reportage

Toen Gent nog de textielstad was

De katoenweverij van Diomédé Vanderhaeghen ging in 1980 tegen de grond. Uit de as rees de Decascoop (nu Kinepolis) op. ©Jacques De Ro en Alexandre Dumarey

In de 19de eeuw rezen in Gent de textielfabrieken als reuzenpaddenstoelen uit de grond. In de expo ‘Kathedralen van de Industrie’ gaat fotograaf Alexander Dumarey op zoek naar wat nog rest. Te zien in het Industriemuseum van Gent.

In 1947 telde Gent drie textielfabrieken per vierkante kilometer, valt te lezen aan het begin van de tentoonstelling.  Dat klinkt indrukwekkend en weet dat toen de Gentse textielindustrie al over haar hoogtepunt was. In de 19de eeuw werd de ene na de andere textielfabriek gebouwd: katoenspinnerijen, vlasspinnerijen, weverijen en breigoedbedrijven. Het waren meestal indrukwekkende en robuuste gebouwen, kathedralen dus. Soms werden bestaande gebouwen omgeturnd tot fabrieken. Geloof het of niet, dat overkwam zelfs het Gravensteen.

De essentie

  • ‘Kathedralen van de Industrie’ is een fototentoonstelling in het Industriemuseum van Gent.
  • Het museum bezit een grote collectie foto's uit de jaren 70 van Gentse textielfabrieken.
  • Alexander Dumarey fotografeerde de fabrieken of hun restanten opnieuw.
  • De expo toont hoe een stad voortdurend in verandering is.

Rond de fabrieken werden beluiken opgetrokken waar de arbeiders konden wonen. Als je Gent binnenrijdt via de Muiden of Rabot zie je daar nog de sporen van.

De Gentse textielindustrie is zo goed als verdwenen. De klad kwam er helemaal in in de jaren 60. Maar de fabrieken bleven bestaan. Ze werden relicten van industriële archeologie. Toen het toenmalige Museum over Industrie, Arbeid en Textiel (MIAT) in 1976 werd opgericht - in een voormalige katoenspinnerij - trokken medewerkers van het museum met de camera op pad.

Ze fotografeerden zo goed als alle oude textielfabrieken, vaak inclusief de machinerie, die de stad rijk was. Kwestie van het moment voor te zijn dat ze tegen de grond gingen. Die foto's zitten nog steeds in het archief van het MIAT, ondertussen omgedoopt tot het Industriemuseum. De collectie werd in de loop der jaren aangevuld met bedrijfsarchieven, onder meer van Union Cottonnière, een van de belangrijkste textielondernemingen die Gent ooit heeft gekend.

In 2019 vroeg Hilde Langeraert, de conservator van het museum, aan fotograaf Alexander Dumarey om de fabrieken of de plekken waar ze ooit stonden opnieuw te fotograferen. Op dat verzoek ging hij graag in. Dumarey groeide op in de Bloemekenswijk in Gent, waar veel textielfabrieken stonden.

Een perfecte vroeger en nu

Op de tentoonstelling worden de oude en de nieuwe foto's zij aan zij getoond, 30 paren in totaal. Een perfecte vroeger en nu. 'Ik heb getracht de compositie van de oude beelden zoveel mogelijk te benaderen', zegt hij.

Op de foto's zijn zo goed als geen mensen te zien, niet op de originele en niet op die van Dumarey. 'Ik vind dat helemaal niet erg. Mensen trekken op foto's de aandacht naar zich toe. Ik wilde dat de focus van de reeks volledig op de gebouwen lag. Door corona waren er ook weinig mensen en auto's in het straatbeeld. Dat kwam dan weer goed uit.'

Ik heb allerminst naar nostalgie gezocht. Het gaat me om te tonen dat een stad voortdurend in verandering en ontwikkeling is.
Alexander Dumarey
Fotograaf

De combinatie van oud en nieuw roept allerminst een gevoel van nostalgie op. Allicht omdat net de gebouwen of wat er van rest centraal staan. 'Ik heb allerminst naar nostalgie gezocht. Het gaat me om te tonen dat een stad voortdurend in verandering en ontwikkeling is.'

Daar is de fotograaf heel goed in geslaagd. Je kan de evolutie op verschillende manieren bekijken. Sociaal bijvoorbeeld. Vroegere verpauperde arbeiderswijken werden soms omgetoverd tot hippe woonplekken met een stevig prijskaartje. Florida tussen de Molenaarsstraat en de Opgeëistenlaan is daar een goed voorbeeld van. Aan het begin van de 19de eeuw was het een weverij. In de jaren negentig werden de gebouwen opgeknipt en verdeeld in kantoren en woningen.

Vlasspinnerij La Lys. Vroeger en nu. ©RV en Alexandre Dumarey

Het langst blijf je hangen bij foto's waar je het verband nog nauwelijks ziet. Soms rest enkel nog de fabriekspoort, soms helemaal niks meer. Zoals bij La Lys, aan de Leiekaai en De Nieuwewandeling. In de 19de eeuw was dat een bloeiende vlasspinerij. De eerste die elektrisch werd verlicht, leert de catalogus van de tentoonstelling. 'In die tijd was dat een spektakel voor de Gentenaars.'

Het langst blijf je hangen bij de foto's waar je het verband nog nauwelijks ziet. Soms rest enkel nog de fabriekspoort, soms helemaal niets meer.

De fabriek ging in de jaren 60 tegen de vlakte. In de plaats kwam een verwilderd bos. In 2007 werd dat herschapen tot een volwaardig stadspark. 'Je ziet nog wel sporen van de fabriek op het terrein. Dat vind ik interessant', zegt Dumarey.

Nog zo'n moeilijk te herkennen plek is de Kinepolis, de Decascoop van vroeger, aan Ter Platen. Daar stond van 1872 tot 1969 de katoenweverij van Diomédé Vanderhaeghen. In 1980 werd de fabriek helemaal afgebroken. Geen spoor rest er nog. Een stad is inderdaad altijd in verandering.

'Kathedralen van de industrie' van Alexander Dumarey loopt tot 26 september in het Industriemuseum van Gent. De catalogus is uitgegeven door Borgerhoff-Lamberigts.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud