dat was toch gewoon een voetbalveld?

Wie was de kunstenaar Raoul De Keyser?

‘Hij noemde zichzelf ooit een abstracte realist, zegt Martin Germann, de jonge Duitser die de tentoonstelling in het S.M.A.K. cureert. ‘Anderen noemen hem een figuratieve minimalist. Ach, ik denk dat hij vooral een speelvogel was. Hij speelde ‘the game of painting’. Wij proberen in de tentoonstelling te laten zien hoe hij dat spel speelde.’

Waarom brengt het S.M.A.K. nu een overzicht van het oeuvre van De Keyser?
Martin Germann: ‘Omdat hij de boeiendste, de spannendste, de meest avontuurlijke én de meest ongrijpbare figuur is in de Belgische schilderkunst van na de oorlog. En omdat zijn schilderijen een gevoeligheid, een tactiliteit hebben die in de huidige kunstervaring verloren dreigt te gaan. In dit digitale tijdperk zijn mensen het contact met de materie aan het verliezen. Het werk van Raoul ís materie.’

‘Ik wil niet vervallen in romantische clichés, maar dit werk moet je niet alleen zien, je moet het vóélen. Je kunt de schilderijen van Raoul bijvoorbeeld onmogelijk fotograferen met je smartphone - enfin, je kunt dat wel, maar het heeft geen enkele zin, er blijft niets van over. Elk doek van hem, hoe klein ook, kun je afpellen als een ui. Het bevat zoveel lagen, van verf en van... (denkt na) schilderkunstige handelingen. Tegelijk is het werk extreem zwijgzaam. En toch gaan we de muren van het S.M.A.K. niet volplamuren met teksten. De toeschouwers moeten kijken, niet lezen. Ik geloof deze keer heilig dat de ervaring heilzaam gaat zijn.’

Raoul De Keyser heeft een kleine duizend schilderijen gemaakt, tekeningen en werken op papier niet meegerekend. Welke selectie krijgen we te zien?
Germann: ‘Zo’n 120 schilderijen, plus 60 werken op papier en elf aquarellen. Met een nadruk op de jaren 60 en 70. In de allereerste werken is nog de invloed van Jean Brusselmans zichtbaar. De eerste drie schilderijen in de expo tonen bijvoorbeeld een vergezicht uit het venster: je ziet de tuin, maar ook nog een deel van het interieur en een hoek, allemaal zeer grof geschilderd. Het tweede werkje isoleert het tuinfragment, het derde werkje is het hoekfragment. Al in zijn vroegste werken heeft Raoul zijn programma opgezet: herhalen en spiegelen. Nagenoeg elk beeld heeft een voor-beeld en een na-beeld.’

‘Daarna wordt het werk scherper en grafischer. Maar toch moet je voorzichtig zijn. Veel mensen kennen het schilderij met die harde, bijna fotografische close-up van een stuk prikkeldraad. Wel, de titel van dat schilderij is ‘Gampelaere omgeving’ (uit 1967, red.). Omgeving’ is veel, hè. In de tentoonstelling zul je zien dat de achtergrond van die prikkeldraad een heel zacht landschap is.

‘Eind jaren 60 komt dan de lijn in het spel. Mondriaan probeerde zijn lijnen zo recht mogelijk te schilderen, De Keyser deed krek het tegenovergestelde: zijn lijnen waren net níét recht, hij probeerde ze leven te geven.’

‘Onze tentoonstelling is chronologisch opgebouwd, we proberen het publiek een beetje door al die verschillende fases van zijn artistieke bestaan te leiden. De jaren 80 gaan over water en land, in de jaren 90 is er de hemel en de oneindigheid, plus de nabijheid van de huid, en daarna gaat het draaien om verbergen, terughalen, herinneren.’

(denkt na) ‘Eigenlijk heeft Raoul altijd hetzelfde gedaan. Maar toch ziet het er altijd anders uit.’

©SISKA VANDECASTEELE

Waar zet u Raoul De Keyser op de kunsthistorische kaart?
Germann: ‘Hij staat als kunstenaar ergens op de grens van het modernisme en het postmodernisme. Eigenlijk wil ik hem niet positioneren. Hij was extreem zichzelf, dat maakt hem zo uniek. Ik zou hem een conceptuele impressionist durven te noemen, maar ook uit dat hokje zal hij weer ontsnappen.’

‘Net zoals andere Belgische kunstenaars als Lili Dujourie en Thierry De Cordier zweeft hij altijd langs de rand van de grote internationale stromingen: het fundamentele onderzoek van verf in de jaren 70, de nieuwe honger naar beelden in het neo-expressionisme van de jaren 80. Maar je ziet dan telkens dat hij zich een beetje laat duwen, maar zich nooit laat leiden.’

‘Dat hij altijd hier in Deinze is gebleven, is veeleer persoonlijke anekdotiek. De Keyser zou zijn dialoog met de kunst en met de wereld van overal hebben kunnen voeren. Net zoals iemand als Jef Geys brengt hij periferie en centrum in een merkwaardige relatie bij elkaar. En internationaal zie ik figuren als Brice Marden, Gerhard Richter en Robert Ryman op hetzelfde kruispunt staan als Raoul.’

Heel veel schilders, oud en jong, kijken naar hem op. Waarom?
Germann: ‘Ja, iedereen heeft ongelooflijk veel respect voor Raoul. Luc Tuymans en Michaël Borremans hier in België... En toen ik vorig jaar de tentoonstelling met Gerhard Richter in het S.M.A.K. mee voorbereidde, vroeg ik hem of hij het werk van Raoul De Keyser kende en wat hij ervan vond. ‘Sehr gut’, was zijn antwoord. Nu, Richter zegt zelden iets over andere schilders. Als hij ‘sehr gut’ zegt, weet ik wel zeker dat hij fenomenaal goed bedoelt.’

‘Nogmaals: Raoul De Keyser heeft een manier gevonden om met de wereld te dialogeren via schilderijen zonder veel figuratie en zonder veel verhaal. Het schilderen zelf, het aftasten van de grenzen van de materie, was voor hem het enige verhaal. Hij heeft eens gezegd: ‘Elk werk is voor mij een soort essay.’ Ik denk dat hij dat nogal dubbelzinnig bedoelde. In ‘essay’ zit ook ‘essayer’: proberen. Met andere woorden: Raoul De Keyser heeft in het schilderen de vrijheid gevonden. Dàt waarderen al die andere kunstenaars, want wat hij heeft gedaan ervaren ze zelf als bevrijdend.’

Wij zijn wellicht de meest vrijgevige van alle nazaten van kunstenaars, zeker geen poenpakkers.
Luc De Keyser

‘Niet slecht, hè, voor een zoon van een cafébaas uit Deinze?’, lacht zijn zoon Piet. De broers zijn al een halfuur bezig kleine schilderijtjes van hun vader op te hangen in het atelier. Ze hebben deze ochtend een groep blinden op bezoek gehad. Die mochten alles aanraken, maar de doeken van Raoul hadden ze voor alle veiligheid toch maar weggehaald. Nu worden ze een voor een opnieuw op hun plaats gehangen.

‘Ik sliep hier in de kamer naast het atelier’, zegt zoon Luc. ‘Soms hoorde ik mijn vader om drie uur ’s nachts nog rondsloffen. Hij was 24 uur op 24 bezig. ’s Nachts met zijn kunst, overdag met zijn werk als ambtenaar, tussendoor met zijn gezin met drie kinderen. Maar al bij al hebben wij een normale jeugd gehad. Alleen op het gebied van muziek waren wij wat excentriek. Eind jaren 60, begin jaren 70 had mijn vader al contact met Nederlandse galeriehouders, en die brachten nieuwe muziek mee: Frank Zappa, Pink Floyd. En mijn vader luisterde ook veel naar de minimalistische muziek van John Cage, Terry Riley en Steve Reich.’

Piet: ‘Hij sleepte ons ook al op jonge leeftijd - ik denk dat we zes à zeven waren - mee naar het Stedelijk Museum in Amsterdam, naar tentoonstellingen van Jasper Johns, Al Held of Robert Ryman. Maar ook dat hebben we nooit als dwang ervaren. Hij zei trouwens weinig op die momenten, hij liet ons kijken. Zelf stond hij soms een uur naar een of twee werken te turen. Die hielden zijn aandacht vast, al de rest zag hij niet eens.’

Is hij een aanwezige afwezige? Zijn statuur in de kunstwereld wordt steeds groter. Wordt zijn aanwezigheid in jullie leven ook manifester naarmate hij langer dood is?
Luc: ‘Moeilijke vraag. We hebben ons de jongste jaren in elk geval intens beziggehouden met dit atelier en met zijn archief. Documentatie, brieven, artikelen uit kranten en tijdschriften: die hebben we geordend en geschonken aan de Universiteit Gent. Nu, wij zijn geen professionele archivarissen en hij heeft ons niet voorgeschreven wat we moesten doen na zijn dood. Dus het klopt: hij is weg en niet weg.’

Piet: ‘Mijn vrouw vindt dat het erger is dan vroeger, toen hij er nog was. Laatst zei ze: het lijkt wel alsof ik getrouwd ben met Raoul De Keyser. (lacht) Vroeger konden we hem alles vragen over alles. Nu moeten we zelf navigeren door de wereld van de hedendaagse kunst: meester-tactici proberen te zijn in een extreem professionele en internationale omgeving. Dat is geen kattenpis.’

Het grote geld wordt tegenwoordig verdiend met ‘estates’ van overleden kunstenaars. Alle internationaal opererende galeries jagen op de artistieke nalatenschap van figuren als uw vader. Is er nog geen Estate Raoul De Keyser in de maak?
Luc: ‘Daar is al sprake van geweest voor mijn vader stierf, maar hij heeft dat idee zelf getorpedeerd. Hij zei: ‘Laat me gerust, ik wil schilderen.’ Paperasserij en vergaderingen vond hij, zeker aan het einde van zijn leven, puur en kostbaar tijdverlies.’

Een abstracte realist, een figuratieve minimalist? Ik denk dat Raoul De Keyser vooral een speelvogel was.
Martin Germann, curator van de expo in het S.M.A.K.

‘Hij was wel aangesloten bij Sabam. Met die vereniging zijn nu afspraken gemaakt over de reproductierechten van zijn werken. Wij zijn wellicht de meest vrijgevige van alle nazaten van kunstenaars, zeker geen poenpakkers, maar we moeten nu wel een kader scheppen voor onze kinderen.’

‘De vaste galeries van onze vader, David Zwirner in New York en Frank Demaegd van Zeno X in Antwerpen, hebben wel al hun hulp aangeboden, maar concrete voorstellen hebben we niet gekregen.’

Piet: ‘Maar als we dat zouden doen, als we zo’n estate oprichten en de exploitatie daarvan uit handen geven, dan komen ze hier op een goede dag alles fotograferen en ophalen, hè. Dan nemen ze wat Raoul ons heeft nagelaten gewoon in beslag. Ik weet niet... (kijkt rond, maakt zijn zin niet af) Als jullie het mij niet kwalijk nemen ontkurk ik nu een fles Sancerre, de wijn die mijn vader zo graag dronk, bij een sneetje biobrood met geitenkaas. Iemand?’

‘Raoul De Keyser. Oeuvre’, van 22 september tot 27 januari 2019 in S.M.A.K., Jan Hoetplein 1, Gent. www.smak.be

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content