Stillevens op de directieverdieping

©Karin Borghouts

De Britse kunstfotograaf Peter Fraser is veel verschuldigd aan zijn moeder en aan William Eggleston. Zijn foto’s zijn te zien in een Brussels kantoorgebouw dat een kunstwerk op zich is.

De achtste verdieping van het CBR-gebouw in Watermaal-Bosvoorde. Hier bevonden zich eens de directiekamers van het cementbedrijf waarvoor Constantin Brodzki in 1970 het modernistische kantoorgebouw ontwierp. Achter de goudkleurige, ovalen ramen lonkt het groen van het Zoniënwoud. Aan de andere kant van het gangpad stroomt een vergaderzaal vol coworkers. Het Antwerpse bedrijf Fosbury & Sons gebruikt zeven etages van deze architecturale parel als flexibele kantoorruimte voor jonge bedrijven en freelancers.

©Peter Fraser

In dit decor toont Peter Fraser (66) tot 5 oktober het beste werk uit zijn dertigjarige carrière. Aan de cementen muren hangen 14 foto’s en één installatie van 16 beelden. Het gaat om een selectie van zijn retrospectieve in Tate Britain, waar Fraser enkele jaren geleden als eerste levende Britse fotograaf een solo kreeg.

De keuze van de foto’s heeft hij overgelaten aan de curator, Kaat Dejonghe van Die Plek, een platform dat op bijzondere locaties verkoopexpo’s van fotografen organiseert. ‘Ik heb me jaren uitgesloofd om elk aspect van mijn carrière te controleren. Hier zei ik: jij kiest.’

Uitvergrote details

Frasers beelden laten zich niet in één oogopslag vatten. Hij lijkt kleine dingen groot te maken. In de regel legt de fotograaf zich toe op één object: een steen onder een deur, een mandje met kleurpotloden, een kroonluchter, een papieren vliegtuigje. Uitvergrote details, curieus gekadreerd waardoor het totaalplaatje meerdere betekenissen krijgt.

Er wordt gezegd dat hij door zijn camera als een wetenschapsfilosoof naar het leven kijkt. Zelf zegt Fraser liever niet te veel over zijn semi-abstracte stillevens, behalve dit: ‘De realiteit is mijn obsessie, omdat ik denk dat ze niet bestaat. Wat betekent dat immers, dé realiteit? De queeste naar het antwoord houdt me al vijftig jaar bezig. Het zit in alles wat ik doe.’

©Peter Fraser

Fraser ervaart het als een cadeau dat hij carrière kon maken met kunstfoto’s in kleur. Toen hij in de jaren zeventig in Manchester afstudeerde, was in de fotografie van kleur geen sprake. Zijn voorbeelden waren landschaps- of documentaire fotografen als Ansel Adams en Henri Cartier-Bresson, groothertogen van zwart-wit. Dat veranderde toen hij een boek zag van de Amerikaan William Eggleston, dé pionier van de kunstfotografie in kleur.

‘Op een vernissage in Londen trok ik mijn stoute schoenen aan en vroeg ik Eggleston of ik naar de VS mocht komen om samen op te trekken. Tot mijn verbazing zei hij ja. Ik ging dus. Maar pas op onze laatste avond samen in Memphis durfde ik hem te vertellen dat ik mijn portfolio bij me had. Hij antwoordde dat hij dat wist. Hij had er zelfs al in geneusd. ‘Je werk is geweldig. Ga ervoor’, zei hij. Er viel een last van mijn schouders. Het was zeven weken lang ongemakkelijk geweest tussen ons. Ik dacht dat ik uit beate bewondering te onderdanig was geweest. Maar ik was er blijkbaar in geslaagd mijn waardigheid te bewaren.’

©Peter Fraser

Fraser zegt ook veel verschuldigd te zijn aan zijn moeder. ‘Terwijl mijn vader zich in de pub bezatte, initieerde zij me in klassieke muziek en kunst. Elke zomervakantie verbleef ik met haar en mijn broers bij mijn grootmoeder in Wales. Zonder mijn vader, voor wie ik niets goed kon doen.’ Op een van die vakanties kocht zijn moeder hem zijn eerste camera. Hij was zeven. ‘In de brute Welshe natuur en tussen de zware meubels van mijn grootmoeder heb ik geleerd dat er geen hiërarchie bestaat tussen kleine en grote dingen.’

‘Whatness’ loopt tot 5 oktober in het CBR-gebouw in Watermaal-Bosvoorde.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect