Sophie Podolski: seks, drugs en verkleedpartijen

Deze kleurrijke ets tekende Sophie Podolski in 1968 en 1969. Ze was toen 15. ©Catherine Podolski_Wiels

Sophie Podolski is een van de best bewaarde geheimen van de Belgische kunstgeschiedenis. Ze schreef en tekende tot ze op haar 21ste zelfmoord pleegde. Een expo in Wiels houdt de herinnering levend.

‘Niemand hoeft zich zorgen te maken over enige onwetendheid. Ik kende Sophie Podolski tot een paar maanden geleden ook niet’, gaf Wiels-directeur Dirk Snauwaert bij de voorstelling van de tentoonstelling toe. Op een dag kreeg hij een doos vol tekeningen en manuscripten van de kunstenares onder ogen. Het archief werd hem aangeboden door Joëlle de La Casinière, die in de jaren rond mei 68 een kunstenaarsgemeenschap in Elsene leidde. Podolski was een van haar kostgangers. De la Casinière vond dat het tijd werd dat de wereld kennis kon maken met de wondere wereld van Podolski. In Wiels vond ze een partner.

©rv

Curator Caroline Dumalin vat het oeuvre van Podolski samen in drie zalen, chronologisch geordend. Wat krijg je te zien? Getekende literatuur is een mogelijke omschrijving. Podolski maakte veel erotische tekeningen die ze illustreerde met literaire bijschriften. Ze schilderde gouaches in felle kleuren. Ze schreef avant-gardistische stripverhalen. Vaak zijn ze nauwelijks te snappen, zelfs niet met de Nederlandse vertaling bij de hand. ‘Toen ze aankwam was de lsd-automaat down. Sint Op. De ijsverkoopster had het ding al leeggezogen. Ze liet zich ter plaatse smelten op de tong van een Arabier.’ Het is een fragment uit ‘Groen Licht’, een verhaal dat ze schreef toen ze amper 17 was.

Het is moeilijk om een oordeel over haar oeuvre te vellen. Het is apart, het is opmerkelijk, het is psychedelisch, het is alles wat niet mainstream is. Fascinerend dus, net als haar leven. Podolski leed aan schizofrenie. Ze pleegde in 1974 zelfmoord toen ze amper 21 was. De expo overspant een carrière van nauwelijks vijf jaar.

Oekraïense grootvader

Een gewoon meisje is Podolski nooit geweest. De roots van haar grootvader liggen in Oekraïne. Ze werd in 1953 in Ukkel geboren. Haar moeder was een befaamde keramiste, haar vader een musicoloog en fluitspeler. Podolski werd op haar twaalfde van school gestuurd wegens onaangepast gedrag. Allicht leed ze toen al aan schizofrenie. Haar moeder gaf haar dan maar privéles.

In de kunstenaarsgemeenschap Montfaucon Research Center van De La Casinière in Elsene vond Podolski vanaf 1969 onderdak. Ze fladderde er binnen en buiten. De kunstenaars noemden zichzelf ‘freaky’. Daarmee zetten ze zich af tegen de hippies. Op de expo is een film te zien over het leven in de gemeenschap. Seks, drugs, verkleedpartijen, het ging er heftig aan toe. Podolski lijkt in de film erg van het leven te genieten.Dat was door haar ziekte gedeeltelijk schijn. Ze werd af en toe opgenomen in de psychiatrie. Een deel van de tentoonstelling is gewijd aan haar enige boek ‘Le pays où tout est permis’. 80 pagina’s van het met tekeningen en collages geïllustreerde manuscript worden getoond. Het gaat om een autobiografische stream of consciousness, en het manuscript laat zich dan ook niet makkelijk lezen. Net als de Amerikaanse schrijver William Burroughs maakt Podolski gebruik van de cut-uptechniek: willekeurig knippen en plakken in teksten.

Sophie Podolski was een erg complexe vrouw. Ik had haar graag leren kennen, al weet ik niet of ik haar altijd zou begrijpen.
Curator Caroline dumalin

Een rechte lijn moet je in het boek niet verwachten. Dat streefde Podolski ook niet na. Ze wilde net tonen dat alles toegelaten was, inclusief het kopiëren van fragmenten uit andere boeken. Ze kende geen grenzen, niet in haar kunst en niet in haar leven. Het boek kon in het midden van de jaren 70 bij de intellectuele avant-garde van Parijs op enige bijval rekenen.

De zelfmoord van Podolski was haast onvermijdelijk. ‘Ze was heel bang om 21 te worden. Ze vreesde als meerderjarige geïnterneerd te worden. Dat wilde ze niet. De avond voor haar dood had ze nog afgesproken met haar jongere zus. Het was een afscheid’, vertelt Da La Casinière. ‘Niemand kon haar helpen. Het leven viel haar gewoon te zwaar.’

‘In haar werk neemt de dood een belangrijke plaats in’, zegt Dumalin. Al op haar 16de stelde ze zich existentiële vragen over het leven. Ze was erg in de ban van het existentialisme van Sartre. Naarmate ze ouder werd, werden haar teksten donkerder, hoewel ze in haar werk ook een lichtvoetige humor uitstraalde. Sophie was een erg complexe vrouw. Ik had haar graag gekend, al weet ik niet of ik haar altijd zou begrijpen.’

‘Sophie Podolski: le pays où tout est permis’ loopt tot 1 april bij Wiels in Vorst.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content