‘Niemand moet me zeggen wat ik moet doen'

©BELGAPLUS

Michaël Borremans installeerde deze week zijn succes tentoonstelling in Tel Aviv, ondanks de kritiek die hij over zich heen kreeg. ‘Ik vond het allemaal erg beledigend omdat mensen ervan uitgingen dat ik geen mening had. Als er één plek is waar mijn werk nu het meest op zijn plaats is, dan is het hier in Israël.’

Woensdagnamiddag, het is bloedheet in Tel Aviv. De warme lucht in de corridor die de passagiers van onze vlucht uit Brussel naar het luchthavengebouw leidt, snijdt ieders adem af. De eerste dag van het definitieve vredesbestand na de derde Gazaoorlog in zes jaar tijd is halverwege. De bezetting van de Palestijnse gebieden gaat onverminderd voort. En dus ook de ondervragingen van lukraak uitgekozen passagiers. In een half uur tijd bestoken drie veiligheidsmensen me met vragen. Een bloemlezing:

 

‘Doel van uw bezoek?’
‘Ik ben een journalist uit België. Ik heb een afspraak met de Belgische schilder Michaël Borremans. Hij stelt tentoon in Tel Aviv.’
‘Wát?’
‘Een schilder. Hij exposeert hier.’
‘Waarom?’
‘Hij had een expositie in Brussel, en die verhuist nu naar Tel Aviv.’
‘Hoe heet die man, zei u?’
‘Michaël Borremans.’
‘Rookt u drugs?’
‘Euh… Nee.’
‘Jullie roken toch drugs in België?’
‘Euh, ik niet. Ik ben hier voor de krant.’
‘Oké. U mag verder lopen.’

In het centrum van de economische belangrijkste stad van Israël lijkt niets erop te wijzen dat dit land de voorbije vijftig dagen in een oorlog was verwikkeld met de Palestijnse beweging Hamas. De meeste soldaten zijn uit het straatbeeld verdwenen. De terrassen van de strandbars zitten vol jonge mensen die met cocktails onder hun parasols schuilen voor de loden zon. Op het strand spelen mannen met gespierde torso’s wedstrijdjes strandvoetbal, terwijl hun al even kek ogende eega’s verfrissing zoeken in het water.

‘The Bubble’ wordt deze stad aan de Middellandse Zee ook wel genoemd. Het is een veilige, en bovendien seculiere zeepbel die geografisch ver verwijderd ligt van de regio’s waarmee de staat Israël overhoop ligt: de grens met Libanon, de Westelijke Jordaanoever en uiteraard Gaza. Zelfmoordaanslagen door Palestijnen gebeuren hier zo goed als niet meer. En de raketten van Hamas zijn altijd te zwak geweest om Tel Aviv treffen.

‘Bij deze oorlog zijn hun raketten voor het eerst wel tot hier geraakt’, vertelt onze fotograaf Gil Magen in het Museum of Art, terwijl Michaël Borremans op de achtergrond de vorderingen van zijn derde opbouwdag in zich opneemt. ‘Hamas slaagde er dit keer wel in de bewoners van Tel Aviv uit hun bubbel te halen. Veel restaurants moesten sluiten en heel wat evenementen werden afgelast.’

De Israëli haalt de schouders op. Hij is weliswaar blij met het staakt-het-vuren, zegt hij. Maar: ‘Het is een kwestie van tijd voor het geweld weer opflakkert. Iedereen wil heel graag vrede, maar de radicalisering neemt almaar toe aan beide kanten. Dit keer is Hamas begonnen. Wat moest Bibi (de Israëlische premier Benjamin Netanjahu, red.) doen? Niets? Ik ben akkoord met de kritiek dat de vergelding zwaar overdreven is. En Gaza ís een gevangenis. Maar Gaza is een erg complex gebied. Ik heb er nog gediend als soldaat. Je vecht in Gaza niet tegen een zichtbaar leger met tanks en soldaten.’

Borremans luistert aandachtig mee. Dat van die raketten, dat kan hij beamen. ‘De eerste dag hoorde ik opeens een fel lawaai in de lucht. Het leek op een ver onweer, maar het waren bommen van Hamas. Iedereen werd naar een soort schuilkelder in het museum gebracht. Ach, dat was heus niet zo angstaanjagend’, glimlacht hij relativerend. ‘Tel Aviv is een heel veilige stad. De kans dat je onder een bus loopt blijft groter dan de kans dat je een bom van Hamas op je kop krijgt.’

Zware druk

Het Museum of Art in Tel Aviv is met zijn 650.000 bezoekers per jaar veruit het belangrijkste museum voor hedendaagse kunst in Israël. Borremans’ tentoonstelling ‘As Sweet As It Gets’ opent dinsdag. Met 145.000 bezoekers was de expo een blockbuster in Brussel. In Tel Aviv willen ze ook scoren met de Oost-Vlaamse schilder. Museumdirectrice Suzanne Landau droomt hardop van 80.000 bezoekers. Ze is een grote fan van onze landgenoot. Ze volgt hem al jaren, kocht werk van hem toen ze een kunstencentrum in Jerusalem leidde. ‘Ik ben blij dat hij ons niet in de steek heeft gelaten’, zegt ze.

Borremans is ook blij dat hij er is. Begin deze maand zag het er nochtans even naar uit dat de expo zou worden afgelast. Enkele bruikleengevers twijfelden of het wel verstandig was zulke topwerken naar oorlogsgebied te sturen, zeker toen bleek dat verzekeraars geen speciale premies hadden voor het transport van kunstwerken naar conflictgebied. Maar de eigenaars van de werken draaiden vrij snel bij. ‘Alle werken zijn hier’, zegt Borremans trots. ‘Niemand heeft zijn werk ingehouden vanwege de oorlogssituatie. Dat was voor mij een hart onder de riem.’

In het verlengde volgde een ideologische discussie. Wat had de schilder te zoeken in een land dat oorlog voert tegen een bevolkingsgroep die het nu al bijna een halve eeuw bezet en onderdrukt? Waarom stelde hij geen statement door de samenwerking met het museum te verbreken? Borremans bezweek niet onder de druk, al werd die op een bepaald moment wel erg groot. Vlaamse vakbroeders en -zusters haalden hard uit in de media. Hij kreeg ook tientallen verwijtende mails van onbekenden.

‘Dat was allesbehalve leuk. Ik heb niet graag dat mensen in mijn plaats denken. Dat werkt averechts. Mensen riepen maar, zonder zich deftig te informeren. Iemand dacht dat ik honderdduizenden dollars kreeg om hier te komen exposeren, terwijl de waarheid is dat ik in deze tentoonstelling heb geïnvesteerd. Kristien Hemmerechts en Marijke Pinoy schreven dat het toch niet kon dat ik ging exposeren in een museum ‘dat nauw verbonden is met de Israëlische overheid’. (fijntjes) Mijn vader zei altijd: ‘Je moet je tong twee keer ronddraaien voor je iets zegt.’ Dit museum draait voor twee derde op eigen inkomsten en fondsen van fundraisers.’ Volgens de directie komt slechts 3 procent van het jaarbudget van de Israëlische regering.

Onbegrip en verzuring

‘Niemand moet me zeggen wat ik moet doen. Ik vond het allemaal erg betuttelend en beledigend omdat mensen ervan uitgingen dat ik geen mening had. Terwijl ik hier twee jaar over heb nagedacht. En mijn conclusie is: een culturele boycot is geen goed idee.’

‘Waarom? Ik wil solidair zijn met de vele mensen in Israël die zoals ik gekant zijn tegen de kolonisatiepolitiek van hun leiders en zich willen inzetten voor de Palestijnse zaak. Dat is een grote groep mensen. Als ik hen laat vallen, voelen ze zich geïsoleerd. Ze worden al genoeg geviseerd, want in Israël wordt openlijke kritiek op de regering steeds minder aanvaard. Een boycot werkt dan alleen maar onbegrip, verzuring en wrevel op. Het komt agressief over. Ze snappen het niet dat een buitenlander hen de les komt spellen. Wij pikken het toch ook niet als iemand over ons zegt: ‘Vlamingen zijn rechts, want ze stemmen allemaal op Bart De Wever.’ Dat is even absurd, want het klopt niet.’

‘Dit is zo’n ingewikkeld conflict. Het staat bol van de nuances. Maar of dat wil zeggen dat ik mijn mond ga houden? Nee! Ik veroordeel de nederzettingenpolitiek van de Israëlische regering. Dat is een ziekelijk pervers en dodelijk efficiënt systeem. Ik veroordeel het brute geweld en het bloedvergieten in Gaza. Ik vind dat de Palestijnen meer rechten moeten krijgen. Ik heb dat allemaal al gezegd in interviews hier. Ik ga het nog eens zeggen tijdens de opening van mijn tentoonstelling.’

(op dreef) ‘Kijk, Israël schéndt mensenrechten. Dat is koren op de molen van de voorstanders van een boycot. Maar waar trek je de lijn? Overal worden mensenrechten geschonden: in Rusland, in de Verenigde Staten, in Zuid-Amerika. In België is een jongeman doodgeschopt en -geslagen in zijn cel door een groep agenten. (de zaak-Jonathan Jacob, red.) Is dat dan geen grove mensenrechtenschending? (luid) Wat verwachten de mensen van mij? Ik ben een kunstenaar, geen politicus. Als je zo bekommerd bent, ga dan in de politiek! Dát is je engageren. Al de rest is roepen aan de zijlijn. Ik heb mijn engagement tegenover mijn kunst.’

Wat kunnen zijn schilderijen betekenen in deze regio? Kan zijn werk reflectie bieden, mensen tot andere inzichten doen komen? Hij lacht. ‘Eindelijk stel je een vraag over mijn werk. Want ik ben hier in de eerste plaats om een expo te maken. Ik verwacht niet dat mensen hun politieke ideeën veranderen door naar mijn werk te kijken. Dat zou pretentieus en naïef zijn. Ik probeer in mijn schilderijen altijd meerdere lagen te leggen: religie, erotiek, dood, geweld, liefde, noem maar op. Welke betekenis of welk thema de bovenhand haalt, hangt van de context af - en van wie ernaar kijkt.’

Hij draait zich om naar het schilderij ‘The Avoider’. ‘Neem dit werk: is dat érgens meer van toepassing dan hier? Een grote figuur met een staf die van onderuit bekeken wordt. Hij is alles en niets, neemt geen houding aan. Hij kan een koning zijn, maar ook een zwerver of clochard. Hier krijgt dat werk een andere betekenis: dat er in het leven niet altijd een duidelijke definitie bestaat voor de dingen. Of dat het moeilijk is om te oordelen.’

Hij marcheert in lichte draf door zijn expo. Met gespeeld cynisme: ‘Kijk: een dood kind! En hier: gesneuvelde mensen!’ En dan weer bloedserieus: ‘Maar ik ensceneer, ik plaats in een andere context. Het Midden-Oostenconflict diende niet als inspiratie om deze werken te maken. Maar het past nu wel. Voor het publiek zullen die beelden zeker confronterend zijn. Daarom: als er één plek is waar mijn werk op dit moment het meest op zijn plaats is, is het precies hier in Israël.’

Schilderij in Ramallah

Het museum sluit de deuren. Borremans moet dringend weg. Naar een diner met een vriendenvereniging van het museum. Morgenochtend reist hij naar Ramallah, op de Westelijke Jordaanoever, om met de directeur van een nog op te richten museum te praten over een eventuele samenwerking.

De volgende avond, bij een glas bier op een van de vele overvolle terrassen rond de trendy Rothschild Boulevard, vertelt hij over zijn wedervaren. Het was zijn eerste keer in bezet Palestijns gebied. ‘Ik wist wat ik kon verwachten, maar je moet het toch zien om het te geloven’, zegt hij. ‘Weet je wat me zo boos maakte? Die settlements. De Joodse nederzettingen - bevolkt door diepreligieuze Joden. Zo infantiel; alsof zij the chosen people zijn omdat het plots in een of ander religieus boekje blijkt te staan. Ze nemen op onrechtmatige wijze land af van de Palestijnen. Ik zei het al, maar ik heb het nu ook zelf gezien: het is een pervers systeem dat de situatie van de Palestijnen alleen maar uitzichtlozer maakt.’

Hij heeft iets teruggedaan voor de Palestijnse bevolking. Denkt hij, hoopt hij. Een geste. ‘Ik heb een schilderijtje gemaakt. Ik had een canvas mee, en ik heb hier snel wat verf en penselen geleend. In twee uur was het klaar. Het is mijn cadeau aan het nog op te richten museum. Ze mogen ermee doen wat ze willen: bijhouden voor hun collectie of verkopen om de bouw te financieren.’

Het schilderwerk toont een uitgestrekte arm van iemand met een sinaasappel in zijn hand. Een subtiele knipoog naar zijn criticasters. Zijn vakgenoten die vonden dat het beter was hier weg te blijven. ‘Alain Platel had in een krant een nogal betuttelende brief geschreven, met de suggestie om te gaan schilderen in Gaza. Maar daar hebben ze geen museum. (lacht) Hij zal het graag lezen, maar hij heeft me dus op ideeën gebracht.’

‘De sinaasappel is een reactie op een open brief van Kristien Hemmerechts en Marijke Pinoy. Van hen kreeg ik de suggestie me actief in te zetten voor de Palestijnen, op het terrein, in plaats van mijn werk in Israël te tonen. Mijn eerste reactie op hun brief was: ik kan toch moeilijk appelsienen gaan uitdelen aan de checkpoints. Dat is mijn taak niet. Ik ben een schilder. Ik roei met die ene riem die ik ter beschikking heb: mijn penseel. Dus heb ik die sinaasappel geschilderd. Het is mijn uitgestoken hand naar de Palestijnen.’

Hij neemt een laatste slok. Het is voorbij middernacht en de bars in deze wijk van The Bubble lijken maar niet leeg te willen lopen. ‘Ach, we moeten niet te pretentieus willen zijn. Ik denk niet dat mijn aanwezigheid hier veel zal uithalen. Dan kan ik maar beter een positief signaal geven, niet?’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud