Lak aan kuisheid

Naakt, 1917. ©tate modern

In 1917 sloot de Franse politie de enige solotentoonstelling van de Italiaanse kunstenaar Amedeo Modigliani nog voor ze open was. Te veel bloot. In Londen zet Tate Modern die dwaling recht.

Het moet wat zijn geweest op 3 december 1917 aan de galerie van Berthe Weill in de Rue Taitbout in Parijs. Voor de vitrine verdrongen zich tientallen Parijzenaars. Aan de overkant van de straat, waar een politiekantoor gevestigd was, begon de commissaris zich af te vragen wat er aan de hand was. Al snel had hij het door. Berthe Weill werd prompt naar het politiebureau gesommeerd.

De Franse schrijfster Jeanine Warnod tekende het gesprek tussen de twee op in haar boek ‘La Ruche et Montparnasse’. De commissaris: ‘Ik beveel u al die vunzigheid meteen weg te halen.’ De galeriste: ‘Maar wat is er zo erg aan deze naakten?’ De commissaris: ‘Ze hebben schaamhaar! Als mijn bevelen niet meteen worden opgevolgd, laat ik alles door een peloton agenten in beslag nemen.’

Weill liet het niet zo ver komen. Samen met haar gasten pakte ze de dertig naakten in en sloot ze haar winkel. Daarmee eindigde de eerste en enige solotentoonstelling bij leven en betrekkelijk welzijn van de Italiaanse kunstenaar Amedeo Modigliani (1884-1920) nog voor ze goed en wel begonnen was.

Dwaasheid uitgewist

Tate Modern in Londen wist de dwaasheid van de Franse commissaris nu uit met een grote retrospectieve. In het midden herinnert een selectie van sensuele en zelfverzekerde naakten aan wat de expo in Parijs moet zijn geweest.

De populariteit van Modigliani is relatief nieuw. Tijdens zijn leven had hij weinig succes bij het publiek en de critici.
Simonetta Fraquelli, curator ‘Modigliani’

Er zit enige ironie in de naaktenrel. Toen de kunst voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog een grote transformatie onderging en het fauvisme van Henri Matisse en het kubisme van Pablo Picasso en Georges Braque de avant-garde inluidde, werd dat niet overal op applaus onthaald. Maar tot een politieoptreden kwam het nooit. Die eer viel Modigliani wel te beurt, terwijl hij met zijn naakten niet meer deed dan een eeuwenlange artistieke traditie voortzetten. Soms liet hij zijn modellen poses aannemen die hij had gepikt uit de 15de- en 16de-eeuwse schilderijen.

Vrouwelijk naakt is in de kunst nooit een taboe geweest. Maar het was wel gebonden aan strikte regels die aan alle academies werden onderwezen. De verheven kunstenaar beeldde in principe geen schaamhaar af, omdat dat als onkuis werd ervaren. Modigliani had lak aan kuisheid. De blik in de ogen van zijn modellen dwingen je naar hun voloptueuze lichamen kijken.

Vrouwenemancipatie

‘Zijn vrouwen lijken te leven. Je kan hun lijf bijna voelen’, zegt Simonetta Fraquelli, curator van de expo in Londen. Het is niet enkel de verdienste van Modigliani dat zijn modellen zo ‘schaamteloos’ poseerden, maar ook die van de vrouwen zelf. Hun onbevangenheid was zeker een gevolg van de bescheiden vrouwenemancipatie die aan het begin van de 20ste eeuw aan de gang was. En eerlijk is eerlijk: Modigliani, een knappe Italiaan, was een vrouwenmagneet. Hij kostte hem niet veel moeite vrouwen naar zijn atelier te lokken.

Gewelfde lijn

Max Jacob, 1916.

Modigliani mag dan het bekendst zijn voor zijn naakten, het grootste deel van zijn oeuvre bestaat uit portretten. Tate toont chronologisch zijn artistieke evolutie. Ze werpt geen nieuw licht op Modigliani’s leven en werk, maar dat staat de bewondering voor de weerbarstige schoonheid van de schilderijen en een kleine selecte sculpturen niet in de weg.

De expo begint en eindigt met een zelfportret. Op het eerste uit 1915 beeldt hij zich af als Pierot, op het tweede uit 1919 zit hij aan zijn schildersezel. Het verschil in stijl is opvallend. Het latere portret is helderder en soberder in het kleurgebruik. Aan het einde van zijn leven had Modigliani zijn eigen stijl geperfectioneerd.

Avant-garde

Zijn carrière begon pas echt toen hij in 1906 naar Parijs afzakte. De Franse hoofdstad was het mekka van de westerse kunst. Als je iets wilde betekenen, moest je daar zijn. Modigliani, die in Livorno en Firenze een tekenopleiding had gevolgd, geraakte in Parijs zwaar onder de indruk van Paul Cézanne. Zijn vroege portretten zijn schatplichtig aan de Franse meester van het vroege impressionisme.

Naakt, 1917. ©Private Collection

Modigliani raakte in Montparnasse bevriend met tal van kunstenaars, onder wie Pablo Picasso, schrijver Jean Cocteau en beeldhouwer Constantin Brancusi. Hij stond midden in de avant-garde zonder er deel van uit te maken. Hij pikte hier en daar wat vernieuwende elementen op, maar was vooral een klassiek schilder met een eigen stijl. Hij haalde wel veel kunstenaars, galeriehouders, mecenassen en vrienden naar zijn atelier om hen te portretteren. Zo was hij toch een beetje de spil van het Parijse kunstenaarsleven.

Zelfportret 1919. ©MAC USP Collection (Museu de Arte Conemporânea da Universidade de São Paulo, Brazil), Donation of Yolanda Penteado and Francisco Matarazzo Sobrinho

Jean Cocteau vatte de kunst van Modigliani in een brief aan een vriend mooi samen. ‘Zijn gewelfde lijn beweegt zich met de souplesse van een Siamese kat. Het was niet Modigliani die de gezichten vertrok en uitrekte. Hij was niet degene die hun asymmetrie blootlegde, hun een oog onthield, hun halzen uitrekte. Dat gebeurde in zijn hart. Hij onderwierp ons allemaal aan zijn handschrift. De gelijkenis is louter een voorwendsel voor de kunstenaar om zijn eigen voorstelling te bevestigen.’

De schoonheid van Modigliani is moeilijk in woorden te vatten, geeft curator Simonetta Fraquelli toe. ‘Waarom vinden zoveel mensen zijn schilderijen nu zo mooi. Vanwege de delicate kwetsbaarheid en de sensualiteit? Voor mij is het dat. De populariteit van de schilder is trouwens relatief nieuw. Tijdens zijn leven had hij weinig succes bij het publiek en de critici.’

Turbulent en ziekelijk

Hoewel Modigliani’s bloeiperiode zich tijdens de Eerste Wereldoorlog afspeelde, verwijst hij er in zijn schilderijen nooit naar. ‘Dat was ook zo bij Picasso. Het is best vreemd, gezien op 100 kilometer van Parijs de kanonnen bulderden. Ik denk dat de kunstenaars hun kunst in die tijd als een tegengif zagen. Ze hadden duidelijk niet de behoefte zich als oorlogschroniqueurs te manifesteren.’

Ook Modigliani’s turbulente, ziekelijke leven weerspiegelt zich niet in zijn kunst. Op zijn 14de kreeg hij tyfus, twee jaar later tuberculose. Zijn zwakke gezondheid belette hem niet in Parijs het leven te leiden van een dandy, inclusief een zware alcohol- en drugsverslaving. Onwillekeurig denk je dan aan het leven van Jean-Michel Basquiat, van wie op een boogscheut van Tate Modern een expo loopt.

Tragiek

Jeanne Hébuterne, 1918.

Toen Modigliani in april 1918 het Parijse oorlogsgeweld voor de Franse Rivièra ruilde, leek hij even tot rust te komen. Hij portretteerde niet langer de kunstscene maar al wie hij toevallig ontmoette: een plattelandsjongen, een boer, een soldaat, een zigeunerin. De portretten van zijn laatste geliefde, Jeanne Hébuterne, liepen als een rode draad door die periode. Ze schonk hem in november 2018 een dochter. Een jaar later kreeg de schilder opnieuw tuberculose. Op 24 januari 1920 overleed hij. Een dag later pleegde Hébuterne zelfmoord. Ze liggen naast elkaar begraven op Père Lachaise in Parijs.

‘Modigliani’ loopt tot 2 april in Tate Modern in Londen. Wie met twee naar de expo gaat, krijgt op vertoon van een Eurostar-ticket één gratis toegangskaart.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content