Meesterlijk geschilderde kladjes

©Rotterdam, Stichting Museum Boijmans Van Beuningen

De olieverfschetsen van Peter Paul Rubens ogen rauw, opwindend en uitdagend. Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam pakt er groots mee uit. Tegen de zin van de meester zelf.

‘Ik denk dat Rubens heel boos zou worden als hij de tentoonstelling zag. Misschien liet hij ze wel meteen sluiten. Rubens was erg strikt als het over zijn olieverfschetsen ging: ze waren niet voor het grote publiek bestemd’, bekent curator Friso Lammertse ootmoedig. Het hield hem niet tegen om samen met Alejandro Vergara van het Prado in Madrid een prachtige expo te maken over de geschilderde kladjes van de Antwerpse barokschilder.

De tentoonstelling was in het voorjaar in het Prado te zien, vandaag opent ze in Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Tegen de zin van Peter Paul Rubens (1577-1640) dus. En dat is vandaag onbegrijpelijk. Want welk bezwaar kan Rubens hebben gehad? De schetsen vergroten zijn faam alleen maar. Rubens is in zijn olieverfschetsen een paar eeuwen vooruit op zijn tijd. Er lijkt wel een impressionist aan het werk.

‘Daar had Rubens in zijn tijd helemaal geen weet van. Hij maakte zijn olieverfschetsen niet voor de kunstgeschiedenis’, werpt Lammertse tegen. ‘Voor hem waren zijn schetsen werkinstrumenten voor medewerkers en opdrachtgevers. Wist Rubens veel dat het in 2018 een grote eer zou zijn om een voorloper van Goya of Cézanne te worden genoemd.’

Dat Rubens’ schetsen zo fantastisch lijken, heeft veel te maken met de manier waarop we nu naar kunst kijken. Door hun rauwe en onvoltooide karakter laten de schetsen ruimte voor interpretatie. ‘Daar houden we vandaag van, van een beetje mysterie. Het idee dat je zelf betekenis en inhoud aan een werk kan geven, verhoogt het kijkgenot’, zegt Lammertse.

Rubens werkte snel aan zijn studies, wat ze een koortsachtige dynamiek geeft. Het lijkt wel of in de schetsen de pure, scheppende artiest aan het werk is die aan het creatieve idee al zijn beslissende vorm geeft. Rubens schaafde er voortdurend aan, wat ook een reden was waarom hij ze zo weinig mogelijk aan iemand toonde, laat staan afstond. De schetsen moesten permanent beschikbaar zijn.

Bovendien had niemand zaken met ideeën die misschien niet zo goed waren en door de meester werden aangepast of geschrapt. Misschien spiegelde Rubens zich wat dat betreft aan Michelangelo. Die liet net voor zijn dood in 1564 al zijn voorbereidende tekeningen verbranden. Hij wilde niet dat iemand ooit zou ontdekken dat hij had liggen zwoegen en zweten aan zijn schilderijen.

Gemiste opdracht

‘Pure Rubens’ telt zo’n 85 werken, waarvan 65 olieverfschetsen. Af en toe toont een groot, afgewerkt schilderij de verschillen tussen schets en doek. De expo is in een sobere scenografie thematisch opgebouwd: van altaarstukken over tronies tot erepoorten en praalwagens.

Rubens was de eerste schilder die op grote schaal olieverfschetsen maakte. Hij had het idee opgepikt toen hij in 1600 naar Italië reisde, waar enkele schilders ermee experimenteerden. Rubens zag meteen de mogelijkheden. Hij maakte zijn schetsen op paneel. Het standaardformaat was 65 op 50 centimeter, al zat daar variatie in. Rubens schilderde meteen op het paneel, zonder eerste een tekening te maken. Dat was uitzonderlijk voor die tijd. Op een ivoorkleurige grondlaag, de imprimatura, schilderde hij het tafereel dat hij wilde uitbeelden zonder de verfijnde afwerking van de grote schilderijen.

Niet alle schetsen haalden het grote doek. Waarvoor ‘De marteling van de heilige Ursula’ uit 1618-1620 bestemd was, blijft een raadsel. Wellicht was de schets een studie voor een altaarstuk. Maar misschien greep Rubens naast de opdracht. Hij mag dan vandaag een van de bekendste barokschilders ter wereld zijn, bij leven ontsnapte hij niet aan de wetten van de kunstpraktijk.

In de 17de eeuw leefden schilders van opdrachten van koningen, keizers, ondernemers en kardinalen. De schetsen dienden als een pitch voor de opdrachtgevers. Doorgaans waren de schetsen tekeningen zonder kleur, maar Rubens bracht daar verandering in. In kleur geschilderde olieverfschetsen gaven een veel beter idee hoe het uiteindelijke werk er zou uitzien. Daarnaast konden de opdrachtgevers aan de hand van de schetsen opmerkingen plaatsen bij de inhoud. Het gebeurde weleens dat ze veranderingen vroegen. Hoe ouder Rubens werd, hoe minder hij daaraan toegaf.

Zeker als het om schilderijen voor kerken en kathedralen ging, waren de schilders niet vrij. Het Vaticaan vaardigde in 1593 en 1603 een decreet uit dat stipuleerde dat elk schilderij werd voorafgegaan door een getekend of geschilderd karton ‘om te zien wat ze van plan waren’. Ontwerpen die niet met de politiek van de Contrareformatie strookten, werden geweigerd.

Een van Rubens’ belangrijkste opdrachten kwam in 1636 van de Spaanse koning Filips IV. Hij vroeg zestig mythische taferelen ter verfraaiing van zijn jachtslot Torre de la Parada even buiten Madrid. Op de tentoonstelling zijn negen schetsen te zien, met ‘De triomftocht van Bacchus’ als hoogtepunt. Rubens had geen tijd om zijn schetsen om te zetten in schilderijen, zelfs niet met alle medewerkers in zijn atelier voor wie de studies een leidraad waren. Hij schakelde andere schilders in.

Voor de schets van Bacchus engageerde hij Cornelis de Vos. Zijn schilderij is te zien in Rotterdam. Door de confrontatie valt het genie van Rubens op. De schets is grimmig, het schilderij braaf. De vraag of Rubens blij was met het resultaat blijft onbeantwoord.

Oppervlakkig

De expo in Rotterdam betekent voor Rubens eerherstel in Nederland. Hij is er niet echt populair. ‘Dat gaat terug tot de Tiendaagse Veldtocht van 1831, toen de Nederlandse koning Willem I vergeefs probeerde de Belgische opstand te onderdrukken’, zegt Lammertse. ‘Tot dan vond iedereen in Nederland Rubens de belangrijkste schilder van de Lage Landen ooit. Die plaats verspeelde hij toen bij ons aan Rembrandt. Dat is niet meer veranderd.’

‘Het heeft ook te maken met de manier waarop we daarna kunst gingen beoordelen. Bij Rembrandt staat het individu centraal. Het echte leven, zeg maar. Daar houden wij in Nederland van. Rembrandt schilderde lelijke mensen. Rubens maakt de mensen net mooier omdat hij mythologieën afbeeldt. Dat vinden wij Nederlanders oppervlakkig. Daarom zijn we niet zo gecharmeerd door Rubens. Maar ik ben daar helemaal van teruggekomen.’

Alejandro Vergara beaamt dat de perceptie van Rubens’ werk internationaal problematisch is. ‘Veel mensen kijken op de verkeerde manier naar Rubens. Ze voelen geen enkele empathie omdat hij mythologische en bijbelse taferelen schildert. Maar als je voorbij het onderwerp kijkt, zie je pure emotie. In ‘De vlucht naar Egypte’ schildert hij Maria die de jonge Christus beschermt. Maar hij toont net zo goed de wanhoop van elke moeder wier baby in gevaar is. Daardoor is Rubens vandaag nog altijd zo groot.’

‘Pure Rubens’ is tot 6 januari te zien in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content