Het papieren universum van Pierre Alechinsky

'Central Park' uit 1965. Pierre Alechinsky slingerde tussen duistere abstractie en stripachtige figuratie. ©MRBAB

De Belgische kunstenaar Pierre Alechinsky blijft op zijn 93ste onverdroten voortwerken. De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel tonen zijn tekeningen van vroeger en nu in de expo Carta Canta.

Wat zou Pierre Alechinsky van zijn grote tekeningententoonstelling in Brussel vinden? We hadden het hem graag zelf gevraagd. Maar de meester is in 2017 gestopt met het geven van interviews. Hij was toen 90 geworden. Hij vond dat het welletjes geweest was met praten over zijn werk. Hij wilde zich op zijn oude dag alleen nog toeleggen op wat echt belangrijk was: kunst maken. Ook nu nog is hij elke dag in zijn atelier in Bougival nabij Parijs te vinden. Een dag niet gecreëerd is een dag niet geleefd.

Met Carta Canta brengen de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel een uitgebreide retrospectieve van Alechinsky's tekeningen. Dat zijn in zijn geval geen tussendoortjes of schetsen voor grote schilderijen. Bij de Brusselse kunstenaar vormen tekeningen en schilderijen een organisch geheel.

De essentie

  • De expo Carta Canta in de Konninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel focust op de tekeningen van Pierre Alechinsky.
  • Hij is 93 en woont en werkt in Frankrijk. Zijn atelier bevindt zich in Bougival bij Parijs.
  • Alechinsky is illustrator van opleiding. Hij maakt zelf nauwelijks onderscheid tussen tekeningen en schilderijen.
  • Hij is gefascineerd door gebruikt papier. Veel tekeningen, in acrylverf of Chinese inkt, maakt hij op enveloppen, rekeningen, brieven, nota's en kassabonnetjes.

De gemeenschappelijke noemer is papier. Dat hoeft voor Alechinsky geen wit blad te zijn. Letterlijk. Hij hield ervan om op volgeschreven bladen voort te borduren. Voorbeelden te over op de expo. Een rekening uit het befaamde Hotel Chelsea in New York vormt de grondstof voor een geometrische tekening. Voorts is het genieten van briefomslagen, kaarten, nota's en rekeningen die Alechinsky met tekeningen bewerkte.

Het lijkt eenvoudig - misschien is het dat voor hem ook wel - maar het is zeker geen vrijblijvend of esthetisch tijdverdrijf. Voor Alechinsky betekenen de interventies nieuw leven inblazen in reeds gebruikt papier. Het papier zingt opnieuw, luidt het. Vandaar Carta Canta, de titel van de tentoonstelling. Zingend papier.

Huiskunstenaar

Je zou Alechinsky bijna de huiskunstenaar van de Musea voor Schone Kunsten in Brussel kunnen noemen. De instelling bezit meer dan 270 werken, vaak verkregen uit schenkingen. De expo toont er 120. Ze meandert doorheen de hele musea, zij het niet door de zalen van de oude meesters. Die zijn door personeelsgebrek tot oktober gesloten.

Daar staat dan weer tegenover dat het Fin-de -Siècle Museum diep onder de grond wel heropend is. Daar vind je tekeningen van Alechinsky in combinatie met werk van James Ensor. Hij was een grote fan van de Oostendse meester. Alechinsky creëerde zelf ook een universum waarin maskers en doodshoofden een grote rol speelden. Als je ze ziet hangen naast de schetsen van Ensor valt de gelijkenis in volle glorie op. De twee vormen een mooi duo.

Je kan ook een uitstapje maken naar het Magritte Museum voor Alechinsky's 'Rue de Mimosas' uit 2008. In die straat woonde Magritte. Alechinski integreerde een werk van de surrealistische meester in zijn eigen schilderij. Het is een eerbetoon.

Schokdempers als benen

De hoofdbrok van de tentoonstelling bevindt zich in een grote zaal op het gelijkvloers van de musea. Hij schetst de carrière van de kunstenaar. Alechinsky volgde van 1944 tot 1948 een opleiding illustratie en typografie aan de Brusselse kunstenschool La Cambre. Daarna volgde een kort intermezzo bij de Cobra-beweging. De oudste tekeningen op de expo dateren uit 1948. Het is een reeks over het thema 'beroepen'. Ze zijn grappig en inventief. Een garagist heeft schokdempers als benen. Een houthakker is een mannetje opgetrokken uit houten palen en houtsnippers.

Venster op binnenplein, 1977. Alechinsky maakte stripachtige tekeningen zonder logische verhalenstructuur. ©MRBAB

Van groot belang in de carrière van Alechinsky is zijn ontmoeting met de Chinese kunstenaar Walasse Ting. Die leert hem op de oosterse manier tekenen: papier op de grond, kom met Chinese inkt in de linkerhand en met het penseel in de rechterhand het werk uitvoeren. De oosterse mystiek zal nooit meer uit het oeuvre verdwijnen.

Het werk van Alechinsky slingert voortdurend tussen donkere abstractie en stripachtige figuratie. Het is pas als je al die geschilderde tekeningen bij elkaar ziet hangen dat het opvalt hoe gevarieerd zijn oeuvre is. De tekeningen werden in de jaren 50 en 60 ook almaar groter, alsof hij wilde wedijveren met de Amerikaanse toonaangevende kunstenaars als Jackson Pollock. Er zit een zekere gelijkenis in de driptechniek.

Monster

In 1965 zette hij tijdens een verblijf in de buurt van Central Park in New York een nieuwe stap. Naar eigen zeggen kreeg hij in zijn hotelkamer op de 50ste verdieping een visioen waarin een monster in het park een grote rol speelt. Hij ging ermee aan de slag. Hij maakte verschillende versies van 'Central Park', waarvan op de expo voorbeelden te zien zijn. De tekeningen in Chinese inkt zijn woest. Alsof inderdaad een monster in Alechinsky en het New Yorkse park verscholen zat.

De oosterse mystiek verdwijnt nooit uit het oeuvre van Pierre Alechinsky.

In New York begon hij te werken met acrylverf. Die is vloeibaarder en sneller droog dan olieverf. Daardoor is ze gemakkelijker hanteerbaar. Hij begon ook met zijn kanttekeningen. Grote werken boordde hij af met aparte tekeningen. Die maakte hij afzonderlijk. Hij bracht ze daarna aan de randen van het centrale werk aan.

In de centrale inkomhal van de musea hangt van dat soort werken het monumentale 'Passerelle' uit 1965. Het is een mysterieus werk, waarbij het centrale gedeelte is onderverdeeld in vierkanten met rode tekeningen. Wat je precies ziet, is niet duidelijk. Het lijkt op een stripverhaal waarvan de verschillende tekeningen lukraak naast elkaar staan. Het geheel wordt afgewerkt met grijs-wit-zwarte randtekeningen.

Ont-schilderen

Onderweg naar het Fin-de- Siècle Museum kom je nog zo'n grote, gekleurde tekening tegen die de aandacht lang vasthoudt. Het gaat om 'Soms is het omgekeerd' uit 1976. Het doet qua compositie een beetje denken aan het beroemde 'La Danse' van Henri Matisse, te zien in de Hermitage in Sint-Petersburg. Bij Alechinsky kronkelen figuren door en over elkaar. Ensor wordt afgewisseld met Bruegel. Onderaan het werk is weer een reep met kanttekeningen aangebracht op reeds volgeschreven papier. Het gaat om elementen die ook in het centrale gedeelte te zien zijn, maar dan anders gerangschikt.

'Soms is het omgekeerd', 1976. ©MRBAB

Het is typisch Alechinsky omdat hij zelf het verschil tussen tekenen en schilderen en schrijven opheft. Hij noemde 'Soms is het omgekeerd' een voorbeeld van 'ont-schilderen' en 'ont-schrijven'. Het is op die kruising dat hij zijn eigen universum heeft opgebouwd.

Canta Carta loopt tot 1 augustus, alle bezoekersinfo op fine-arts-museum.be.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud