Advertentie

Van vluchteling tot gevierd filmmaker

©Saskia Vanderstichele

Sahim Omar Kalifa kwam bijna 15 jaar geleden in een vrachtwagen naar ons land als politiek vluchteling. Vandaag staat hij met zijn kortfilm ‘Baghdad Messi’ op een zucht van een Oscarnominatie. ‘Ik voel me nog altijd een vreemdeling hier.’

Sahim Omar Kalifa (34) was met vrienden op Sunset Boulevard in Los Angeles aan het wandelen, toen hij vorige week het verlossende bericht op zijn gsm kreeg. ‘Baghdad Messi’, zijn tweede kortfilm, staat op de shortlist voor de Oscars. ‘Ik heb al 76 prijzen gewonnen met mijn drie kortfilms, maar dit is wel het mooiste moment uit mijn filmleven’, zegt de Iraakse Koerd met glinsterende ogen in een café in het Noordstation in Brussel, om de hoek van de dienst Vreemdelingenzaken, waar hij als zelfstandig tolk werkt als hij geen films te maken of te promoten heeft.

‘Baghdad Messi’ is met zijn 46 onderscheidingen en speciale vermeldingen, waarvan tien in de Verenigde Staten, een tovermachine op filmfestivals. In de kortfilm droomt een Iraakse jongen met één been van een leven als de Argentijnse voetballer Lionel Messi. Aan de vooravond van een levensbelangrijke wedstrijd van FC Barcelona begeeft zijn televisietoestel het. Omdat zijn vrienden hem in de steek dreigen te laten, overtuigt de jongen zijn vader om het toestel te laten herstellen in het rumoerige Bagdad. Het is een aangrijpend verhaal over risicovolle offers die mensen in een oorlogssituatie brengen om anderen gelukkig te maken.

Trailer van de kortfilm 'Baghdad Messi'.

Dat de Amerikanen ‘Baghdad Messi’ zo smaken, doet Kalifa deugd. Als kind filmde hij remakes van actiefilms uit Hollywood. Arnold Schwarzenegger was een held, net als de meeste andere Amerikanen. ‘Ik ben de Amerikanen nog altijd dankbaar dat ze ons van Saddam Hoessein hebben bevrijd. Saddam was erger dan Hitler. Drie van mijn broers kwamen in 1988 om bij gifgasaanvallen van Saddams regime tegen het Koerdische volk. Ik was toen acht. Mijn broers werden samen met tienduizenden andere Koerden verdreven naar de grens met Saudi-Arabië. (zwijgt) We hebben nog altijd geen officieel bewijs dat ze dood zijn.’

Mensensmokkelaars

Halfweg de jaren negentig vertrokken Kalifa’s ouders en drie andere broers en zussen naar België. Hij bleef achter in Koerdistan om zijn studies economie af te maken. In april 2001 reisde hij zijn familie achterna in een gammele vrachtwagen, met twintig landgenoten opeengestapeld als vee. Kalifa betaalde 3.000 euro voor een tocht van zes dagen. ‘Het waren crapuleuze mensenhandelaars. Na twee dagen was het eten en drinken op. Ik dacht dat ik ging sterven. Na zes dagen kroop ik als een halve kreupele uit die vrachtwagen.’

Zijn eerste asielaanvraag kreeg een negatief antwoord. ‘Ik was razend. Ik wilde naar Noorwegen verhuizen, naar mijn neven. Maar ik ben gebleven, voor mijn familie.’ Kalifa leerde Nederlands, volgde cursussen bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) en werkte links en rechts als administratief bediende. In 2004 kreeg hij de Belgische nationaliteit en werd hij geregulariseerd. Datzelfde jaar meldde hij zich aan voor de filmopleiding van Sint-Lukas in Brussel. ‘Ik was helemaal vergeten dat er een filmmaker in me school, tot ik bij vrienden een krant zag liggen met een artikel over Sint-Lukas. Een filmschool? Zoiets bestond niet in Koerdistan of Irak. Intussen wel, maar het niveau is bedroevend laag.’

Trailer van de kortfilm 'Bad Hunter'.

De toelatingsproef bij Sint-Lukas bestond uit een jurygesprek. ‘Er waren driehonderd kandidaten voor vijftig plaatsen. Ik achtte mezelf kansloos. Ik was nog volop Nederlands aan het leren. Bovendien was ik een vreemdeling, afkomstig uit het land dat in één adem werd genoemd met een van de verschrikkelijkste dictators uit de recente geschiedenis. Maar de jury was vriendelijk en toonde interesse in mijn achtergrond. Eén man stelde me de hele tijd vragen over Koerdistan. (lacht) Dat bleek Marc Didden te zijn.’

Voor de filmschool heeft Kalifa niets dan lof, al waren het geen gemakkelijke jaren. ‘De theorievakken waren erg zwaar, maar ik had het geluk dat ik goed met een camera overweg kon. Ik had ook moeite met de houding van sommige medestudenten. Niet iedereen sprak tegen me omdat ik een vreemdeling was. Ik bleef bewust vaag over mijn afkomst. Om collega’s minder af te schrikken, loog ik dat ik een Turkse en geen Iraakse Koerd was.’

Hij denkt even na. ‘Zelfs na bijna 15 jaar voel ik me nog altijd een vreemdeling in dit land. Dankzij al die filmfestivals heb ik intussen de wereld kunnen zien. België is verre van de beste leerling van de integratieklas. In landen als Duitsland of het Verenigd Koninkrijk worden vreemdelingen voor voller aanzien. In mijn eigen sector breken nu pas de eerste regisseurs van allochtone afkomst door. Eindelijk. Hoe veelkleuriger de filmwereld, hoe beter voor de Belgische cinema. Als ik op een buitenlands festival in de prijzen val, draag ik mijn onderscheiding altijd aan België op. Ik mag dan een Koerd zijn, ik heb het filmvak hier geleerd.’

Na bijna vijftien jaar voel ik me nog altijd een vreemdeling in België. België is verre van de beste leerling van de integratieklas.
Sahim Omar Kalifa
Regisseur

Ondanks de slechte punten voor integratie en diversiteit vindt hij het asielbeleid in ons land eigenlijk wel menselijk. ‘Streng maar objectief’, zegt Kalifa, die in Wilsele bij Leuven woont. Hij kan het weten. Als Koerdisch en Arabisch tolk op de dienst vreemdelingenzaken ziet hij in overvloed gelukszoekers uit het Midden-Oosten passeren. En samen met hen hun soms diepmenselijke verhalen.

Is zijn tolkenbaan een inspiratiebron voor de verhalen die hij in de cinema vertelt?  Hij glimlacht. ‘Dankzij mijn werk op vreemdelingenzaken ben ik er nog meer van overtuigd dat alles in het leven - dus ook in cinema - begint met een goed verhaal. Soms zie je tijdens zulke interviews prachtige filmscenario’s voor je ogen ontrollen. Mensen van wie je voelt dat ze niet helemaal de waarheid zeggen, maar die hun verhaal met zo’n kracht en geloofwaardigheid vertellen dat je haast moeilijk anders kan dan ze geloven. Of andersom: mensen die een hoop miserie hebben meegemaakt, maar niet bij machte zijn om hun verhaal over te brengen.’

Alleen Belgen

Kalifa’s volgende verhaal wordt de langspeelfilm ‘Zagros’, waarvoor hij deze week productiesteun kreeg van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF). In de film laat een Koerdische herder alles achter om zijn vrouw van een eremoord te redden. In België probeert hij zich met vallen en opstaan los te maken van zijn cultuur en zijn tradities. Kalifa schreef het scenario samen met Jean-Claude Van Rijckeghem, de scenarist en producent van ‘Adem’ en ‘Aanrijding in Moskou’.

Is ‘Zagros’ autobiografisch? ‘Nee, dat zijn mijn films nooit. Maar er zit altijd wel iets van mij in de verhalen die ik vertel. Het is niet makkelijk om als Koerd te leven in België als je je eigenheid en identiteit wil bewaren. Ik ben zelf een niet-praktiserende moslim. Ik drink soms alcohol en ik maak films. Veel gelovige Koerden denken bij het woord film meteen aan porno, of ze menen dat ik met mijn films de islam bekritiseer. Het is een tweestrijd: hoe kan ik als filmmaker mijn ding blijven doen in het Westen zonder al te scheef te worden bekeken door ‘mijn’ mensen?’

De Iraakse jongen wilde eerst niet meespelen in 'Baghdad Messi' omdat hij een fan is van Cristiano Ronaldo.
Sahim Omar Kalifa
Regisseur

Kalifa is trouwens niet van plan films over Koerdistan te blijven maken. ‘In het begin wilde ik iets vertellen waarmee ik vertrouwd was. ‘Zagros’ wordt al multicultureler. En wellicht maak ik ook ooit een film met alleen Belgen erin.’ Maar eerst nog meer harten veroveren. Gisteren kreeg hij op het Kortfilmfestival in Leuven de eerste cultuurprijs van de stad Leuven. Maar het mooiste podium is natuurlijk dat van het Dolby Theatre op Hollywood Boulevard. In januari weet Kalifa of hij genomineerd is. ‘Als we erbij zijn, nemen we de Iraakse jongen mee. Hij heeft door mijn film een nieuw been gekregen. Een organisatie uit Qatar betaalde de operatie. En hij heeft Lionel Messi ontmoet in Barcelona. (lacht) Terwijl hij eerst niet wilde meedoen in de film omdat hij een fan is van Cristiano Ronaldo.’

En dan, als we even luidop mogen dromen: een film maken in het land dat zijn volk hoop en wapens geeft in de strijd tegen de terroristische beweging Islamistische Staat? ‘Dat is - eerlijk waar - geen droom. Ik ben ambitieus, maar Hollywood staat niet op mijn verlanglijstje. Ze hebben de grootste filmindustrie ter wereld en maken de beste commerciële films, maar de Europese cinema past beter bij mijn stijl.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud