‘Rops is mijn overgrootvader'

Félicien Rops, ‘Les Deux Amies’. ©Musée Félicien Rops, Namen

In het kasteel van Gaasbeek mijmeren Thomas Lerooy en Félicien Rops over de vergankelijkheid van het leven. Humor en erotiek maskeren de melancholie.

Het lijkt op het eerste gezicht een contradictie. Een tentoonstelling over de vergankelijkheid en de vluchtigheid van het leven in een historisch gebouw waar de tijd is blijven stilstaan. Het kasteel van Gaasbeek ademt nog de sfeer uit van zijn laatste bewoonster, de gefortuneerde markiezin van Marie Arconati-Visconti (1840-1923). Grote kamers, kleine kamers, smalle gangen, kronkelende trappen. Geen moderniteit in Gaasbeek. Soms verwacht je dat de markiezin vanachter een deur even komt piepen.

Wat zou ze vinden van de tentoonstelling ‘Vanity Fair’ van Félicien Rops (1833-1898) en Thomas Lerooy (37)? Dat ze een beetje ondeugend is? Maar ook wel grappig? Allicht. Maar misschien ook dat haar tijdgenoot Rops toch wel redelijk in de schaduw staat van de kunstenaar uit de 21ste eeuw. Dat komt door de aard van de kunst van Lerooy. Hij maakt bronzen sculpturen die in het kasteel alle aandacht naar zich toetrekken. De tekeningen en etsen van Rops - de meeste zijn bekend - lijken soms toevallig aangebracht decorum.

De band tussen de twee kunstenaars is er nochtans. De vanitas bindt hen: de ijdelheid, vluchtigheid, vergankelijkheid. Dat concretiseert zich in taferelen met schedels, verwelkte bloemen, een uitdovende kaars. ‘Ik hou veel van de humor en het cynisme van Rops. Ook picturaal zie ik gelijkenissen. Ik herken in mijn beelden de manier waarop Rops vrouwen doet kronkelen. Ik noem hem mijn overgrootvader. Ik ben blij met Rops aan mijn zijde hier in Gaasbeek. Op die manier wordt mijn werk in een perspectief geplaatst. In een retrospectieve had ik geen zin. Daarvoor voel ik me te jong. Het kasteel zelf speelt ook een grote rol in de tentoonstelling. Wanneer je hier binnenkomt, beland je in een andere, duistere, parallelle wereld. Alsof je in een gesloten boek stapt. Dat is nog een band met Rops. Hij illustreerde de boeken van Charles Baudelaire, ook niet de meest toegankelijke schrijver.’

Thomas Lerooy bij ‘Obelrisk’: ‘Ik betaal alle productiekosten zelf. Dat garandeert mijn onafhankelijkheid. ©Saskia Vanderstichele

Alles in de vuilnisbak

Lerooy is tekenaar en beeldenmaker van beroep. ‘Dat zijn twee gescheiden werelden. De tekeningen zijn geen voorstudies van mijn sculpturen. Die bedenk ik helemaal in mijn hoofd.’ Lerooy volgde een klassieke kunstopleiding aan het KASK in Gent. Op zijn 18de was hij assistent bij de onlangs gestorven conceptuele kunstenaar Jef Geys. ‘Toen ik op mijn 22ste was afgestudeerd, kieperde ik alles wat ik al had gemaakt in de vuilnisbak. Ik wilde met een leeg blad beginnen. Twijfels waren er niet. Ik wist dat ik kunstenaar zou worden. Maar dan wel op mijn manier, niet zoals de docenten dat voorschreven. Ik heb nooit iets anders gedaan dan kunst. Vrienden kochten een sofa en settelden zich. Ik investeerde mijn spaargeld in materiaal.’

In 2006 kreeg Lerooy zijn eerste tentoonstelling in Museum Dhondt-Dhaenens. Sindsdien gaat het gestaag vooruit met de carrière. Een expo twee jaar geleden in het Petit Palais in Parijs geldt als voorlopig hoogtepunt. Daar haalde hij de inspiratie voor ‘Embrace’ uit 2015, een van de knapste beelden op de expo in Gaasbeek. ‘In het Petit Palais zag ik op een dag de restaurateurs aan het werk. Ze moeten voortdurend de gipsen beelden bijwerken. Bezoekers trekken nogal eens graag een vinger van zo’n beeld af. Dat bracht me op het idee om een perfect beeld te dissecteren en de onderdelen als een slechte restaurateur kriskras aan elkaar te lassen.’ De sculptuur vat de vergankelijkheid perfect samen. Wat ooit het ideale beeld was, hangt nu in zijn onderdelen schots en scheef aan elkaar. Als toetje bracht Lerooy blauwe en gele tape aan, ook in brons, om de stukken bij elkaar te houden. Je geraakt niet op het werk uitgekeken.

Erotische dubbele bodems

Ik heb nooit iets anders gedaan dan kunst. Vrienden kochten een sofa en settelden zich. Ik investeerde mijn spaargeld in materiaal.
ThoMAS LEROOY
Kunstenaar

Dat overkomt je vaker bij Lerooys sculpturen. Je wordt eerst gegrepen door de kunstzinnigheid van het geheel. Pas als je goed kijkt, zie je de inventieve en vaak erotische dubbele bodems. Een obelisk van gestapelde hoofden wordt een fallussymbool. Een in tweeën gesneden piëta wordt doorboord door twee mannenarmen. Een wulpse naakte vrouw aan het kruis van Rops kijkt goedkeurend toe. Lerooy heeft ook lef. Hij durft het aan om Duchamps beroemde urinoir om te draaien en daarin een vrouwentorso met perfecte borsten te plaatsen.

Beelden afgieten in brons is duur. ‘Reken op 10 euro per kilo brons. Voor een menselijke figuur kom je al snel op 25.000 euro. Het is een arbeidsintensief proces. Het gieten duurt al gauw drie maanden. Ik betaal alle productiekosten zelf. Dat garandeert mijn onafhankelijkheid. Mijn galerie, Rodolphe Janssen in België, concentreert zich op de verkoop en de contacten met verzamelaars. Ze houdt me ook in toom. Ik ben nogal enthousiast. Ik kan geen nee zeggen. Echt. Als je me liet doen, gaf ik hier 20 rondleidingen in het kasteel. Maar dat is ook weer niet de bedoeling.’

Vanity Fair tot 10 juni in Kasteel van Gaasbeek.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud