‘Opbouwen? Belgen breken liever af'

©Brecht Van Maele

Het Brusselse museum Kanal zou mislukken. Te gepolitiseerd door de hoofdstedelijke PS, gekoloniseerd door Parijse kunstbobo’s. Maar na de opening in mei veroverde de cultuurfabriek in de oude Citroën-garage ruim honderdduizend harten. Een kerstgesprek met directeur Yves Goldstein.

Flashback naar het eerste weekend van mei. Aan de ingang van Kanal op de kade aan het Saincteletteplein in Brussel vormt zich een lange mensenfile. Hedendaagse kunst aan het water, aangeleverd door het Centre Pompidou, afgeleverd in een van de oudste en mooiste autogarages van het land: iedereen wil Kanal vanbinnen zien. Het is nochtans warm in Brussel, absoluut geen museumweer. Kanal start met een gigantische knal: de ‘cultuurfabriek’ ontvangt ruim 20.000 bezoekers tijdens het openingsweekend.

Een vrijdagavond in december. Directeur Yves Goldstein vraagt een zaalwachter of hij haar stoel kan lenen voor de fotosessie. ‘Mogen we ook jouw vloerlamp om ons aan te verwarmen?’, grapt hij. De 40-jarige Brusselaar is in zijn nopjes. Na het succesvolle openingsweekend doofde de vlam niet uit. De zomer was moeilijk. Naar verluidt piekten de temperaturen tot 50 graden. Maar het volk knoopte snel weer aan met de museumfabriek. 2018 wordt afgerond met 200.000 bezoekers. Let wel: de helft kwam gratis, naar bedrijfsfeesten en evenementen, naar het filmatelier regisseur Michel Gondry, of voor een drankje in de museumbar. Niettemin: 100.000 betalende toeschouwers voor een cultuurproject dat lange tijd zwaar onder vuur lag, je zou voor minder in je nopjes zijn. Aan de bar bestelt de voormalige rechterhand van de PS-politici Rudi Vervoort en Laurette Onkelinx een speciaalbier van een microbrouwerij uit de Brusselse binnenstad. Goldstein is tevreden, al weigert hij van een succes te spreken: ‘De cijfers bewijzen dat we een leemte opvullen in Brussel, maar we zijn er nog niet.’

BIO YVES GOLDSTEIN
BIO YVES GOLDSTEIN (40)

Is directeur van het museum Kanal-Centre Pompidou in Brussel.

Hij studeerde rechten aan de ULB in Brussel.

Tussen 2001 en 2013 was Goldstein adviseur en kabinetschef van federaal minister Laurette Onkelinx (PS).

Van 2013 tot 2016 was hij kabinetschef van Brussels minister-president Rudi Vervoort (PS).

Hoe verklaart u de goede bezoekerscijfers?
Yves Goldstein: ‘Brussel had nood aan een museum voor hedendaagse kunst dat niet gebonden was aan één taalgroep. Deze stad heeft een sterk cultureel ecosysteem. Alleen heeft dat ecosysteem lange tijd geleden onder de opsplitsing tussen Frans- en Nederlandstaligen. Wij zijn een gewestelijk project: francophone ni néerlandophone, mais bruxellois. Dat werkt verbindend. Weet u dat zowat de helft van onze bezoekers Nederlandstalig is? Onze samenwerking met het Centre Pompidou is natuurlijk ook een troef. Maar belangrijker dan de hoge opkomst vind ik de vraag: wie vindt de weg naar Kanal? We zouden hier met de ruggensteun van een instituut als het Centre Pompidou makkelijk grote blockbusterexpo’s kunnen maken. Maar als we daarmee alleen toeristen uit Tokio, New York en Johannesburg aantrekken, is onze missie niet geslaagd.’

Kanal had de ambitie een ontmoetingsplek te zijn voor alle bevolkingslagen. Is dat gelukt?
Goldstein: We zijn pas begonnen. Geef ons tijd. Onze baby is nog maar negen maanden oud. Een vierde van mijn staf is elke dag bezig met één vraag: hoe kunnen we de mensen uit de buurt bereiken? Molenbeek ligt vlakbij, je moet gewoon het kanaal oversteken. Maar mentaal is die afstand enorm. Dat veranderen kost jaren. Je moet de mensen halen, vanzelf komen ze niet. We hebben een streetdancelabo gehad: hiphop en dance tussen de kunstwerken. Die gasten waren nog nooit in een museum geweest. Komen ze terug? Niet alles lukt van de eerste keer. Maar niet geschoten is altijd mis. Ik ken genoeg voorbeelden van cultuurhuizen die in kwetsbare wijken liggen en geen enkele moeite doen om de brug met het volk te maken. (glimlacht) Nee, ik noem geen namen.’

Is het niet naïef te denken dat je mensen uit een lagere sociale klasse, die andere besognes hebben dan een kunstminnend middenklassepubliek, duurzaam kan enthousiasmeren voor hedendaagse kunst?
Goldstein: ‘Je moet instapdrempels bouwen. (kijkt rond) Onze laagste drempel is de kolossale geschiedenis van dit gebouw, dat zich zowel uitstrekt naar de stad als naar het kanaal. Mensen stappen hier binnen om eindelijk eens door de oude werkplaatsen en magazijnen van Citroën te flaneren. Vaak zijn dat geen kunstliefhebbers. Gisteren betrapte ik twee Citroën-fans in onze showroom. Daar loopt nu een designexpo. Twee uur later stonden ze nog over hun favoriete DS-versie te discussiëren. Is het niet magnifiek hoe een kunstwerk twee onbekenden kan bijeenbrengen?’

©AFP

‘We letten er ook op dat onze programmatie niet te intellectualistisch is. Het idee achter de filmfabriek van Gondry was dat iedereen in Kanal zelf zijn film kan maken. Hoeveel democratischer kun je zijn als museum? In die zeven maanden hebben zo’n 3.500 mensen meer dan 300 films gemaakt. Daar zijn veel jongeren en scholieren bij. De expo ‘Children’s Games’ van Francis Alÿs is niet alleen in trek bij mensen die van Alÿs houden voor de intellectuele exegese. Er blijven ook veel kinderen hangen bij zijn filmpjes over kinderspelen in conflictgebieden. Waarom zijn zulke ontmoetingen belangrijk? In klimaatdiscussies wordt vaak de vraag gesteld welke wereld we voor onze kinderen achterlaten. Ik draai de vraag liever om: welke kinderen willen we overlaten aan deze wereld? Mijn antwoord: kinderen die bekommerd voor de planeet, en niet onverschillig in het leven staan. Kunst helpt jonge mensen hun verbeelding te ontwikkelen en empathie te tonen.’

Goldstein heeft een maatschappelijke missie met zijn cultuurfabriek aan het water. Zijn talrijke tegenstanders doen zijn emancipatorische discours af als gebakken lucht van een linkse kosmopoliet met de juiste politieke contacten. Goldstein zit waar hij zit dankzij zijn bevoorrechte relaties met twee Brusselse PS-kopstukken: minister-president Rudi Vervoort en federaal oud-minister Laurette Onkelinx. De banden zijn hecht. Onkelinx, voor wie hij twaalf jaar werkte, beschouwt hij als zijn ‘politieke moeder’. Hij was de rechterhand van Vervoort toen die in 2014 zijn plannen voor de Citroën-garage uitrolde. ‘Hoewel niemand wist wat we gingen doen, kregen we bakken stront over ons heen’, blikt Goldstein terug. ‘Omdat ik een PS’er was, omdat ik Franstalig ben, omdat ik niet uit de museumwereld kom, omdat het Centre Pompidou dit project zou koloniseren.’

Drie expo’s
Drie expo’s

Deze drie tentoonstellingen konden Yves Goldstein in 2018 bekoren:

‘Fernand Léger’ in Bozar: ‘Een groots carrièreoverzicht van een van mijn favoriete schilders.’

‘Night Fever’ in ADAM in Brussel: ‘Een unieke tentoonstelling over de geschiedenis van het nachtleven.’

‘Oeuvre’ van Raoul De Keyser in het S.M.A.K. in Gent: ‘De eerste grote museumtentoonstelling van Raoul De Keyser sinds zijn dood is er pal op. De drie expo’s zijn schoolvoorbeelden van geslaagde internationale samenwerkingen.’

Over het eerste punt, dat hij als jonge cabinetard zo’n gewichtig project in goede banen mag leiden, zegt hij. ‘Kunnen we in dit land nog naar iemands capaciteiten kijken zonder hem in een politieke hoek te duwen? Door mijn functie als kabinetschef kende niemand dit verhaal beter dan ik. Ik had alle onderhandelingen met Citroën en het Centre Pompidou gevoerd. Op dat moment had ik ook om persoonlijke redenen beslist uit de politiek te stappen. Ik ben te veel een doener en in Brussel krijg je bijna niets gedaan omdat het institutioneel zo’n complexe stad is. Het gewest, Beliris (een samenwerkingsverband tussen de federale staat en het Brussels Gewest, red.), de 19 gemeenten, de brandweer, begin er maar aan. Het is niet voor niets dat grote projecten nergens geraken in deze stad. Kanal had iemand nodig die dat kluwen doorzag, voor wie deuren opengingen. Dan ben je beter af met iemand met een politiek netwerk en institutionele knowhow dan een manager uit de privésector of de cultuurwereld.’

De garage sluit in 2019 drie jaar voor verbouwingen. Blijft u aan het hoofd van Kanal als de renovatie is voltooid?

Goldstein: ‘Ik weet niet of ik hier in 2023 nog de baas zal zijn. In mijn hoofd is het perfect legitiem dat dan een echte museumdirecteur aan het hoofd komt van het museale gedeelte. Maar Kanal is meer dan een museum, er moet ook een algemene directeur komen. Of ik dat zal zijn? Zoals gezegd: ik ben un réalisateur. Het is perfect mogelijk dat ik hier bij de opening weg ben omdat ik vind dat mijn job gedaan is.’

Hoe groot is het politieke draagvlak voor dit project? Wat als de PS na de verkiezingen in mei uit de Brusselse regering verdwijnt en de MR overneemt?
Goldstein: ‘Of er morgen een meerderheid kan komen die zegt: trop is te veel, cultuur is niet belangrijk voor ons? Zo’n vaart zal het niet lopen. Er is een consensus bij alle partijen, zelfs bij de MR, over Kanal als museum en cultuurproject. Het parlement heeft het budget voor de verbouwing ook goedgekeurd (125 miljoen euro, red.). Uiterlijk in februari lanceren we een oproep voor de bouwvergunning.’

De toegift

In onze eindejaarsreeks 'De toegift' blikken we terug op het culturele jaar. Met mensen die in 2018 het verschil hebben gemaakt.

Morgen: Sofie Peeters van het productiehuis Shelter

Hij staat op. ‘Ik moet naar een vergadering op het stadhuis.’ De halve politicus, halve museumdirecteur slaakt een korte zucht. ‘Ik zou nog één ding willen zeggen. De kranten stonden de afgelopen weken vol over het AfricaMuseum. Na Leopold II - vergeef me het pijnlijke voorbeeld - is niemand in dit land erin geslaagd een even ambitieus museaal project van nationale en internationale uitstraling op poten te zetten. Iedereen zou achter Kanal moeten staan. Het is in het nationale belang dat dit verhaal slaagt. Het zou goed voor Brussel zijn en dus voor het hele land. (neemt een laatste slok) Hou dus op met ons te reduceren tot een politiek project. Opbouwen? Belgen breken liever af. C’est terrifiant dans ce pays.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content