interview

‘We schrikken soms van het effect dat we sorteren'

Jos de Gruyter en Harald Thys: 'We delen een soort gevoeligheid voor de wereld.' ©Saskia Vanderstichele

Flap en Flop. Zo heten de alter ego’s van Harald Thys en Jos de Gruyter in ‘Mondo Cane’, hun poppeninstallatie voor het Belgisch paviljoen op de Biënnale. ‘Voor het traditionele kunstpubliek wordt het misschien een schok.’

Ze zitten aan een tafeltje op het straatterras van de Bozar in Brussel. Klaar voor het interview. Of toch niet. ‘Heb je nog een minuutje? Ik moet me even kunnen concentreren’, zegt Harald Thys (53). Hij staart voor zich uit, terwijl Jos de Gruyter (54) een sigaret opsteekt. Voor hen ligt het boek ‘Mondo Cane’. Even bladeren dan maar. Er staat in hoe je sangria maakt, en wat camembert is. Er is een lang artikel over De Lijn, met tekeningen en tabellen. ‘Allemaal Wikipedia-teksten. Je moet dat boek niet lezen, hoor. Dat zou verschrikkelijk zijn’, zegt De Gruyter.

Het boek maakt deel uit van het project ‘Mondo Cane’. Net als de website mondocane.net, vol lukraak gekozen YouTube-filmpjes. En een grote poppeninstallatie, die dit jaar het Belgisch paviljoen in Venetië vult. Ze bestaat uit twee delen. Centraal staan bewegende ambachtslui uit het rijke Europese folkloristische leven. Aan de zijkant, gevangen achter tralies, kijken de misfits van de samenleving toe.

De voorbije weken brachten Thys en De Gruyter hun poppen in stelling in Venetië, samen met hun medewerkers. ‘De avond dat alles min of meer op zijn plaats stond, kreeg ik een kleine depressie’, zegt Thys. ‘Ik dacht: ‘Is dit het maar?’ Je bent maanden intensief met de voorbereiding bezig. Technisch komt er heel wat bij kijken. En ineens staat het daar dan...’ De Gruyter knikt instemmend.

Is de depressie nu voorbij?
Jos De Gruyter: ‘Na enkele glazen ging het al beter.’

Harald Thys: ‘Ik kreeg vanochtend een foto toegestuurd. Er moet nog een muur van het paviljoen worden geschilderd. Het deed me wel iets toen ik onze poppen onder plastic zag staan. De installatie is zo goed als klaar. Wat rest, is finetuning.’

De Gruyter: ‘Daarvoor moeten we nog een dag met de poppen doorbrengen. Alleen Harald en ik. Pas dan weten we hoe we ze kunnen laten dialogeren. De poppen zijn net mensen. Ze hebben alleen geen spieren. Maar ze spreken, zingen, bewegen. In de bezoekersgids beschrijven we hun levensloop. De ‘voorstelling’ zal zo’n tien minuten duren en wordt in een loop herhaald. Ik denk wel dat het iets gaat doen in Venetië. Voor het traditionele kunstpubliek zal het misschien een schok zijn. Het is vooral amusant, zeker niet pretentieus. Ik zou het in elk geval plezant vinden als ik ging kijken.’

U praat over de poppen alsof het vrienden zijn.
Thys: ‘Dat is ook zo. We praten met die gasten, hè. Wij doen ook mee trouwens, als de poppen Flap en Flop. Ik ben Flap.’

De Gruyter: ‘Ik ben Flop. We staan ter verwelkoming aan de ingang van het paviljoen. Flap op een kar, Flop ernaast. Ze zijn geïnspireerd op twee mannen die we hebben opgevoerd in onze film ‘Het geel van Gent’ uit 2005. De mannen lopen rond in gele badjassen en doen niet veel anders dan zich vervelen en zagen.’

Thys en De Gruyter leerden elkaar in 1988 kennen, toen ze audiovisuele kunst studeerden aan Sint-Lucas in Brussel. Sindsdien vormen ze een onafscheidelijk duo. In het begin van hun carrière maakten ze vooral artistieke films die een zekere graad van absurditeit met psychologische diepgang en maatschappijkritiek combineren. Later breidden ze hun oeuvre uit met schilderijen, sculpturen en installaties.

Vorig jaar nodigde de curatrice Anne-Claire Schmitz hen uit om hun kandidatuur in te dienen voor de Biënnale van Venetië. Ze haalden het. Hun uitverkiezing leidde tot enige commotie in Franstalig België. Het was de beurt aan de Fédération Wallonie-Bruxelles om de Belgische vertegenwoordiging te kiezen, en de keuze viel op twee Vlaamse kunstenaars.

‘Eigenlijk ben ik Nederlander. Geboren in Geel, maar met een Nederlands paspoort’, zegt De Gruyter met uitgestreken gezicht. Maar ze praten niet graag over de ‘affaire’. ‘Je komt in een communautaire storm terecht waarin je niet wil zijn.’ Thys kijkt naar het opnameapparaat. ‘We moeten echt voorzichtig zijn in wat we zeggen.’ Waarmee de zaak is gesloten.

Waarom hebt u voor de biënnale niet gekozen voor een film, toch uw handelsmerk?
Thys: ‘We hadden geen idee voor een film, maar wel voor een poppeninstallatie. In tien minuten hebben we ze bedacht. Daarna was het alleen maar rechtdoor gaan zonder om te kijken. We denken er wel aan met en rond de installatie een film te maken. Later, los van de context van de biënnale.’

Soms heb ik een fantasietje dat iemand een pop heeft gekocht. Eentje.
Harald Thys
Kunstenaar

U werkt sinds 1988 samen. Hoe is dat ontstaan?
De Gruyter: ‘Tja, hoe gaat dat?’

Thys: ‘Ik denk dat we tegelijk in shock waren van enkele dingen die we zagen gebeuren. We waren in Frankrijk op reis samen met mijn broer. In de buurt van Le Mans. Op een dag zagen we daar iemand aan een meer in korte broek een clip opnemen. Dat was zo universeel, metafysisch deprimerend.’

De Gruyter: ‘We sliepen daar trouwens in de operatiezaal van een dierenziekenhuis.’

Thys: ‘Juist. Wat we willen zeggen: een reeks van kleine anekdotes heeft ons samengebracht. Sorry, ik moet even hoesten.’

De Gruyter: ‘Ik ga dat ook doen.’

Thys: ‘Ik denk dat we een soort van gevoeligheid voor de wereld met elkaar delen. Dat is nog altijd zo.’

Als er al een constante in uw werk zit, is het misschien wel het gevoel dat je niet weet wat je ervan moet denken. Op Art Brussels stelde u een reeks koppen tentoon, van Urbanus tot de voormalige Georgische president Shevardnadze. Ik zag de samenhang niet.
Thys: ‘Dat klopt. We geven daar ook geen antwoord op. We weten het zelf niet altijd. Vaak gaat iets een heel andere richting uit dan je van te voren denkt. Veel krijgt een eigen dynamiek op het moment zelf. In onze films spelen vaak mensen mee die nog nooit hebben geacteerd. Laat staan samen hebben gespeeld. Dat creëert iets apart.’

De Gruyter: ‘Ken je de kinderreeks ‘Beertje Colargol’ uit de jaren zeventig? We hebben onlangs iemand het liedje uit de serie laten inzingen. Hij had dat nog nooit gedaan. Het is erg tof om iets voor de eerste keer te doen.’

Thys: ‘Zo hebben we eens een luisterspel rond Peter Paul Rubens gedaan. De schilder. Jos was Rubens en zijn tijdgenoot Frans Snijders. Of nee, ik was Snijders.’

De Gruyter: ‘Ik was Rubens en Van Dyck.’

Thys: ‘Juist. In elk geval, ze gingen met z’n drieën naar Venetië. En Rubens bestelde een spaghetti bolognese met kaas, wat ze daar niet kenden. Dat vonden we grappig. Het M HKA heeft dat luisterspel in het Rubenshuis laten horen.’

En?
Thys: ‘Tja...’ (lacht)

Op basis waarvan selecteerde u de YouTube-filmpjes op de website mondocane.net?
Thys: ‘Dat gebeurde nogal impulsief. Ik zag toevallig een Spaanse kortfilm met Dakota Johnson in de hoofdrol. Ze speelt een toeriste op wie een Spanjaard smoorverliefd wordt. De film is tenenkrullend slecht. Dat moet dan op de website, vind ik. Dan kan je ernaar kijken. Maar je moet natuurlijk niet.’

De Gruyter: ‘Het gaat bij ons vaak om combinaties. Neem het artikel over De Lijn in het boek. Het boek is log. De Lijn is dat met zijn zware bussen en administratie ook. Die twee horen dus samen.’

Thys: ‘Wij brengen dingen samen. De teksten in het boek zijn niet van ons, de YouTube-filmpjes ook niet. We presenteren ze wel. We zijn nergens specialisten in. Maar we proberen van alles. Daarom schrikken we zelf wel eens van het effect dat we sorteren.’

Toen u in 1988 begon, zag de wereld er compleet anders uit. Zonder internet en digitale camera’s. Heeft dat uw manier van werken veranderd?
De Gruyter: ‘Niet zozeer onze manier van werken. Er is een grote nivellering aan de gang in de manier waarop we kijken. Vorig weekend ging ik met mijn zonen naar ‘The Avengers’ kijken. Ik begreep niet goed waarom sommige personages doodgingen. Een van mijn zonen wist het wel. Omdat die acteurs contracten bij andere studio’s hadden getekend. Vroeger wist je zulke dingen niet. Toen was naar de cinema gaan nog iets speciaals. Jonge mensen kijken met een andere gelaagdheid naar een film. Ze weten alles van tevoren al.’

Harald: ‘Gelaagdheid en nivellering zit-ten ook in ons werk. In Milaan hielden we twee jaar geleden een vrij klassieke tentoonstelling met sculpturen en aquarellen. Die aquarellen leken van ver en met een halfopen oog wel op interessant.’

Jos: ‘Maar van dichtbij was het eigenlijk niets. Het waren imitaties. Ik tekende na, Harald kleurde in. Met lijsten uit de Brico. Je kijkt naar iets, maar eigenlijk zie je niets. Dat is weer dat spel van wat iets betekent. Of niet betekent.’

Wanneer is de Biënnale geslaagd?
Thys: ‘Goh. Als we iets verkopen?’

De Gruyter: ‘We hopen dat het toch weer nieuwe deuren opent.’

Thys: ‘Soms heb ik een fantasietje dat iemand een pop heeft gekocht. Eentje. Elke pop heeft een afstandsbediening. Ik stel me dan voor dat iemand thuis met onze pop zit te spelen.’

De Biënnale van Venetië opent volgende week zaterdag.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect