‘Met tien sta je sterker dan alleen in zo'n paviljoen'

©© Vincent Meessen

Na Berlinde De Bruyckere in 2013 stuurt ons land in mei de Franstalige kunstenaar Vincent Meessen naar de Biënnale van Venetië. Hij maakt een groepstentoonstelling over kolonialisme en identiteit.

Vincent Meessen is niet zo’n klinkende naam als Berlinde De Bruyckere, die twee jaar geleden ons land vertegenwoordigde in Venetië. Het kostte de Franstalige artiest ook iets meer moeite dan de Gentse kunstenares om geselecteerd te worden voor de belangrijkste kunstbiënnale van de wereld. Al lag dat niet noodzakelijk aan hem. Terwijl de Vlaamse gemeenschap zelf een kandidaat aanduidt, is het systeem in Wallonië anders. Daar wordt een wedstrijd uitgeschreven en hakt een expertenjury de knoop door.

Meessen kwam vorig jaar als winnaar uit de bus van die open call. Dat was niet naar de zin van Charles Szymkowicz, een schilder uit Charleroi die eveneens een dossier had ingediend. Tot tweemaal toe vocht Szymkowicz de aanstelling van Meessen bij de Raad van State aan. De procedure was in zijn ogen niet eerlijk verlopen. Szymkowicz verloor telkens, maar de schade kon tellen. ‘Door dat juridisch getouwtrek heb ik zes maanden verloren’, vertelt Vincent Meessen in een kantoortje van het creatieve bedrijvencentrum The Egg vlakbij het Brusselse Zuidstation.

Groepstentoonstelling

De 43-jarige Franstalige Belg laat zich voor zijn biënnaleproject bijstaan door Katerina Gregos, de directeur van de kunstbeurs Art Brussels. Zij is curator van het Belgisch paviljoen. Samen bedachten ze een internationale groepstentoonstelling, hetgeen uitzonderlijk is voor het Belgisch paviljoen. Een primeur is het wellicht niet - ‘Ik ken niet alle Belgische edities uit het hoofd’, zegt de Griekse Gregos -, maar wel nieuw is dat voor het eerst Afrikaanse kunstenaars zullen exposeren in het Belgisch paviljoen.

‘Personne et les autres’ wordt een groepstentoonstelling met tien kunstenaars. ‘Met tien sta je sterker dan alleen’, zegt Meessen, een oud-student van het HISK. Alle geselecteerde kunstenaars staan stil bij wat Meessen en Gregos - die eerder samenwerkten voor de Contour-biënnale in Mechelen - omschrijven als de ‘koloniale moderniteit’. Meessen: ‘Het Belgisch paviljoen was het eerste buitenlandse paviljoen dat werd aangelegd in de Giardini in Venetië, onder het bewind van Leopold II. Onze tentoonstelling onderzoekt de gevolgen van de politieke, historische en culturele verbanden tussen Europa en Afrika vroeger en vandaag. We leven zogezegd in een post-koloniale tijd, maar klopt dat wel?’

Vertrekpunt van de groepstentoonstelling - die op het eerste gehoor leest als een wetenschappelijk onderzoeksproject - is een tekst uit 1968 van de situationistische beweging, een van de laatste revolutionaire avant-gardebewegingen in de kunsten. Gregos: ‘Mei ‘68 is helemaal terug: de economische crisis, politieke instabiliteit, de burgerbewegingen in het Midden Oosten. Ze hebben de wereld op zijn kop gezet. Nooit eerder in de recente geschiedenis stelden zo veel mensen zich vragen over hun identiteit. Dat zullen wij ook proberen. Waar kan zoiets beter dan in het paviljoen van een land als België, dat van alle Europese naties wellicht het minst een eenduidige identiteit heeft?’

Discours

Centraal in het paviljoen staat een muzikale film die Meessen in Congo ging draaien. De film is gebaseerd op een protestlied dat in mei 1968 werd geschreven door een Congolese situationistische student. Voorts zijn er installaties, schilderijen, fotografie en beeldhouwwerken te zien.

Meessen koos relatief onbekende kunstenaars. ‘Hun naam is onbelangrijk, hun discours telt voor mij’, zegt hij. ‘Het fascineert me mateloos hoe een Italiaan, een Congolees of een Deen naar ons koloniaal verleden kijken.’

We mogen, tot slot, de inhoud van de expo zeker niet als een kritiek lezen op de Belgische koloniale politiek. ‘Het wordt zeker geen politieke tentoonstelling’, belooft hij.

De 56ste Biënnale van Venetië opent op 9 mei.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud