1

‘We maken te veel Vlaamse films'

©rv

Na dertig jaar films maken en twee Oscarnominaties sluit Dirk Impens zijn productiehuis en slaakt hij een alarmkreet over de Vlaamse film. ‘Moet het systeem niet op de schop?’

©Dieter Telemans

‘Waar is Astrid? Wat, nog in haar kamer? Wanneer komt ze? Wacht, ik ga haar halen.’ Filmproducent Dirk Impens (60) snelt de trap op. In de hotellobby schuiven de eerste filmjournalisten aan bij de acteurs van ‘Verborgen verlangen’. De feelgoodmovie is de eerste hoofdrol voor Astrid Coppens, in een vorig leven beroemd geworden als de Vlaamse Hollywoodsocialite Astrid Bryan. Voor Impens is het de allerlaatste film die hij als producent mogelijk maakte en bekostigde. Hij gaf nooit graag interviews. De regisseur en de acteurs verdienden de schijnwerpers. Maar nu de financiële en logistieke filmfixer stopt, wil hij wel praten. Omdat hij bezorgd is over de toekomst van de Vlaamse film.

Waarom is het genoeg geweest?
Dirk Impens: ‘Ik ben deze maand zestig geworden. Niets is erger dan mensen die niet willen beseffen dat hun vervaldatum voorbij is. Ik stel de mijne bij deze zelf. Het is ongelooflijk mooi geweest, maar ik heb het allemaal gezien. Ik heb 32 jaar films en tv-series gemaakt, 65 in totaal. Dan is het maar normaal dat er een zekere metaalmoeheid optreedt. Het is een vak dat veel pakt: goesting, vuur en avontuur. If it’s worth to be done, it’s worth to be done good, ik ben nu eenmaal zo.’

©rv

‘Dat laat sporen na. Zeker als het economisch moeilijker gaat, zoals vandaag in de Vlaamse filmsector. Mensen zijn steeds moeilijker naar de bioscoop te bewegen. Netflix, Amazon, tv-on-demand, mensen willen hier en nu. Dat is het tijdsgewricht. Ik snap dat, en toch kan ik er niet goed tegen. (lachje) Dat is een psychologische afwijking, vrees ik.’

‘Ik stam uit de tijd dat het veeleer een belediging dan een compliment was als je zei dat je in de Vlaamse film werkte. In de jaren tachtig ging niemand kijken, ook omdat de meeste Vlaamse films gewoon niet goed waren. Als er al een filmbeleid was, was het sterk gepolitiseerd.’

‘Ik heb ‘Daens’ gemaakt in 1992. Ik ben toen zwaar over het budget gegaan, maar dat kon me niet schelen. Al geloofden weinigen in die film, als Boon-fan moest ik hem maken. Stilaan werden de films beter. De komst van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) 15 jaar geleden was een ijkpunt. Sindsdien zijn er meer en betere films gemaakt, en won de Vlaamse film het vertrouwen van het publiek terug. Maar de afgelopen twee, drie jaar stemmen me somber. We kunnen de mensen niet meer overtuigen.’

Welke oplossing stelt u voor?
Impens: ‘Moet het systeem niet op de schop? We maken te veel Vlaamse films. Er is onvoldoende publiek voor al die titels. Moeten we niet minder doen, en zorgen dat de films beter zijn?’

©VRT - Lies Willaert

‘Het filmbeleid van het VAF zag er de afgelopen 15 jaar min of meer zo uit: de filmcommissie zit als God de Vader in een zetel en beslist: die film wel, en die film niet. Dat systeem heeft in het verleden zijn vruchten afgeworpen. Maar volstaat het nog, nu de mensen niet meer naar de cinema gaan? Elk jaar studeren honderd jonge filmmakers af. Waar gaan we die allemaal zetten? Zijn er niet te veel filmscholen in Vlaanderen? Moeten we geen numerus clausus overwegen?’

‘Ik geef een voorbeeld uit eigen stal. Lenny Van Wesemael bracht in 2015 haar debuutfilm (‘Café Derby, red.) tot een goed einde: een matig tot goed bioscoopresultaat, behoorlijke recensies. Niet wereldschokkend, maar veel mensen geloven in haar talent. Natúúrlijk moet ze nog een film maken. Alleen: er staan veel goede Lenny’s te trappelen van ongeduld. Wat gaan we hun zeggen? ‘Je mag één langspeelfilm maken maar dan ga je beter iets anders doen, want er gaat toch geen kat kijken.’’

Reageert de filmsector niet veel te traag op het veranderende kijkgedrag? Het lijkt alsof nog altijd maar één window telt: het bioscoopscherm.
Impens: ‘Absoluut. De filmindustrie maakt vandaag hetzelfde mee als de muziekindustrie 15 jaar geleden. En we vinden geen antwoord. Ik ook niet. Vroeger, als jonge, onstuimige ket, kende ik alle antwoorden, maar stelde ik me geen vragen. Vandaag ken ik alleen de vragen, maar heb ik geen antwoorden.’

‘Het VAF eist nog altijd dat een film moet uitkomen in de zalen om in aanmerking te komen voor subsidies. (snel) Ik wil de verantwoordelijkheid niet afschuiven, het blijft gewoon prestige om te kunnen zeggen: ‘Ik heb een bioscoopfilm gemaakt.’ Het nec plus ultra. ‘Straight to video’, dat was vroeger een verwijt dat je film niet goed genoeg was. We zijn op het punt gekomen dat ‘Straight to Netflix geen verwijt meer hoeft te zijn. Maar het gaat zo verschrikkelijk traag.’

Waarom toch? Iedereen heeft thuis een breedbeeldtelevisie.
Impens: ‘Ja, maar... de lichten die doven, de leeuw die brult en - als ik helemaal nostalgisch word naar de tijd dat ik drie keer per week naar de cinema ging - het gordijn dat opengaat en iemand die in de pauze rondkomt met frisco’s. Dat blijft magisch.’

©rv

U hebt ‘Belgica’ van Felix van Groeningen wereldwijd uitgebracht op Netflix. Hoe is dat verhaal afgelopen?
Impens: ‘Ik weet het niet. We hebben geen cijfers gekregen. Netflix houdt de kaarten dicht tegen de borst. Ik zou het wellicht niet opnieuw doen. Die film kwam nergens beter tot zijn recht als op een bioscoopscherm.’

‘Belgica’ heeft nochtans ondermaats gepresteerd in onze zalen. Heeft die mislukking ook gespeeld in uw beslissing om te stoppen?
Impens: ‘Nee. Ik was zwaar ontgoocheld, maar tegelijk begreep ik waarom de mensen thuis bleven. ‘Belgica’ was Felix op zijn best, vond ik: cinema van het zuiverste soort. Maar het was een harde, bittere en provocerende film.’

‘‘Belgica’ was wel een kentering voor mij. Een wake-upcall. Voor het eerst werd ik geconfronteerd met een nieuwe realiteit: mensen gaan niet meer naar een Vlaamse film omdát het een Vlaamse film is. Een onzalige gedachte, want zonder een publiek gaat de cinema dood.’

U bent ook de producent achter tvseries als ‘Code 37’, ‘In Vlaamse velden’ en ‘Katarakt’. Wat hebt u in de televisiewereld zien veranderen?
Impens: ‘Vlaamse fictie wordt te duur voor onze zenders. Peter Quaghebeur, de CEO van VIER en VIJF, waarschuwde er onlangs voor dat zijn zenders over twee jaar niet meer bestaan als geen halt wordt toegeroepen aan het uitgesteld kijken.’

©rv

‘Waar leidt dat toe? Tot minder geld en een strengere selectie. Ik word als maker van een tv-serie geconfronteerd met de nieuwe voorzichtigheid. Ze vragen me dingen te maken die idiotproof zijn. Echt. Wat dat betekent? Dat onze tv-zenders hun klanten als idioten zien. Dat doe je niet.’

‘Het is mijn geloofsbelijdenis dat je je publiek nooit mag onderschatten. Is het succes van ‘Tabula Rasa’ op Eén niet het ultieme bewijs? Die reeks zat eerst bij een andere zender. De makers zijn daar weggegaan omdat de zenderbazen wilden ingrijpen in het scenario. Ze vonden het script om een of andere reden te moeilijk voor hun publiek. Dat is hun volste recht, maar persoonlijk betwijfel ik sterk of je in 2017 nog op die manier moet dumb downen, nog zo’n verschrikkelijke term. Ik geloof daar dus niet in. Kijkers weten ondertussen wat een flashback is.’

Met uw dertig jaar ervaring en inhakend op de MeToo-verhalen rond Bart De Pauw: zijn de zeden losser in de film- en televisiewereld?
Impens: ‘Ik vind van niet. We zijn misschien wat amicaler en informeler in de omgang. Maar het verhaal van Bart De Pauw lijkt me veeleer een individueel probleem. Ik ken zelf maar één voorval van grensoverschrijdend gedrag. In een vrij recente productie van mij moest een jonge actrice een oudere acteur kussen. Zowel tijdens de repetities als tijdens de opnames overschreed die man - die gerust haar vader had kunnen zijn - naar haar gevoel een grens. Na de Weinstein-onthullingen deed ze haar verhaal op Facebook. Dat is het positieve aan al die verschrikkelijke getuigenissen: we zijn alert gemaakt voor het probleem.’

‘Nu nog oplossingen vinden. Felix van Groeningen moest voor zijn Amerikaanse film van Amazon verplicht een onlinecursus sexual harassment volgen. Dat lijkt me hier niet nodig. Laat ons beginnen met op elke film- en tv-set een vertrouwenspersoon aan te duiden die vooraf duidelijk de regels vaststelt. Mag ik tegelijk wel waarschuwen voor een nieuw soort preutsheid? We mogen niet zodanig aan zelfcensuur doen dat we straks geen enkele vrijscène meer durven op te nemen.’

Het zal sowieso zonder u zijn. Wat gaat u doen? Rentenieren?
Impens: (lacht) ‘Nee. Ik had gehoopt hier en daar adviseur te worden. Maar daar ben ik van teruggekomen. Als adviseur moet je dingen zeggen die de mensen willen horen. En als er nu één constante is in mijn carrière, dan is het dat ik altijd het tegenovergestelde heb gedaan.’

‘Verborgen verlangen’ komt volgende week in de zalen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content