Op zoek naar verstilde beweging bij Constantin Brancusi

©Saskia Vanderstichele

De Roemeen Constantin Brancusi ontpopte zich in het begin van de 20ste eeuw tot een van de belangrijkste avant-gardebeeldhouwers. Het cultuurfestival Europalia Romania presenteert in Bozar een prachtige overzichtstentoonstelling waarin zijn sculpturen een entente vormen met fotografie.

Hij wacht je op aan de ingang van de tentoonstelling, op een levensgroot videoscherm. Een oudere, vitale man met een ruige baard. Gekruiste armen, een sigaret in de hand, zelfverzekerde blik. Brancusi (1876-1957) is de portier van zijn eigen tentoonstelling. Geen zweem van twijfel in de ogen. Kom maar binnen, je weet nog niet half hoe goed het is, lijkt hij te zeggen op de film uit 1933.

Ongelijk kunnen we hem aan het eind, tien zalen verder, niet geven. ‘Brancusi: Sublimatie van de vorm’, de eerste retrospectieve van de beeldhouwer in België, is een prachtige en vooral veelzijdige tentoonstelling. Brancusi is bekend als beeldhouwer, maar hij was ook een geweldig fotograaf.

Opstapje

Brancusi was een zelfverzekerd artiest die zijn imago zorgvuldig cultiveerde.

Zijn sculpturen lijken soms maar een opstapje naar wat hij echt belangrijk vond: kunstige foto’s van zijn werk, die hij voornamelijk zelf maakte en bewerkte. De scenografie van de expo doet die dualiteit alle eer aan. De sculpturen, meestal in een sobere maar efficiënte glazen vitrine geplaatst, en de foto’s zijn doorgaans in één oogopslag te bekijken.

De expo in Bozar is het vlaggenschip van Europalia Romania. De komende vier maanden toont Roemenië in heel België wat het artistiek te bieden heeft. Brancusi mocht daarbij niet ontbreken.

Maar vanzelfsprekend was dat niet. ‘Toen ik drie jaar geleden de expo voorstelde, werden de wenkbrauwen gefronst. Het leek onhaalbaar om veel bruiklenen, zeker die uit privécollecties, samen te brengen. Maar dat is uiteindelijk toch gelukt. We tonen 35 sculpturen. Dat is veel voor Brancusi’, zegt de artistiek directeur van Europalia Dirk Vermaelen.

Zelfverzekerd

Het eerste deel van de tentoonstelling is chronologisch opgebouwd, daarna wordt zijn werk thematisch behandeld. Je leert Brancusi kennen als een zelfverzekerd artiest die zijn imago zorgvuldig cultiveerde. Het is nochtans haast een mirakel dat hij überhaupt kunstenaar is geworden. Op zijn elfde verliet hij zijn geboortedorp Pestisani om her en der werk te zoeken.

In 1896 ging hij aan de slag in een kruidenierswinkel in Craiova. Daar schreef hij zich op aanraden van een cafébaas in aan de kunstnijverheidsschool. Later volgde hij nog een opleiding aan de School voor Schone Kunsten in Boekarest.

Als kunstenaar had hij in Roemenië weinig te zoeken, vond hij. In 1904 verkaste hij naar Parijs, toen het epicentrum van de hedendaagse kunst. De Franse beeldhouwer Augsute Rodin merkte Brancusi op en nodigde hem in 1907 uit in zijn atelier in Meudon.

Brancusi was een tijdje zijn leerling. Op de expo zijn enkele voorbeelden te zien van Rodin-achtige Brancusi’s. Mooi, maar overbodig, want één Rodin was voldoende. Dat vond Brancusi ook. Hij bleef niet lang bij de meester. ‘Niets groeit in de schaduw van een grote boom’, zei hij over zijn vertrek.

De kus

Brancusi voelde zich meer aangetrokken tot de primitieve kunst. Dat is op de expo heel goed te zien in een van zijn bekendste meesterwerken, ‘De kus’ uit 1907. In dat beeld merk je zijn opstap naar abstractie in zijn sculpturen. Dat resulteerde uiteindelijk in gladde, gepolijste beelden waarvan de figuratie vaak totaal verdween. De sublimatie van de vorm, heet dat.

Zijn vogelbeelden zijn daar een goed voorbeeld van: vleugels en poten zie je amper. Dat was voor Brancusi niet belangrijk. ‘Ik wil het vliegen weergeven, niet de vogel’, zei hij daarover ooit. De beweging vatten in een beeld is de essentie van zijn oeuvre.

©Saskia Vanderstichele

Ook van zijn mensen blijven geen vormen over. Is het een man of een vrouw? Niet dat de beelden aseksueel werden, integendeel. ‘Princess X’ leidde in 1920 tot een schandaal omdat het te veel een fallussymbool was.

In Parijs ontpopte Brancusi zich in de jaren 20 tot de spil van het artistieke leven. In zijn atelier ontving hij bevriende kunstenaars zoals Marcel Duchamp, Man Ray, Jean Cocteau en Francis Picabia. Op de tentoonstelling is een volledige zaal aan hen gewijd, inclusief de prachtige pianomuziek van Brancusi’s vriend Erik Satie.

Je ziet hoe Brancusi inspireerde en geïnspireerd werd. Naast al die opmerkelijke foto’s hangen aan het einde van de expo nog enkele prachtige schetsen en voorstudies die hij maakte. Je moet er met je neus tegen gaan staan. Dan zie je pas hoe subliem Brancusi met het licht en zijn eigen beeldhouwkunst speelde. Die zelfverzekerde blik aan het begin is dus helemaal op zijn plaats.

‘Brancusi: Sublimatie van de vorm’ loopt tot 12 januari bij Bozar.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect