In het spoor van Jan van Eyck

©DidierVerriest

In het hart van de Bourgogne brengt het kunstenaarsduo Reniere & Depla deze zomer meer dan honderd werken van 22 hedendaagse, hoofdzakelijk Vlaamse kunstenaars samen. ‘We hopen dat het een biënnale kan worden.’

Tijdens hun dwaaltochten door Europa werd het schildersduo Paul Reniere en Martine Depla verliefd op het stadje Autun in de Bourgogne. Hun uitvalsbasis blijft Watou, maar in 2016 richtten ze in Autun een tweede atelier in, in een 16de-eeuws huis. Van de Romeinen tot Napoleon, de geschiedenis heeft haar sporen en littekens nagelaten in de stad. De kanselier Nicolas Rolin werd er in 1435 geschilderd door Jan van Eyck, de hofschilder van de Bourgondische hertogen.

©Cedric Verhelst

De historische banden tussen Vlaanderen en Bourgondië vormen een rode draad in Art Autun # 2018. Maar ook traditie, tijd en vergankelijkheid zijn puzzelstukken van het kunstparcours. Berlinde De Bruyckere, Sofie Muller, Hans Op de Beeck, Jan Van Imschoot, Peter De Koninck, Sarah Westphal, Yves Velter en Léon Spilliaert, het is maar een greep uit de 22 kunstenaars die eraan deelnemen.

‘Nadat we een tijdje in Autun waren geweest, werd het een noodzaak de tentoonstelling op te zetten, met Vlaamse kunstenaars’, zegt Depla. ‘Met Art Autun willen we de band tussen Vlaanderen en Bourgondië in de verf zetten. Je voelt en ziet die in de gebouwen en de fysionomie van de inwoners. Er is een gedeelde geschiedenis.’

‘De Bourgondische hertogen bestuurden in de 15de eeuw een machtig rijk, van Utrecht tot Macon’, vult Reniere aan. ‘De koning van Frankrijk zag hen als grote rivalen. De beroemde kanselier Rolin woonde in Autun, zijn paleis is nu een museum. Het is een van de drie plekken die we voor onze tentoonstelling gebruiken.’

‘Tot 1805 hing het meesterwerk van Jan van Eyck ‘De maagd van kanselier Rolin’ in Autun. Maar op bevel van Napoleon werd het schilderij naar het Louvre in Parijs gebracht. Autun verzette zich en Bonaparte vroeg aan de kunstschilder Ingres een nieuw schilderij te maken voor de kathedraal van Autun: ‘Het martelaarschap van St Symphorien’, een immens stuk van 4 bij 3 meter. Vermoedelijk is toen een gipsen afgietsel van de handen van Ingres in het Musée Rolin terechtgekomen. Dat afgietsel hebben we bij toeval in het museumdepot ontdekt. We tonen het in een confrontatie met een handensculptuur van De Bruyckere.’

Uw motto is ‘Ce qui pèse et ce qui nourrit’ van Rainer Maria Rilke. Wat bedoelt u daarmee?

Martine Depla: ‘Rilke schreef over een appelboom die gebukt gaat onder het gewicht van zijn vruchten, maar die vruchten zijn ook voedzaam. Zo simpel is het. Maar er zijn veel interpretaties mogelijk.’

Paul Reniere: ‘De weelde van de toenmalige Bourgondische hertogen werd voor een deel mogelijk gemaakt door de rijkdom van Vlaanderen. Je kunt het zo zien. Ze hebben Vlaanderen geannexeerd en daar is rijkdom en schoonheid uit voortgekomen, met hofschilders als Jan van Eyck en Rogier Van der Weyden. Je kan de zin van Rilke politiek invullen. Hoe wegen migratiegolven op de samenleving en kan daar iets moois uit voortkomen? Maar je kan het ook individueel bekijken. Kunstenaars maken vanuit tegenslagen of psychische belasting prachtige dingen. Problemen kunnen de motor van de creativiteit zijn.’

©Cedric Verhelst

Aan welke kunstenaars denkt u?

Depla: ‘Léon Spilliaert is zo’n figuur die met het leven geworsteld heeft. We tonen twee werken van hem. Hij is voor ons een spilfiguur. Autun is een plek waar hij ’s avonds had kunnen ronddwalen, de sfeer van zijn werk hangt er in de straten. Jan Van Imschoot wilden we er ook bij hebben.’

‘Voorts is Godfried Vervisch een merkwaardige kunstenaar. Zijn werk en dat van Van Imschoot vertonen opmerkelijke overeenkomsten. Vervisch, die in 2014 op zijn 84ste stierf, was een vergeten koppigaard, die wild en expressionistisch bleef schilderen toen de abstractie hoogtij vierde en die met zijn kop tegen de muur liep. Dat zijn dus drie worstelende kunstenaars.’

Slaat uw motto ook op het belang van de traditie?

Depla: ‘Daarom is Spilliaert zo belangrijk. Veel hedendaagse Vlaamse kunstenaars zijn schatplichtig aan hem. Tegelijk is hij voor de Fransen een ontdekking. Quinten Ingelaere, Tinus Vermeersch en wijzelf vallen onder de traditie. We gebruiken een schildertechniek die teruggaat op de Vlaamse primitieven, maar we overstijgen die traditie door onze hedendaagse aanpak en thema’s. Er is momenteel veel uitstekende Vlaamse schilderkunst. We tonen veel schilders. Dat renouveau van de schilderkunst bestaat totaal niet in Frankrijk.’

Reniere: ‘Dat schilderkunstige zit in de kleurrijke sculpturen van Tamara Van San, in een terracotta met bladgoud van Tinus Vermeersch en in het beeld van Hans Op de Beeck dat een opmerkelijke coating heeft die het licht lijkt op te zuigen.’

In uw eigen schilderijen spelen de vervlogen tijd, het verval en de melancholie een grote rol. Is dat ook een rode draad in Art Autun?

Reniere: ‘Het is zeker een rode draad, dat is nu eenmaal onze gevoeligheid. We trekken graag een subjectief spoor. Ik denk aan de etsen van Peter De Koninck. Daarin zijn tijd, historiciteit en aftakeling essentieel. De schilderijen van Stefan Peters hebben dan weer een bevreemdende tijdloosheid in zich. En de albasten kop met zijn groeven en littekens, een melancholische sculptuur van Sofie Muller, hangt tussen de overblijfselen van het graf van de Heilige Lazarus in Musée Rolin. Er zit ook veel bevreemding en stilte in de schilderijen van Steven Peters Caraballo, de sculpturen en foto’s van Sarah Westphal en de doorwrochte houtskooltekeningen van Maaike Leyn.’

U gebruikt drie totaal verschillende gebouwen in Autun.

Profiel Paul Reniere en Martine Depla

Paul Reniere (62) studeerde Vrije Kunsten aan Sint-Lucas Gent. Martine Depla (64) studeerde Beeldende Kunsten aan de Academie van Poperinge. Ze schilderen met acrylverf en baseren zich op zelfgenomen foto’s.

In 1995 begonnen Reniere & Depla samen te werken. Ze maken sindsdien geen onderscheid meer tussen wie wat geschilderd heeft.

Reniere & Depla hielden de voorbije 20 jaar meerdere solotentoonstelllingen in Galerie S&H De Buck in Gent en De Queeste Art Galerie in Abele/Watou. In 2009 werd hun werk opgenomen in ‘Fading’ (Museum van Elsene) een overzicht van de Vlaamse schilderkunst met onder anderen Luc Tuymans, Michaël Borremans, Koen Van den Broek en Jan Van Imschoot.

www.reniere-depla.be

Depla: ‘We voelen ons goed op plekken waar de tijd zijn werk heeft gedaan. Het Musée Rolin, een provinciaal museum, moest erbij. Je kan zo’n project niet uit het niets laten ontstaan. Het was ook een toets voor ons. We hebben de door ons gekozen kunstenaars eerst aan de museumdirectie voorgesteld. Het enthousiasme was meteen groot.’

‘Daarnaast gebruiken we het Hôpital Saint-Gabriel, een ziekenhuis dat al 15 jaar leeg staat. Je stapt er binnen in de sfeer van de jaren 60: roze, blauw en beige geschilderde kamers en gangen, restanten van zuurstofleidingen en een ontruimd operatiekwartier met een merkwaardig uitzicht over de stad.’

‘In Musée Rolin confronteren we de hedendaagse kunstenaars met het museumbezit, in het ziekenhuis heeft elke kunstenaar zijn eigen zone of kamer. Daar zorgen we voor een associatief visueel parcours, als je terugloopt - en dat kan niet anders - ontdek je weer nieuwe dingen.’

Reniere: ‘Het Musée Lapidaire is de derde ruimte, een bijzondere plek. Het lapidarium bevindt zich in een oude Romaanse kapel met een kloostergang uit de 19de eeuw. Het bevat de archeologische vondsten van Autun. Renato Nicolodi en Filip Vervaet hebben nieuw werk gemaakt voor die plek.’

Hoe zijn de reacties in Autun?

Reniere: ‘Het begon allemaal in september 2016, toen we voor de Open Monumentendag zes schilderijen hebben getoond in het bisschoppelijk paleis. Er was veel belangstelling. Toen we aan de burgemeester zeiden dat Autun zich profileert als ‘ville d’art et d’histoire’, maar dat niet doortrekt naar het heden, raakte dat een gevoelige snaar.’

‘De stad Autun en de burgemeester, inmiddels een nieuwe jonge kracht, steunen ons project, samen met het département Saône-et-Loire en het Franse ministerie van Cultuur. Maar de tentoonstelling is alleen maar mogelijk omdat we er zelf veel energie in steken en vooral omdat de kunstenaars grenzeloos enthousiast zijn. We hebben geen productiebudget.’

Depla: ‘Bij de presentatie van Art Autun aan de plaatselijke bevolking zat de bioscoop vol. Er waren 200 mensen. Ze zijn helemaal mee, net zoals de boekhandel, de cinema-uitbater en de horeca. De stad hangt vol affiches. Als dit een succes wordt, willen we er graag een biënnale van maken.’

Art Autun # 2018 loopt nog tot 26 augustus in Autun, Frankrijk. Gesloten op dinsdag. De catalogus is een uitgave van Snoeck (25 euro).

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content