Advertentie
reportage

Recensie | Twee expo's, één overweldigende ode aan het surrealisme

Het surrealisme daagt de toeschouwer uit. Die moet zijn rede en vooroordelen opzijschuiven om de kunst onbevangen te bekijken. Een verklaring zoeken is naast de kwestie. ©Saskia Vanderstichele

Met twee grote tentoonstellingen viert Brussel de 100ste verjaardag van het surrealisme. In Bozar ligt de focus op de Belgische kunstenaars en doe je een resem ontdekkingen. KMSKB gaat de internationale toer op.

'Laat de mens gaan waar hij nooit is geweest, ervaren wat hij nooit heeft ondervonden, denken wat hij nooit heeft gedacht, zijn wat nooit is geweest. We moeten hem daarbij helpen, we moeten die vervoering en die crisis uitlokken, laten we dus onthutsende objecten creëren.' In die twee zinnen vatte Paul Nougé het doel van het surrealisme samen.

De essentie
  • André Breton schreef in 1924 het 'Manifeste du surréalisme' waarin de principes van de stroming werden uitgelegd.
  • Bozar viert het eeuwfeest met de expo 'Histoire de ne pas rire, het surrealisme in België'. Ze loopt tot 16 juni.
  • KMSKB doet dat met 'Imagine! 100 Years of International Surrealism', waarbij vooral de band tussen het surrealisme en het symbolisme wordt geduid. Die tentoonstelling eindigt op 21 juli.
  • Met één ticket (29 euro) kan je beide expo's bezoeken.

Het is maar een van de vele citaten van de Brusselse dichter en essayist die de muren van de expo 'Histoire de na pas rire, het surrealisme in België' in Bozar sieren. Nougé is misschien niet zo bekend, hij was als theoreticus een van de spilfiguren van het surrealisme in België. In die zin was hij minstens even belangrijk als zijn vriend René Magritte.

Laat er geen misverstand over ontstaan: het surrealisme is geen artistieke kunststroming pur sang. De kunststroming is een tastbaar uitvloeisel van het basisprincipe van het surrealisme: vergeet alles wat je weet en geef je over aan de verbeelding.

De Franse schrijver André Breton, arts van opleiding, schreef de basisprincipes van het surrealisme in 1924 neer in het 'Manifeste du surréalisme'. Vandaar dat dit jaar de 100ste verjaardag van het surrealisme wordt gevierd. Maar de term werd al in 1917 gelanceerd door Bretons landgenoot Guillaume Apollinaire bij het ballet 'Parade' van Jean Cocteau, met muziek van Eric Satie en kostuums en decor van Pablo Picasso. Apollinaire schreef in het programmaboekje dat de combinatie van al die elementen het realisme oversteeg. Hij noemde het spektakel sur-réalism, een term die Breton overnam.

Het Franse surrealisme kreeg al snel een Belgische pendant. Daar draait de expo in Bozar om. Ze is chronologisch opgebouwd, in een opmerkelijke scenografie. Er hangen geen schilderijen aan de muren van de expozalen. Die zijn voorbehouden aan citaten. De kunstwerken hangen aan panelen die in het midden van de zalen werden neergezet, in combinatie met vitrines voor teksten.

De scenografie is weldoordacht. Het belang van het woord kan in het surrealisme niet worden overschat. Het surrealisme was aanvankelijk een literaire stroming die de écriture automatique hoog in het vaandel voerde. De surrealisten wilden de rede uitsluiten en alles overlaten aan de verbeelding. In de praktijk betekende dat: denk niet na, maar schrijf alles wat in je opkomt onmiddellijk op.

De luisterkamer van René Magritte. ©Saskia Vanderstichele

Voor beeldende kunstenaars was dat moeilijker, tenzij je echt gewoon verf op een doek kladderde. Maar dat deden de surrealisten dus niet. Ze waren net heel figuratieve kunstenaars. Hun surrealisme school in het samenbrengen van elementen die redelijkerwijs niet samen horen. Magritte is daar een sprekend voorbeeld van, in navolging van de Duitser Max Ernst, een van de allereerste surrealistische kunstenaars.

Resem ontdekkingen

De surrealisten daagden het publiek uit. De toeschouwer moest zijn eigen opvattingen over rede en realiteit laten varen en op die manier zelf een surrealist van de verbeelding worden. Het is dus eigenlijk zinloos om naar de betekenis van surrealistische kunstwerken te zoeken. Geef je gewoon over aan wat je ziet. Tenminste als je de opvattingen van Breton naar de letter interpreteerde.

Eigenlijk moet u dit artikel niet lezen. Vorm uw eigen mening, zou André Breton zeggen.

De tentoonstelling in Bozar is overweldigend door het bombardement van informatie, documentatie en beeldende kunst. Je moet er dus zeker je tijd voor nemen. Dan doe je een resem ontdekkingen. De Waalse fotograaf Marcel Lefrancq bijvoorbeeld, die intrigerende foto's en collages maakte. Of Marcel Mariën, een schilder, fotograaf, beeldhouwer.

Of de vrouwelijke surrealisten Rachel Baes en Jane Graverol, die met de expo hopelijk de aandacht krijgen die ze al lang verdienen. De surrealisten waren overigens niet tegen vrouwen, zeker niet als ze gewillig naakt poseerden.

Te vrijblijvend

Van Bozar is het maar een boogscheut wandelen naar de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten voor de tweede expo over het surrealisme. 'Imagine! 100 years of International Surrealism'. Van België naar de wijde wereld dus. Klinkt logisch, maar het surrealisme doet niet aan logica. De titel is enigszins misleidend, want het echte onderwerp van de tentoonstelling in KMSKB is de relatie tussen het symbolisme en het surrealisme.

En opnieuw gaat het om een gedeeltelijk Belgisch verhaal. Brussel was aan het begin van de 20ste eeuw de hoofdstad van het symbolisme. Het internationale karakter van de expo oogt magerder dan de titel suggereert. De expo is geen verzameling van surrealistische topwerken, geleend van topmusea wereldwijd. Stel dus die verwachting bij.

'De pop' van Hans Bellmer. ©Saskia Vanderstichele

De tentoonstelling is geordend op thema's die zowel surrealisten als symbolisten na aan het hart lagen: de droom, de nacht, het bos, de mythe, het lichaam, de kosmos. Er is net als in Bozar veel knappe kunst te zien, maar het geheel oogt iets te vrijblijvend om echt meegetrokken te worden. Het is meer halt houden bij enkele pronkstukken: 'De pop' van Hans Bellmer, 'Het aankleden van de bruid' van Max Ernst, 'Een voorgevoel van liefde' van Boleslas Biegas, en 'Gedeeltelijke hallucinatie. Zes afbeeldingen van Lenin op een piano' van Salvador Dali.

De expo eindigt met het schilderij 'De maanvrouw snijdt de cirkel in tweeën' van Jackson Pollock. Niet meteen een kunstenaar die je op een expo over surrealisme verwacht. Maar die gedachte moet je verbannen. Want de surrealisten vochten een voortdurende strijd tegen het hokjesdenken. Eigenlijk moet u dit artikel ook niet lezen. Vorm uw eigen mening, zou Breton zeggen.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.