Kanaalmuseum in Brussel kost 150 miljoen

© Tim Dirven ©Tim Dirven

Bijna vier jaar na de lancering door de Brusselse regering krijgt ‘Kanal-Pompidou’ eindelijk vorm. Het nieuwe museum in de oude Citroëngarage opent ten laatste begin 2023.

‘Brussel krijgt zijn eigen Guggenheimmuseum.’ De verkiezingsbelofte van Brussels minister-president Rudi Vervoort (PS) dateert alweer van mei 2014. Al vlug bleek de vooropgestelde timing - 2017 - te optimistisch.

De Brusselse regering kon pas in 2015 de Citroënsite aan het IJzerplein verwerven. Het museum komt in het voormalige hoofdkantoor van de Franse autobouwer. Vorig jaar werd met het Centre Pompidou een grote partner aan boord gehaald. 2017 werd 2020. ‘Centre Pompidou is hier niet voor enkele jaren. We streven naar een langdurige samenwerking’, zei Pompidou-voorzitter Serge Lasvignes toen.

Gisteren ondertekende de Brusselse regering en het Parijse topmuseum eindelijk een samenwerkingsakkoord. De overeenkomst geldt voor tien jaar en bepaalt hoe de partners zullen samenwerken om Kanal-Pompidou - zoals het museum tegenwoordig heet - vorm te geven en uit te baten.

Vlaanderen en Wallonië zijn bereid stukken uit te lenen aan het Brusselse museum, maar de federale regering niet.

2020 wordt nu ‘begin 2023’. Dat beloofde minister-president Vervoort gisteren op een persconferentie in het Citroëngebouw. Eindelijk is ook het financiële plaatje duidelijk. De kosten voor de herinrichting van de Citroëngarage als museum van moderne en hedendaagse kunst bedragen 150 miljoen euro. Daarin zitten ook de studiekosten. Maar hoe Brussel en Pompidou de lasten zullen verdelen, is nog steeds niet bepaald.

8.000 vierkante meter

Kanal beschikt over een budget van 2 miljoen euro per jaar. Dat bedrag zal niet voor 100 procent ten koste van de overheden zijn, belooft Vervoort. Maar hij kon niet zeggen wat het aandeel van de overheid zal zijn. Daarvoor moet het businessplan nog verder verfijnd worden, luidt het.

Het museum voor moderne en hedendaagse kunst zal bestaan uit een permanent deel van 8.000 vierkante meter, waarvoor het Centre Pompidou zich engageert om over een periode van vijf jaar drie tentoonstellingsparcours uit te tekenen. Daarnaast komt er een ruimte van 4.000 vierkante meter, waar twee tijdelijke tentoonstellingen tegelijk kunnen plaatsvinden

© Tim Dirven ©Tim Dirven

Volgende maand verhuizen de activiteiten van Citroën volledig naar hun nieuwe site aan de overzijde van het kanaal. In maart wordt de laureaat van de internationale architectuurwedstrijd bekendgemaakt, die in april dit jaar werd uitgeschreven. Het winnende project zal samen met de zes andere projecten in het gebouw tentoongesteld worden als onderdeel van de aanloopprogrammering.

Die aanloopprogrammering start op 5 mei 2018, niet toevallig ook de start van het Brusselse Kunstenfestivaldesarts. Ze loopt tot juni 2019 en maakt gebruik van de site in haar huidige vorm.

N-VA is project niet genegen

Vlaanderen en Wallonië zetten hun schouders onder het Brusselse museum. Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz (Open VLD) maakte eerder al bekend dat hij 750.000 vrijmaakt voor de aanloopprogrammering. Dat leidt tot ergernis bij zijn coalitiepartner N-VA, die het Brusselse project niet genegen is.

Gatz gaat nu zelfs een stap verder: hij zet de deur open voor de uitwisseling van collectiestukken van Vlaamse musea aan ‘Kanal-Pompidou’. Ook de Waalse regering is bereid stukken te leveren.

De federale regering blijft tegen een samenwerking. Voormalig staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid Elke Sleurs (N-VA) wilde geen federale kunststukken uitlenen aan het Brusselse museum. Haar opvolgster Zuhal Demir (N-VA) is dezelfde mening toegedaan, zegt haar woordvoerder.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content