Advertentie
Advertentie

Met Marcel Broodthaers ben je nooit klaar

Dirk Snauwaert, de directeur van Wiels, bestudeert al decennia het werk van Marcel Broodthaers. De expo focust op de industriële gedichten van de kunstenaar. ©saskia vanderstichele

De Belgische kunstenaar Marcel Broodthaers creëerde tussen 1968 en 1972 36 plastic platen. Industriële gedichten noemde hij ze. Woord en beeld vormden filosofische en taalkundige overpeinzingen. Wiels brengt ze voor het eerst samen in een tentoonstelling.

Geen kunstenaar is zo nauw verbonden met Wiels, het centrum voor hedendaagse kunst in Vorst, als Marcel Broodthaers (1924-1976). De band gaat terug naar lang voor Wiels in 2007 de deuren opende. Broodthaers raakte midden de jaren 60 innig bevriend met de vorig jaar overleden verzamelaar Herman Daled. Die was een van de initiatiefnemers van Wiels en werd de eerste voorzitter van het kunstencentrum.

De essentie

  • In Wiels, het centrum voor hedendaagse kunst in Brussel, opent donderdag de tentoonstelling 'Marcel Broodthaers - Industriële gedichten, open brieven'.
  • De Belgische kunstenaar maakte tussen 1968 en 1972 36 plastic platen op dezelfde manier als straatnaamborden.
  • Het is de eerste keer dat de platen allemaal in één tentoonstelling te zien zijn. Ze worden aangevuld met een reeks open brieven die Broodthaers schreef.
  • Een deel van de platen werd gebruikt in de promotie van Broodthaers' eigen fictieve museum in zijn woning in Brussel.

Dirk Snauwaert, de huidige directeur, bestudeert het werk van de kunstenaar al decennia en mag zich een van de grootste Broodthaers-specialisten noemen. 'Wij kunnen als instelling niet om Broodthaers heen. De vraag was alleen: wat voegen we met een expo nog toe aan wat al gezegd en getoond is?'

Snauwaert en cocurator Charlotte Friling kwamen uit op de industriële gedichten die Broodthaers tussen 1968 en 1972 creëerde. Het zijn plastic platen met symbolen, leestekens en letters die op dezelfde manier gefabriceerd werden als straatnaamborden, maar dan veel groter.

Broodthaers creëerde er 36, meestal in edities van zeven, aangevuld met een hele reeks variaties of afgevoerde creaties. Nooit werden ze alle 36 samen getoond. De platen worden - ook voor het eerst - aangevuld met een reeks open brieven die Broodthaers tussen 1968 en 1972 schreef.

De tentoonstelling heeft zonder meer een grote kunsthistorische waarde. De mosselpotten van Broodthaers zijn bekend, zijn industriële gedichten veel minder. En toch zijn het niet zomaar nicheproducten. Broodthaers, die zichzelf net zoveel dichter als artiest vond, was een man met een duidelijke visie op kunst en de maatschappij. Aan de hand van de platen kom je op een alternatieve manier te weten waar hij voor stond. Je krijgt op de tentoonstelling bij elke plaat veel uitleg over de betekenis en de ontstaansgeschiedenis.

Het ging bij Broodthaers nooit om de illustratie, of toch zeker niet in de eerste plaats. Hoewel hij nooit een kunstopleiding volgde, zijn zijn platen vaak heel esthetisch. Je kan er onbevangen naar kijken zonder je af te vragen wat hij ermee bedoelt.

Maar hij bedoelde er heel veel mee. Broodthaers was een artiest van de jaren 60. Hij dacht over alles na, onder meer over de democratisering van de kunst. De pop-art was die weg ingeslagen. Met zijn multiples van industriële gedichten deed Broodthaers hetzelfde. Hoe uniek moet een kunstwerk zijn, vroeg hij zich af. En hoe verhoudt herhaling zich tegenover kunst? Tegelijk wilde hij ook verkopen, maar dat lukte niet echt. De kunstmarkt heeft het altijd moeilijk gehad met edities of multiples. Vandaag zijn de platen verspreid in collecties over de hele wereld.

Fictief museum

De verhouding tussen kunstwerk en museum was een ander thema waarover Broodthaers veel nadacht. In 1968 besloot hij zijn eigen museum op te richten, het Musée d'Art Moderne, Département des Aigles. Het was hoofdzakelijk een fictief museum in zijn eigen huis in Brussel. Broodthaers was directeur, tentoongestelde kunstenaar, suppoost en publiek. Maar er kwamen ook bezoekers over de vloer. De platen speelden een grote rol in de promotie van het museum.

Marcel Broodthaers zweerde bij een mix van poëzie, literatuur en beeld als een unieke, vernieuwende kunstvorm.

In zijn open brieven, die ook bij het museum hoorden, gaf hij zijn mening over de toen heersende maatschappelijke en artistieke kwesties. Broodthaers had het niet begrepen op seriële kunst en minimal art. Te veel standaardisering, te veel eenheidsworst. Hij zweerde bij een mix van poëzie, literatuur en beeld als een unieke, vernieuwende kunstvorm. Daarin is hij wonderwel geslaagd, blijkt uit de expo. Op een van de platen die naar zijn museum verwijst, verwerkte hij de namen van vier 19de-eeuwse schilders die volgens Broodthaers vernieuwing brachten: David, Ingres, Wiertz en Courbet. In die traditie schakelde hij zich in.

'Le drapeau noir'. ©saskia vanderstichele

Een van de interessantste platen is 'Le drapeau noir', waarvan de eerste uit 1968 stamt. Een jaar later volgde een update. De plaat toont naast de vlag de steden waar de studenten op straat kwamen. Broodthaers speelde daarbij in Brussel een rol. Artiesten bezetten in mei 68 een week lang het Paleis voor Schone Kunsten. Broodthaers trad op als bemiddelaar tussen de bezetters en de directie. Maar hij trok zich snel terug, omdat hij zich niet kon vinden in de politieke standpunten van de betogers. 'Kijk ook naar de vlag. Die is zwart, niet rood. Hij behoorde niet tot extreemlinks', zegt Snauwaert. Ook politiek bleef Broodthaers zijn eigen weg gaan. Hij sloot zich nergens bij aan.

'Modèle: la pipe'. ©saskia vanderstichele

De tentoonstelling beslaat twee verdiepingen in Wiels. Op de tweede ligt de nadruk op het element taal en hoe Broodthaers daarmee omging. Het iconische schilderij 'La trahison des images' van René Magritte met zijn schriftuur 'Ceci n'est pas une pipe' staat daarin centraal. Broodthaers creëerde zijn eigen versie met een pijp waaruit wel rook kwam. Voor de kunstenaar was Magritte een groot voorbeeld. De pijp komt nog vaak terug, ook in de reeks 'Pipe Alfabet' waar de pijp een letter omrandt en deel uitmaakt van het alfabet. Het is knap hoe Broodthaers van iets banaals als het alfabet toch een kunstwerk maakt.

Het is de grote kracht van de tentoonstelling. Ze ontvouwt zich als je er de tijd voor neemt tot een bijzonder gelaagd en inventief kijkstuk. Met Broodthaers ben je nooit klaar. Zijn industriële gedichten zijn daar het zoveelste bewijs van.

Marcel Broodthaers - Industriële gedichten en open brieven, tot 9 januari bij Wiels. Catalogus, 400 pagina's, uitgegeven bij Wiels & Hatje Cantz.











Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud