interview

'Bad Boys'-cameraman: ‘Ik word aangetrokken door uitdagingen die angst inboezemen'

Cameraman Robrecht Heyvaert. ©jonas lampens

De regisseurstandem Adil en Bilall kon voor zijn eerste Hollywoodfilm ‘Bad Boys for Life’ terugvallen op zijn vaste cameraman Robrecht Heyvaert. Hem wacht straks wellicht Mel Gibson.

‘Een absolute chef die de tweehonderd man tellende ploeg van ‘Bad Boys for Life’ commandeerde als een motherfucking captain.’ Zo omschrijft Adil El Arbi het extra paar filmogen dat hij en zijn regisseursmaatje Bilall Fallah meenamen naar Los Angeles voor de verfilming van hun Hollywooddebuut. Cameraman Robrecht Heyvaert (32) lacht wat ongemakkelijk als we hem het citaat uit het filmblad Vertigo voorlezen. ‘Dat compliment is voor zijn rekening. Maar ik denk dat ik onze opdracht tot een goed einde heb gebracht. Ik presteer graag onder druk.’

De trailer van 'Bad Boys for Life'.

Eén voorwaarde stelden Adil en Bilall aan Jerry Bruckheimer, toen de legendarische Hollywoodproducent de Belgisch-Marokkaanse regisseurstandem vroeg om het derde deel van de blockbuster ‘Bad Boys’ te verfilmen. Heyvaert, die ook voor ‘Patser’ en ‘Black’ achter de camera stond, móést mee. Bruckheimer had beide films gezien, maar finaal trok een ander project van Heyvaert hem over de streep: de Franse horrorfilm ‘Revenge’, waarin Kevin Janssens meespeelt.

‘Die gestileerde genrefilm was voor Bruckheimer het bewijs dat Belgen meer kunnen dan donkere thrillers of drama’s maken. Dat is toch het heersende cliché in Hollywood over Belgische cinema. (glimlacht) En dat is voor alle duidelijkheid het tegenovergestelde van wat zo’n filmstudio verwacht van een film als ‘Bad Boys’: een kleurrijke en dynamische actiekomedie.’

Dat is aardig gelukt. Will Smith speelt na ‘Bad Boys’ en ‘Bad Boys II’ opnieuw de hoofdrol als narcotica-agent Mike Lowrey. Martin Lawrence kruipt weer in de huid van zijn collega Marcus Burnett. Terwijl Burnett in een midlifecrisis zit, is Lowrey opgeklommen tot politie-inspecteur. De twee worden herenigd als ze tot de ontdekking komen dat een Mexicaanse huurmoordenaar hen dood wenst.

Als ik zelf naar de cinema ga, hoeft het niet altijd hollywoodiaans te zijn.

Bij een komische politiefilm geldt één wet: de hoofdpersonen moeten veel en geestig bekvechten. Dat doen ze. Niet alle dialogen zijn even grappig, maar de humor is in elk geval een stuk beter dan in ‘Bad Boys II’ van Michael Bay. Het plot is ergerlijk flauw. Maar de film heeft gelukkig wel tempo en barst van de spectaculaire actiescènes. Heyvaert brengt de achtervolgingsscènes en explosies met veel schittering in beeld. Tegelijk zijn er genoeg verfijnde shots die van het derde deel van de oudbakken franchise een moderne en onderhoudende actiefilm maken.

‘Ik heb altijd graag naar dat soort spektakelfilms gekeken’, zegt Heyvaert, alsof hij voelt dat hij zich moet verdedigen. ‘Vertier brengen is een van de vele doelen van cinema. Daar is niets mis mee. Het betekent niet dat ik alleen dit soort films graag zie. Als ik zelf naar de cinema ga, hoeft het niet altijd hollywoodiaans te zijn.’

Voor Adil en Bilall was filmen in Hollywood een jongensdroom. Voor u ook?

Robrecht Heyvaert: ‘Ja. Als 10-jarige verslond ik de making-ofs van blockbusters als ‘Jurassic Park’ of ‘Terminator’. Ik wilde weten hoe ze dat deden, kunst en techniek combineren. Ik word aangetrokken door uitdagingen die zo groot lijken dat ze angst inboezemen. De filmset was tien keer groter dan we gewend waren in België, qua volk en materiaal. En het budget (bijna 100 miljoen dollar, zowat evenveel als bij ‘Once Upon A Time... in Hollywood’ en ‘1917’ red.) lag dertig keer hoger.’

Hebt u zichzelf verbaasd?

Heyvaert: ‘Toen ik twee dagen na de finale afwerking in Los Angeles vanuit mijn hotelkamer op een billboard van wel 12 meter met de titel van de film keek, dacht ik toch even: ‘Heb jij dit echt geflikt?!’ Maar op de set was ik gemotiveerd en zelfverzekerd genoeg om te weten dat we het tot een goed einde zouden brengen.’

Robrecht Heyvaert (32) studeerde film aan het RITCS in Brussel en draaide de afstudeerprojecten van zowel Adil El Arbi en Bilall Fallah als Robin Pront. Hij werd hun vaste cameraman. Tussendoor draaide hij de Vlaamse duikbootfilm ‘Torpedo’ en de Franse horrorfilm ‘Revenge’. Heyvaert volgde El Arbi en Fallah naar Hollywood voor hun verfilming van de derde ‘Bad Boys’ met Will Smith en Martin Lawrence.

‘Natuurlijk had ik dagen waarop ik me ’s ochtends afvroeg of ik zonder kleerscheuren het einde van de dag zou halen. Bij de ingewikkelde scènes moest ik tot honderd mensen rechtstreeks aansturen. Dan kan je maar beter tot in de puntjes voorbereid zijn. En vooral rustig blijven als het niet lukt. Op de eerste draaidag haalden we de planning met de hakken over de sloot. Je kan dan in paniek slaan, of gewoon voortdoen en het plan in je hoofd blijven volgen. Als je in die omstandigheden begint te twijfelen, ondermijn je het vertrouwen van iedereen.’

‘Zo’n Will Smith, die is daar niet alleen, hè. Hij moet er sterk en mooi uitzien en daar kijkt zijn hele entourage op toe. De eerste dagen stond er een batterij aan costumières, kappers en make-upmensen mee te kijken. Na een paar dagen moesten we een scène filmen waarin Lawrence en hij een slipbeweging met hun Porsche maakten en wij hen op een coole manier uit hun auto moesten laten stappen. Je weet wel ongeveer hoe dat moet. Maar als je van de stress de verkeerde lens gebruikt en zo’n sequentie ziet er niet meteen perfect uit, kan dat bij sterren van dat formaat sporen nalaten.’

‘Maar ons plannetje klopte. Het vertrouwen was gewonnen. Na de tweede week was ook Sony helemaal overtuigd van mijn kunnen.’

Waarom geven ze zo’n franchise eigenlijk aan jonge Europeanen? Omdat die goedkoper zijn?

Heyvaert: ‘Dat zou kunnen meespelen. In het geval van Adil en Bilall denk ik dat ze ook het jonge en het originele van ‘Patser’ en ‘Black’ zagen. Dat zijn pittige actiefilms uit Europa die het spektakel niet schuwen, gemaakt door regisseurs die niet bang zijn van een portie glamour. Met hun talent, voluntarisme en een aanstekelijk enthousiasme dat dicht aanleunt bij de Amerikaanse mentaliteit, zijn ze uit het juiste hout gesneden om in Hollywood mee te draaien.’

Bent u ook uit dat hout gesneden?

Heyvaert: ‘Ik heb een heel ander karakter, ben misschien wat rustiger. Voor mij was het vooral een unieke kans om mijn grenzen als cinematograaf te verleggen.’

Ik wilde ook graag eens een helikopter laten crashen in een filmstudio.

U noemt zichzelf liever cinematograaf dan cameraman. Wat is het verschil?

Heyvaert: ‘Het dekt de lading beter. Een cinematograaf of director of photography doet meer dan een cameraman. Wij zijn verantwoordelijk voor het complete visuele plaatje: van de aansturing van technici en camera’s tot de keuze van de locaties, de lichtsfeer, de lenzen, de camerabewegingen.

Al die taken combineren op zo’n reusachtige filmset, dat moest en zou ik eens doen. (lacht) En ik wilde ook graag eens een helikopter laten crashen in een filmstudio. Het onmogelijke in beeld brengen is machtig.’

Stemde uw beeld van Hollywood overeen met de werkelijkheid?

Heyvaert: ‘Ik had twee grote misvattingen. In mijn hoofd was de filmstad Los Angeles behoorlijk klein, terwijl het een gigantisch uitgerekte stad is van de omvang van een land. Zonder file kan je een uur in de auto zitten. Het is zoals wij voor een meeting van Brussel naar Oostende of Charleroi zouden rijden.’

Cameraman Robrecht Heyvaert. ©jonas lampens

‘Ik dacht ook altijd dat Hollywood heel gesloten en rigide was, met veel regeltjes. Maar uiteindelijk is het niet meer of minder dan de filmsector in België: een samenraapsel van getalenteerde en gepassioneerde mensen. Alleen gebeurt alles op veel grotere schaal, en met meer middelen. Als je op een Vlaamse filmset een helikopter vraagt, begint iedereen zich achter de oren te krabben. Daar halen ze adresboeken vol helikopterpiloten, luchtcameramensen en stuntmannen boven.’

‘Als we refereerden aan iets dat we in een andere film hadden gezien, was de kans groot dat iemand van de crew op de set van die film had gestaan. Of ik stond opeens naast mensen uit de making-of van ‘Jurassic Park’, die ik als kind zo vaak heb bekeken. Ik had net de Vlaamse duikbootfilm ‘Torpedo’ gedraaid en moest mensen aansturen die aan ‘Pearl Harbour’ en ‘Crimson Tide’ hadden meegewerkt. Het fantastische was dat al die mensen hun kennis deelden. Die ervaring is van onschatbare waarde voor mijn carrière.’

Wat gaat u nu doen? Hollywood verder veroveren?

Heyvaert: ‘Het is mijn droom om opdrachten uit Europa en Amerika te combineren. Dat moet lukken, denk ik: in de VS houden ze van Europese makers omdat we overal onze plan kunnen trekken. Ik wil hier ook kleinschalige, meer artistieke dingen blijven doen.’

Volgens Adil en Bilall bent u nu al zeker van één Amerikaans project, met Mel Gibson, niet de minste regisseur.

Heyvaert: ‘Het is wachten op groen licht. Maar normaal gezien draai ik mijn volgende Amerikaanse film met Mel Gibson, ja. Het wordt een remake van ‘The Wild Bunch’ , een western uit 1969. Maar eerst de Zillion-film van Robin Pront. Die heeft voorrang nu, Gibson begrijpt dat. Hij is gek op Belgische cinema, wist je dat?’

‘Bad Boys for Life’ speelt vanaf 22 januari in de bioscoop.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud