reportage

‘Zacht en gevaarlijk. Gelijktijdig': Marlene Dumas over haar nieuwe expo in Antwerpen

De Baudelaire-triptiek. ©Peter Cox, courtesy Zeno X Gallery, Antwerpen.

Met de expo ‘Double Takes’ viert Zeno X Gallery de 25-jarige samenwerking met de gerenommeerde kunstenares Marlene Dumas. In een gesprek met De Tijd geeft ze een inkijk in hoe haar werk tot stand komt. ‘Het ene schilderij leidt vaak tot het andere.’

Mijn Afrikaans-Nederlands is niet echt vooruitgegaan met mijn leeftijd, integendeel. Het spijt me voor onduidelijkheden van potlood en zingeving’, mailde Marlene Dumas (66) vorige week. De in Zuid-Afrika geboren kunstenares houdt niet van gesproken interviews. Ze denkt graag eerst na over de vragen en beantwoordt ze dan schriftelijk. We mailden vragen, drie handgeschreven A4’tjes met antwoorden stuurde ze terug.

De verontschuldigingen zijn overbodig. Ze waren duidelijk van potlood en zingeving. De vragen gingen over haar nieuwe tentoonstelling ‘Double Takes’, die woensdag in Borgerhout bij Zeno X Gallery, de galerij van Frank Demaegd, eindelijk voor het publiek opent. De expo viert de 25-jarige samenwerking van de kunstenares, die sinds de jaren 70 in Amsterdam woont, en de galerij. De cijfers kloppen niet helemaal. Demaegd had Dumas al op het oog in 1991. De eerste galerietentoonstelling vond in 1993 plaats. 27 jaar geleden dus.

Voor mij is een schilderij loslaten gemakkelijker dan eraan beginnen. Schilderen is een spel met intuïtieve regels die vaak per werk wisselen.
Marlene Dumas Kunstenares


Maar wie maalt in deze tijden om wat uitstel of over cijfers die niet meer kloppen? De opening van ‘Double Takes’ was eerst gepland in maart, in aanwezigheid van Dumas. Maar dat feest ging dus niet door. De schilderijen hingen weken eenzaam aan de muren van de vier galeriezalen. Af en toe kwam een geïnteresseerde verzamelaar al eens kijken. ‘Er zijn al schilderijen verkocht’, vertelt Demaegd wanneer hij ons begin mei door de tentoonstelling gidst. Goedkoop is Dumas al lang niet meer. De prijzen van het nieuwe werk gaan van 400.000 tot 2 miljoen euro.

Koud geweld 

Je kan geen interview doen zonder te vragen wat de geïnterviewde over de lockdown denkt. Dumas noemt die een moment van bezinning en rust. ‘Maar ik voel ook angst en gevaar voor de toekomst. Gaan we elkaar door de constante smetvrees zo wantrouwen dat koud geweld het leven gaat overheersen?’, vraagt ze zich af.

Niet dat Dumas zacht is geworden of haar stekels heeft verloren. Met de nieuwe expo is ze op haar best. Haar kunst draait om het onderzoek van het beeld. Dumas beschikt over een gigantisch knipselarchief waaruit ze put voor haar schilderijen. Ze schildert veel menselijke figuren, maar nooit naar levend model.

‘Levende modellen halen, ongeacht hun beroep, niet het beste in mij naar boven. Ik maak me zorgen over wat zij van mij denken, en ik maak me nog meer zorgen over wat zij denken dat ik van hen denk. En dan verlies ik de vrijheid van de amorele benadering die voor mij een voorwaarde is voor het maken van een goed schilderij’, schreef ze daarover ooit.

Picturaal is haar werk het best te omschrijven als verwrongen figuratie. Op het eerste gezicht lijkt altijd iets niet te kloppen. Dumas schildert met een onderhuidse dreiging. Ze portretteert eerder de getroebleerde ziel dan de schoonheid van het uiterlijk. Voor welk schilderij je ook staat, je deinst altijd even terug. Om dan voorzichtig weer het doek te benaderen als je zeker weet dat de figuren niet uit het canvas springen om je bij je schabbernak te pakken. Zo schrijft ze het ons ook. ‘Mijn figuren zijn meestal alleen en in conflict met zichzelf. Dat is eigenlijk nooit veranderd in mijn werk.’

2 miljoen
De prijzen van het nieuwe werk van Marlene Dumas gaan van 400.000 tot 2 miljoen euro.


Jan Hoet - ‘ja, die was belangrijk voor mij’, schrijft ze droog - beschreef het kunstwerk ‘Girl with head’ uit 1992 waarin hij zelf figureerde als volgt. ‘Het doek is opgebroken in allerlei vormelementen die haaks in elkaar steken als een puzzel, terwijl het toch een eenheid is. Schoon, hé. Ongelooflijk schoon!’ Zo is de kunst van Dumas nog altijd. Misschien is schoonheid een verkeerd woord om haar schilderijen te omschrijven. Dat klinkt te soft. Ze sleurt je eerder in een wereld van geweld en erotiek die je vreest, maar die net daardoor zo aantrekkelijk is.

Op de tentoonstelling bij Zeno X is een schilderij van een rat te zien. Het is een verwijzing naar de pest, naar corona natuurlijk. Maar Dumas mailt erover: ‘Zacht en gevaarlijk. De gelijktijdigheid.’ Met die drie simpele woorden omschrijft ze haar hele oeuvre. Haar kunst omarmt en stoot af. De titel van de expo verwijst naar die dubbele invulling van haar werk: op het eerste en het tweede gezicht.

Onbetrouwbaar geheugen

 
Wat zag Demaegd destijds in Dumas? ‘Ik ben met de galerie in 1981 begonnen. De schilderkunst was toen zo goed als dood verklaard. Maar geleidelijk aan begon de wederopstanding. Aan het eind van de jaren 80 toonde ik werk van Raoul De Keyser en Luc Tuymans. Schilderen mocht weer. Marlene Dumas stond toen op mijn radar. In 1991 ben ik haar gaan opzoeken in haar studio in Amsterdam. We waren het al snel eens om het jaar daarop een eerste tentoonstelling te maken. Jan Hoet stak daar een stokje voor. Hij nodigde Marlene uit om in 1992 mee te werken aan zijn Documenta IX in Kassel. Het vertraagde mijn plannen met een jaar. In 1993 maakte ze haar eerste solotentoonstelling voor de galerie, ‘Give the people what they want’.’

Dumas kan zich de ontmoeting in 1991 niet echt meer herinneren, schrijft ze. ‘Mijn geheugen is op veel vlakken heel onbetrouwbaar.’ We vroegen haar of een galeriehouder belangrijk is als klankbord. ‘Ik ben altijd geïnteresseerd in een second opinion, in meerdere inzichten. Niet als hulp bij het creatieproces. Daarvoor ben je als kunstenaar alleen verantwoordelijk. Maar ik ben gefascineerd door hoe mensen reageren op een schilderij. Die reacties zijn vaak heel verschillend. Een galerie zonder mening waardeer ik niet. Maar tegelijk moet een galerie me vertrouwen geven. Ik wil het voordeel van de twijfel als er discussie is over het tonen van werken.’

Dumas schildert met een onderhuidse dreiging. Ze portretteert eerder de getroebleerde ziel dan de schoonheid van het uiterlijk. Voor welk werk je ook staat, je deinst altijd even terug.


De expo in Zeno X bestaat uit twee delen: portretten, en illustraties bij een nog te verschijnen vertaling van ‘Le spleen de Paris’ van de Franse 19de-eeuwse dichter Charles Baudelaire. De Nederlandse schrijver Hafid Bouazza werkt aan de vertaling. Dumas illustreerde eerder al zijn vertaling van ‘Venus & Adonis’ van William Shakespeare. ‘Le spleen de Paris’ is een bundeling van 50 verhalende prozagedichten over sterfelijkheid en erotiek, over de massa en de stad. Baudelaire werkte er tien jaar aan. De bundel verscheen in 1869, twee jaar na de dood van de schrijver.

Nefertiti. ©Peter Cox, courtesy Zeno X Gallery, Antwerpen.


Bouazza is nog niet klaar met de vertaling. ‘Daarom heb ik de hele gedichtenbundel nog niet gelezen. Ik heb me gebaseerd op wat Hafid al klaar had, inclusief de voetnoten. En ik heb natuurlijk veel over Baudelaire gelezen. Mijn werk voor het boek is ook nog niet afgewerkt, er volgen nog schilderijen’, zegt Dumas.

Een opmerkelijke illustratie is die bij dit fragment uit Baudelaires gedicht ‘De dubbele kamer’. ‘In deze krappe wereld, maar zo vol walging, glimlacht een enkel bekend voorwerp mij toe: een flesje laudanum. Een oude en verschrikkelijke vriendin; zoals alle vriendinnen, helaas, vruchtbaar van strelingen en verraderlijkheden.’
Op het bijhorende schilderij van Dumas staat een merkwaardige fles. Die lijkt als een personage op een toneelpodium te staan, tussen het doek van de scène gekneld. Het is veeleer een interpretatie van de tekst dan een illustratie. Zo vormen Baudelaire, Bouazza en Dumas een sterk triumviraat.

We raakten in de galerij niet uitgekeken op de wand met drie grote, verticale schilderijen die bijna een triptiek lijken: ‘The Origin of Painting (The Double Room)’, ‘Time and Chimera’ en ‘The Making of’. ‘Die zijn voor mij ook heel belangrijk. Ze zijn nu opgesteld als een triptiek, maar in de toekomst kan dat veranderen als er nog schilderijen bijkomen’, zegt Dumas, die in haar schilderkunst vrij intuïtief te werk gaat.

‘Daarin verschilt ze heel erg met Luc Tuymans, met wie ze een goede band heeft’, zegt Demaegd. ‘Luc beredeneert hoe hij zijn schilderij opbouwt en maakt doordachte keuzes. Marlene laat meer het toeval spelen.’
Dumas nuanceert dat enigszins. ‘Het ene werk leidt vaak tot het andere, maar dat gebeurt ook wel bewust. Die drie zijn qua fysieke aanpak en houding van de figuren nauw met elkaar verbonden. Ik heb me voor die schilderijen niet gebaseerd op foto’s of afbeeldingen die ik verzamel.’

Rat. ©Peter Cox, courtesy Zeno X Gallery, Antwerpen.

‘Voor mij is een schilderij loslaten gemakkelijker dan eraan beginnen. Schilderen is een spel met intuïtieve regels die vaak per werk wisselen. Voor die drie grote verticale schilderijen had ik mezelf opgelegd alleen een paar grote gebaren en keuzes op het doek te maken. Daarna moest ik er afblijven. Geen overschilderingen meer. Het was wat het was. Mijn tijd voor die schilderijen was opgebruikt.’

Tussen het geweld van de triptiek hangen nog drie portretjes van de hoofdrolspelers in het verhaal: Baudelaire, Bouazza en Jeanne Duval, het Haïtiaans lief van Baudelaire.

Onverbiddelijk 

Baudelaire was ook de inspiratiebron voor Dumas’ portret van de beroemde beeld van de Egyptische koningin Nefertiti, de vrouw van de farao Achnaton. Ook met ‘Lady of Uruk’ grijpt ze terug naar de oudheid. Dumas maakte daarmee een hedendaagse versie van het ‘Masker van Warka’ uit 3.100 voor Christus. Dat is vermoedelijk een van de oudste afbeeldingen van het menselijke gelaat. De beide portretten hangen aan het begin van de tentoonstelling.

‘Ik kwam tot die modellen door Baudelaires gedicht ‘De nar en Venus’ (gedicht nr. VII). Hij beschreef hoe een hofnar zich zijn miserabel lot beklaagde aan de voeten van een kolossaal beeld van Venus. De nar zei aan de godin dat hij onsterfelijke schoonheid wilde voelen en begrijpen. Hij verlangde ook medelijden van haar. ‘Maar de onverbiddelijke Venus keek naar ik weet niet wat in de verte met haar marmeren ogen’, schrijft Baudelaire in zijn gedicht.’ Die onverbiddelijkheid geeft Dumas treffend weer in de twee portretten met strenge, zwarte accenten. Die techniek hanteert ze vaak op haar schilderijen.

Romana Vrede. ©Peter Cox, courtesy Zeno X Gallery, Antwerpen.


Dumas balanceert voortdurend tussen licht en donker. Kijk naar ‘Candle’, een klein, nieuw schilderijtje van een brandende kaars. Een thema dat de Duitse grootmeester Gerhard Richter volop exploreerde. ‘De kaars komt heel veel voor in horror- of gothic films. Sommige mensen leven veel intenser dan anderen en branden sneller op. IJdelheid en tijdelijkheid vinden elkaar daar. Na de kaars van Gerhard Richter is het nog moeilijk een kaars te schilderen in deze digitale tijden. We lezen ’s nachts bij het licht van de computer.’

Dumas legde de basis van haar kunst in haar geboorteland Zuid-Afrika. ‘Op mijn twaalfde vond ik het al leuk meisjes in bikini op sigarettenpakjes te tekenen, om indruk te maken op vrienden van mijn ouders. Tekenen had twee functies: me terugtrekken in mijn eigen wereld en anderen vermaken met het vermogen om (populaire) beelden te creëren met een paar snelle lijnen’, schreef ze in 2014 in de catalogus die hoorde bij haar grote overzichtstentoonstelling ‘The Image as Burden’ in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

In 1976 verliet ze Zuid-Afrika, waar ze een studie kunstgeschiedenis combineerde met kunstpraktijk, om in Europa kunstenares te worden. Londen lag voor de hand, maar dat wilde ze om familiaal historische redenen niet. Haar ouders hadden het moeilijk met de Britse kolonisator van Zuid-Afrika. ‘Mijn moeder weigerde op te staan als ‘God save the Queen’ werd gespeeld’, schrijft ze in de catalogus. Het werd Nederland, ‘omdat dat zo’n vreedzaam land leek’. Dumas woont en werkt er nog altijd.

In 1985 exposeerde Dumas voor het eerst een serie grote geschilderde portretten. Ze noemt die zelf ‘situaties’ omdat ze commentaar geven op de situatie waarin de afgebeelde figuur zich bevindt. Ze is er nooit meer mee gestopt. Ook ‘Double Takes’ is rijk aan portretten. Het eerste dat je bij Zeno X Gallery ziet, is er een van Romana Vrede, een van de sterren van het theater bij onze noorderburen. Zij won in 2017 de Theo d’Or, een onderscheiding voor de beste vrouwelijke hoofdrol in een toneelstuk in Nederland. Vrede kreeg die voor haar rol in ‘Race’ van het Nationale Theater.

Vader en zoon: Shèrkent and Eden. ©Peter Cox, courtesy Zeno X Gallery, Antwerpen.


De laureaat mag een kunstenaar kiezen om een portret te schilderen. Vrede schreef een grappig briefje naar Dumas: ‘Het maakt me niet uit hoe je me schildert, desnoods als een grijs vlak. Maar ik wil het heel graag.’ Dumas, die een vroegere laureaat had afgewezen, ging deze keer wel overstag. Ze liet zich helemaal gaan. Ze schilderde Vrede meer dan één keer. Twee werken uit die reeks zijn in ‘Double Takes’ opgenomen. 

‘Deze vrouw heeft oneindig veel beeldende mogelijkheden’, schrijft Dumas. ‘Ik heb meer dan één portret van haar gemaakt omdat ik niet altijd tevreden was met het resultaat. Sommige schilderijen deden haar tekort. Ze toonden haar sterke karakter niet. Die heb ik niet weerhouden. Het definitieve portret bestaat natuurlijk niet, maar het ene portret kan wel verrassender of vindingrijker zijn dan het andere.’

Op de tentoonstelling hangt ook een erg intimistisch portret van Romana Vrede en haar autistische zoon Charlie. Het schilderij ontstond eigenlijk na de portrettenopdracht verbonden aan de Theo d’Or.

‘Charlie is zo onherroepelijk verbonden met Romana, hoe en wie ze samen zijn. Ze schreef pas  een ontroerend boek over het leven met haar zoon ‘De nobele autist’. Het kleine portret met Charlie is Romana zoals ze echt is. Terwijl de andere meer over de actrice gaan.’

In de laatste zaal van de tentoonstelling hangen onder meer portretten van Dumas’ dochter, schoonzoon en kleinzoon. ‘Mildheid’ heeft ze onderstreept op het laatste A4’tje dat ze mailde. ‘Hier zocht ik geen conflict op. Zonder deze kamer was de tentoonstelling veel harder geworden. Al vind ik dat mijn 2-jarige kleinzoon Eden boos kijkt op dat laatste portretje van hem.’

‘Double Takes’ opent op 27 mei bij Zeno X Gallery in Borgerhout. Tijdens de openingsuren zijn maximaal 35 bezoekers tegelijk toegelaten, bij voorkeur met een mondmasker. Een bezoek na afspraak kan ook. www.zeno-x.com




Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud