Toen dans nog een pandemie was

Valeska Gert. ©© Images des collections du Centre national de la danse

Choreografen zijn vandaag gerespecteerde kunstenaars. Maar de zin om te dansen heeft eeuwenlang een negatieve bijklank gehad in Europa. ‘Danser Brut’ in Bozar en Museum Dr. Guislain toont de raakvlakken tussen beweging, dans en psychische aandoeningen.

Z e lijkt een beetje gek, zoals ze danst en beweegt. Met schokkende en verkrampte bewegingen. Een epileptische aanval misschien. Maar dat is het niet. Het is de performance ‘Tänzerische Pantomime’ uit 1925 van de Duitse kunstenares Valeska Gert, te zien aan het begin van het tentoonstellingsparcours in Bozar in Brussel. Ze was in Berlijn berucht voor opwinding en provocatie. In 1920 werd ze door de politie gearresteerd omdat ze een orgasme danste.

Gert balanceerde op de grens tussen kunst en waanzin. Daarom is ze de perfecte opener voor de expo in Bozar. Het filmpje is ook te zien in het Gentse Museum Dr. Guislain. Niet aan het begin, maar ergens onderweg.

Charly Chapin in 'Sunnyside' ©© Roy Export S.A.S.

Het is niet eenvoudig de tentoonstellingen in beide musea in enkele woorden samen te vatten. Ze gaan over repetitieve beweging. Over hoe mensen door beweging in een bepaalde trance komen. Maar ook over hoe psychische aandoeningen, hysterie bijvoorbeeld, bewegingen genereren. Vreemde bewegingen, zegt de nuchtere mens. De moderne dans incorporeerde veel van die bewegingen in zijn schriftuur.

De expo toont omstandig die kruisbestuivingen tussen psychische aandoeningen, beweging en kunst. Een groot deel van de getoonde werken valt onder de categorie outsiderkunst of art brut. Kunstenaars die aan de rand van de kunstwereld opereren. Meestal zijn ze redelijk onbekend, maar dat maakt hen niet minder interessant.

Een gelijkaardige tentoonstelling liep in 2018 in het LaM, het museum voor moderne kunst van Rijsel. Die expo inspireerde Bozar en Museum Dr. Guislain voor ‘Danser Brut’. Beide leggen eigen accenten in voorts redelijk parallelle expo’s. Moet je ze dan allebei zien? Dat is een heikele vraag. De thematische opbouw is hetzelfde. De sleutelvideofragmenten van het project vind je zowel in Brussel als in Gent. Beide instellingen delen enkele kunstenaars. Wie na Gent naar Brussel trekt, heeft ongetwijfeld een gevoel van herkenning. Van ‘ah ja, dat is hier ook’.

Toch mag dat niet beletten beide expo’s te bezoeken. Ze roepen ondanks de overeenkomsten een wereld van verschil op. Museum Dr. Guislain heeft zijn achtergrond van psychiatrische instelling mee. De sfeer in het museum - misschien is het inbeelding - is met niets te vergelijken. De tentoonstelling is er wat kleiner en compacter dan in Bozar. Misschien ook wat chaotischer. Dat hoeft niet negatief te zijn. Chaos overheerst vaak in het hoofd van de patiënt en de kunstenaar.

Mensen gingen wild aan het dansen. Bubbels waren er niet. De ene stak de andere aan. Dat leidde soms tot doden.

Bij Bozar krijgen de kunstwerken - ze zijn talrijker - meer ruimte omdat er simpelweg meer plaats is. De scenografie is er net iets afgelikter en cleaner. Je voelt er minder de dreiging van waanzin dan in Gent. Geometrisch is er ook een verschil. In Bozar domineert in de scenografie de cirkel. In de zalen werden lage, ronde muren aangebracht waarachter de meeste outsiderskunst is te zien. Dat heeft een symbolische betekenis: kunst die buiten de geijkte paden valt. Museum Dr. Guislain intervenieerde niet in zijn rechthoekige zalen.

Dansmanie

Choreografen zijn in de 21ste eeuw gerespecteerde kunstenaars. Maar dans heeft eeuwenlang een negatieve connotatie gehad. Vanaf de 14de eeuw werd Europa op geregelde tijdstippen geteisterd door dansepidemieën, leert de expo. Om onverklaarbare redenen gingen mensen wild aan het dansen. Bubbels waren er niet. De ene stak de andere aan. Dat leidde, leren historische bronnen, soms tot doden. De Zwitserse wetenschapper en arts Paracelsus bedacht in de 15de eeuw een naam voor die dansmanie: chorea. Op de tentoonstellingen is een filmfragment te zien dat perfect illustreert hoe het eraan toe ging. Het gaat om de film ‘Paracelsus’ van de Duitse regisseur Georg Wilhelm Pabst. Hij draaide de prent in 1943 in opdracht van nazikopstuk Joseph Goebbels, de minister van propaganda. In het fragment zie je hoe één danser (Harald Kreutzberg) in een wervelende maar bedreigende dodendans iedereen aansteekt. Zo ging het eraan toe in de 15de eeuw.

Helmut Nimczewski, 'Colosseum' ©© LaM, Villeneuve-d’Ascq / Cécile Dubart

Cruciaal is het werk van de Franse psychiater Jean-Martin Charcot. Hij leidde vanaf 1870 in het Salpêtrièreziekenhuis in Parijs de afdeling hysterie en epilepsie, aandoeningen die toen vooral aan vrouwen werden toegeschreven. Met hypnose wekte Charcot aanvallen op. Die liet hij nauwkeurig documenteren door fotograaf Albert Londe en tekenaar Paul Richer. In de expo is werk van beiden te zien.

19de eeuw
In het Parijs van de late 19de eeuw werd hysterie, dat vaak in één adem met seksualiteit werd genoemd, hip.

Charcot gaf ook openbare colleges over zijn onderzoek. Een prachtige tekening van Eugène Pirodon toont hoe Charcots toehoorders met open mond naar hem luisteren. Alsof de psychiater een showman was. Hysterie werd vaak in één adem genoemd met seksualiteit. Misschien kwam het daardoor dat de aandoening in het Parijs van de late 19de eeuw hip werd. Danseressen in de befaamde cabarets deden de bewegingen van de hysterische vrouwen na. Een schilder als Henri de Toulouse-Lautrec vond er zijn inspiratie in. Jane Avril werd een van zijn modellen. Ze was een patiënte van Charcot en maakte carrière als danseres.

Jane Avril door Henri de Toulouse-Lautrec.

‘Danser Brut’ illustreert ten overvloede hoe kwalen van de zenuwen de kunst beïnvloedden. De tics van Charlie Chaplin in films als ‘Sunnyside’ en ‘Modern Times’ zijn onmiskenbaar aan het werk van Charcot gelinkt. Of aan andere wetenschappers. De Belgische arts Arthur Van Gehuchten maakte aan het begin van de 20ste eeuw opnames met patiënten uit het Guislain-gesticht. Op basis daarvan creëerde Alain Platel in 2006 ‘VSPRS Show and Tell’. Zijn dansers gaven hun interpretatie van waanzin en abnormaliteit.

Niet elke kunstenaar was kritiekloos. Louise Bourgeois, die haar leven lang met mentale inzinkingen kampte, maakte enkele aangrijpende tekeningen waarin ze Charcot aanviel. Ze vond het onaanvaardbaar dat hij hysterie voornamelijk aan vrouwen toeschreef. Ze spitste zich toe op mannelijke hysterie. Haar tekeningen zijn te zien in Bozar.

Gelukkig is de tentoonstelling niet altijd zo zwaar op de hand. Ze begint zelfs frivool met het thema ‘Dolgedraaid’, met de beweging van kermissen en draaimolens die tal van kunstenaars inspireerden. Jacques Tati doet dat in Gent met een hilarisch fragment uit ‘Play Time’ (1967). Bij Bozar is het genieten van de kleurtekening ‘Colosseum’ van Helmut Nimczewski.

Adolf Wölfli.

Een heel mooie sectie is ‘Dansen met het potlood’. Daarin spreekt de pure kunst. De beroemde Russische danser Vaslav Nijinski kreeg in 1917 te kampen met mentale problemen. Hij tekende die van zich af met geometrische figuren waarin je danspatronen herkent. Al even fascinerend zijn de tekeningen van de Zwitserse outsiderkunstenaar Adolf Wölfli. Hij werd als kind seksueel misbruikt. Dat is hij nooit te boven gekomen. Hij leed aan psychoses en hallucinaties. Tijdens zijn vele verblijven in psychiatrische instellingen begon hij te tekenen. Het zijn kleurige ingewikkelde constructies waarin hij notenbalken moffelde. Aanvankelijk waren de muzieknoten puur illustratief, maar later begon Wölfli echt te componeren in zijn tekeningen. Ze werden muzikaal. Hij speelde zijn composities op een papieren trompet. ‘Normale’ mensen zouden het allicht niet bedenken. Dat maakt ‘Danser Brut’ wrang bij sommige passages. Mag je van kunst ongegeneerd genieten als je beseft dat het leven van de kunstenaar een zware psychische lijdensweg was?

‘Danser Brut’ loopt tot 24 januari. De praktische info voor een bezoek vindt u op bozar.be en museumdrguislain.be.

Kort

In Bozar en Museum Dr. Guislain loopt ‘Danser Brut’. Zowel de tentoonstelling in Brussel als die in Gent legt de nadruk op hoe mensen door beweging in een bepaalde trance komen. Een groot deel van de getoonde werken valt onder outsiderkunst, kunstenaars die aan de rand van de kunstwereld opereren. De expo’s zijn bij momenten zwaar op de hand, maar ook frivool. De moderne dans incorporeerde veel van die bewegingen in zijn schriftuur.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud