Advertentie

‘Vlaamse meesters waren Hollywood-regisseurs van hun tijd’

'From Memling to Rubens' loopt nog tot einde november in het Kadriorg-paleis in Tallinn.

De tentoonstelling ‘Van Memling tot Rubens’ kijkt met de ogen van een buitenlandse bezoeker naar de enorme rijkdom van Vlaanderens ‘Gouden Eeuw’. Een aanrader voor wie een citytrip naar het Estse Tallinn overweegt.

Hans Memling en Pieter Paul Rubens behoren tot andere generaties, leefden en werkten in andere steden en vullen andere hoofdstukken in de handboeken kunstgeschiedenis. Toch maken ze deel uit van dezelfde kunsttraditie, die meerdere eeuwen overspant en een unieke biotoop vond in het Vlaanderen van 1400 tot 1600, toen een economisch boomende regio die wereldwijd aan de top stond.

Omdat de Vlaamse havens mee aan de basis van die rijkdom lagen, hoeft het niet te verbazen dat een havenondernemer een eerbetoon brengt aan de kunstenaars die Vlaanderen mee op de kaart hebben gezet. Fernand Huts, de eigenaar van Katoen Natie en een verwoede kunstverzamelaar, vertrouwde die opdracht toe aan de kunsthistorica Katharina Van Cauteren, die aan het hoofd staat van zijn kunststichting The Phoebus Foundation.

In onze contreien is van de 15de tot de 17de eeuw iets gemaakt dat tot vandaag de beeldvorming en de verhalen over Vlaanderen bepaalt.
Katharina Van Cauteren
Hoofd van de kunststichting The Phoebus Foundation

Met ‘From Memling to Rubens: The Golden Age of Flanders’ trok de stichting voor her eerst met een volledig tentoonstellingsproject naar het buitenland. Zo'n 120 werken van bekende en minder bekende Vlaamse meesters worden getoond in het unieke decor van het Kadriorgpaleis, het barokkige zomerpaleis van de Russische tsaar Peter De Grote.

Lukaku's

Van Cauteren combineert haar kennis van de kunst met de gave om verhalen te vertellen en het Vlaamse erfgoed te vermarkten bij een buitenlands publiek. ‘Ik wilde deze collectie naar andere landen brengen. Als de Vlaamse kunst een voetbalploeg was, hadden we verschillende Lukaku’s en Debruynes in huis. In onze contreien is  van de 15de tot de 17de eeuw iets gemaakt dat tot vandaag de beeldvorming en de verhalen over Vlaanderen bepaalt. Het was het Hollywood van zijn tijd.’

In dat Vlaanderen ontstond een nieuwe middenklasse van rijke burgers met grote woningen, ‘die plots vaststelden dat ze iets aan hun lege muren moesten hangen’. De kunst gaf uitdrukking aan hun identiteit, status, dromen en ambities, met als doel het nastreven van het eeuwige zielenheil in de hemel.

‘De Vlaamse kunstenaars zagen het gat in de markt en zijn erin gesprongen’, zegt Van Cauteren. ‘Voor het eerst in de geschiedenis werd kunst gemaakt voor de vrije markt, en niet in opdracht. Dat maakte ook dat allerlei nieuwe genres werden ontwikkeld, van landschappen tot portretten en stillevens, voor elk wat wils. Noem Antwerpen gerust het Hollywood van de 16de en 17de eeuw. Het was de plaats waar beeldvoorstellingen werden geproduceerd en geëxporteerd.’

De Vlaamse meesters vereeuwigden de mens met al zijn aardse gebreken, als een zuipend, vretend, begerig en hebberig schepsel.

De tentoonstelling neemt de bezoeker mee in de mindset van kunstenaars en kopers uit die periode. De extreme aandacht voor detail van de Vlaamse primitieven was feitelijk een eerbetoon aan de goddelijke mirakels van de schepping, en in die zin een poging een plekje in de hemel te verdienen, zegt Van Cauteren.

Zuipen en vreten

Net zo goed vereeuwigden de Vlaamse meesters de mens met al zijn aardse gebreken, als een zuipend, vretend, begerig en hebberig schepsel. Humoristische en satirische werken als ‘De narrenhandel’ van Frans Verbeeck werden begin 16de eeuw populair bij de kunstminnende burgerij. Ze lieten de eigenaars toe zichzelf nederig op te stellen, niet zelden door zichzelf als onderwerp van spot te laten vereeuwigen. Tegelijk bevatten ze - net als veel komische Hollywood-films vandaag - moraliserende lessen over wat met een mens kan gebeuren als hij de sociale codes van zijn tijd naast zich neerlegt.

De narrenhandel (Frans Verbeeck)

Ook de politieke geschiedenis van de Nederlanden drukte op een subtiele manier een stempel op de kunst. Na de godsdienstoorlogen en de afscheuring van de Noordelijke Nederlanden ontwikkelde het zuiden, met meesters als Rubens en Van Dyck, een extreem emotionele en dramatische schilderkunst die de katholieke kerk hielp haar verloren glamour terug te geven. ‘Ze zijn de Steven Spielberg en de Quentin Tarantino van de 17de eeuw’, klinkt het.

De tentoonstelling moet het niet hebben van enkele grote namen of topstukken, maar wel van de aanstekelijke mix van genres en kunstenaars die samen het verhaal van onze regio vertellen. En intrigerende afsluiter is de reconstructie van een ‘kunstkamer’, een verzamelruimte waarin rijke burgers hun collecties met hun gasten konden delen en bediscussiëren.

Eik

Dat de tentoonstelling plaatsvindt in Estland is een uitloper van de zakelijke relaties die Huts er heeft uitgebouwd. Maar er zit ook een historische logica achter, want ook in de Gouden Eeuw waren er bloeiende handelsrelaties met de Baltische staten. ‘Voor de panelen van schilderijen werd Baltische eik gebruikt, hout van topkwaliteit dat niet krom trok. Het verklaart waarom die werken tot vandaag in zeer goede staat zijn gebleven.’ In het zog van de handel ontstond een bloeiende kunsttrafiek tussen Vlaanderen en het Balticum. Baltische ‘expats’, zoals Michael Sittow, trokken naar Vlaanderen om een opleiding te volgen en bleven er vaak een hele carrière aan de slag.

De tentoonstelling had normaal ook het Antwerpse MAS moeten aandoen, maar daar stak de coronacrisis een stokje voor. Dankzij een verlenging tot 28 november komt ze nu toch in het vizier van citytrippers in Tallinn. Eind volgend jaar verhuist ze naar de Amerikaanse stad Denver.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud