‘Niet alles wat Claus zei, was waar'

In de tentoonstelling ‘Con Amore’ dompelt Marc Didden Hugo Claus onder in een warm bad van liefde en bewondering. ©Saskia Vanderstichele

Een tentoonstelling voor en niet over Hugo Claus. Zo omschrijft curator Marc Didden zijn expo ‘Con Amore’ bij Bozar over de grootmeester van de Vlaamse literatuur. Claus stierf tien jaar geleden.

‘Ik heb op veilig gespeeld. Schrijven kon altijd en overal, filmen is duur en moeilijk. Maar ik had me bij de film moeten houden. Het is voor mij de ideale manier om me uit te drukken. Alleen in een film sluiten mijn muzikaal, mijn plastisch en mijn vertellersgevoel volmaakt bij elkaar aan.’ De uitspraak (uit 1994) van Hugo Claus hangt midden in de tentoonstelling.

‘Wat moeten we ervan denken?’, vragen we aan Marc Didden. De curator had net op de persconferentie gezegd dat hij zo van het slot van zijn tentoonstelling hield: een boekenkast vol originele en vertaalde romans van Claus. Kwestie van de bezoeker met het juiste gevoel naar huis te sturen: Claus was in de eerste plaats een schrijver.

Ik vond hem een fijne mens. Anderen vonden hem pretentieus. Maar ik heb dat nooit zo ervaren.
Marc Didden
Curator expo

Maar die schrijver zag dat anders. Hij vond zich vooral een filmmaker. ‘Claus kon zich wel eens vergissen. Bovendien zette hij mensen graag op het verkeerde spoor. Niet alles wat hij zei, was waar. De ene dag vond hij schilder A de beste aller tijden, de dag erna was het iemand anders. Claus bespeelde graag de media’, zegt de curator.

Voor Didden is er geen twijfel. Claus is in de eerste plaats een schrijver. ‘Ik heb al zijn boeken gelezen.’ Een jaar geleden vroeg Bozar hem een tentoonstelling over Claus te maken. Hij stemde na een korte aarzeling in. Didden kende Claus vrij goed. ‘Ik zou mezelf nooit zijn vriend durven te noemen. Maar ik kon hem bellen als ik dat wilde. De vriendschap is in de literatuur ontstaan, niet op café. Toen ik in ‘Vrijdag’ meespeelde, heb ik Claus zes weken op de set van nabij meegemaakt. Dat maakte de band nog inniger.’

Didden heeft met ‘Con Amore’ geen didactische tentoonstelling over Claus (1929-2008) gemaakt. Hij dissecteert de schrijver niet, hij dompelt hem eerder onder in een warm bad van liefde en bewondering. ‘Con Amore’ slaat op de manier waarop Claus zijn brieven ondertekende, met liefde dus. Het slaat ook op de manier waarop Claus in het leven stond: minzaam en vol liefde. ‘Ik vond hem een fijne mens. Anderen vonden hem pretentieus. Maar ik heb dat nooit zo ervaren’, zegt Didden.

Hij onderstreept graag dat hij een tentoonstelling voor Claus heeft gemaakt. Niet over. Maar wat moet je je daarbij voorstellen? Om het kort uit te drukken: één groot impressionistisch kunstwerk dat met het leven van Claus vervlochten is.

De expo is onderverdeeld in acht thematische hoofdstukjes die voor Didden van belang zijn om zijn liefde voor de schrijver, de schilder en de filmmaker uit te drukken. De feitelijkheden en de duiding lees je in de bezoekersgids. Aan de muren en in de vitrines worden de hoofdstukken geïllustreerd.

Veel komt uit het archief van Claus. Het is altijd leuk om een bestelbon van zijn debuutroman ‘De Metsiers’ uit 1950 te zien. Of een telegram uit datzelfde jaar die de jonge schrijver, die in het Hotel de Londres in Oostende verbleef, op de hoogte bracht dat ‘De Metsiers’ de prestigieuze Krynprijs gewonnen had.

Maar de expo overstijgt de anekdotiek en toont ook dat Claus een begenadigd kunstenaar was. Aan het begin hangen prachtige pagina’s uit het geïllustreerde manuscript ‘Herbarium, teksten uit de natuur die Hugo Claus schreef en tekende voor Ellie, de nacht van 9-10 december 1949’. Echt knap. Af en toe blijf je stilstaan bij een luidspreker en hoor je Claus voorlezen uit zijn dichtbundels. Of zie je schilderijen uit zijn Cobra tijd hangen tussen die van zijn tijdgenoten Karel Appel, Corneille en Asger Jorn. Je verwacht niet anders, want Claus was voor even een van de drijvende krachten van de Cobra-beweging.

Didden gaat de essentie van Claus niet uit de weg, maar tegelijk slaagt hij erin een hoogst persoonlijke tentoonstelling te maken. Hij onderbreekt het zuivere Clausrepertoire met tal van interventies van kunstenaars die op een of andere manier interageren met het leven en het werk van de schrijver. De meester zou best blij geweest zijn met ‘Mer du Nord, N°’ van Thierry De Cordier of ‘Mer Calme’ van James Ensor. Ook werken van Luc Tuymans, Sam Dillemans en Michaël Borremans duiken op. Het geeft de expo extra zuurstof.

Claus kreeg in zijn leven af te rekenen met censuur. Zijn toneelstukken werden vaak als te bloot ervaren. De voorbeelden met krantenknipsels hangen aan de muren. Zijn schilderijen waren ook vaak scabreus. De erotische lichtvoetigheid van Claus wordt perfect gevat in een nieuw beeld van het duo Jos De Gruyter & Harald Thys. Drie naakte poppen lijken zo uit het theater van Claus’ leven weggelopen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n