De nachtmerrie die uiteindelijk toch een film werd

Regisseur Terry Gilliam gaf uiteindelijk de rol van Don Quichot aan de Britse acteur Jonathan Pryce. ©rv

De tegenslag en miserie die voormalig Monty Python-lid Terry Gilliam heeft moeten doorstaan om zijn film ‘The Man Who Killed Don Quixote’ te realiseren, tart alle verbeelding. Terugblik op een lijdensweg met een happy end.

De zon schijnt op het festival van Cannes, de zee blinkt blauw en Terry Gilliam (77) is zijn energieke bulderlachende zelf. Je zou voor minder. Na 30 jaar zwoegen heeft hij eindelijk ‘The Man Who Killed Don Quixote’ af en de reacties zijn positief. Althans: zo positief als ze kunnen zijn voor een film die alle kanten tegelijk uitgaat, overloopt van burleske humor en baadt in pure chaos.

Blik op het BRIFF 

‘The Man Who Killed Don Quixote’ geeft het startschot voor de eerste editie van het Brussels International Film Festival (BRIFF). Had Brussel naast evenementen rond de fantastische film en de animatiefilm dan nog geen algemeen filmfeest? Toch wel. Sinds 1974 werden verschillende pogingen ondernomen, waarvan de recentste (het BRFF) het 15 jaar uitzong. Toch trokken de Franse Gemeenschap en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in maart 2017 hun subsidies in, wat het lot van het BRFF bezegelde. Die middelen - 2 miljoen euro - zijn nu toegekend aan de vzw ‘Un soir... Un grain’, die al 20 jaar het Brusselse kortfilmfestival organiseert.

Van 20 tot 30 juni openen Brusselse bioscopen in de binnenstad (UGC De Brouckère, Palace, Galeries, Bozar, Vendôme, Flagey) de deuren voor het nieuwe festival, aangevuld met een openluchtcinema op de Kunstberg en een BRIFF Village op de Anspachlaan. Er zijn drie competities, avant-premières, virtualrealityfilms, tv-series, thematische programma’s en een retrospectieve rond de levende legende Claudia Cardinale, die de centrale gast is.

www.briff.be/nl

 

Zo zit de ex-Monty Python nu eenmaal in elkaar. Van ‘Brazil’ tot ‘12 Monkeys’ en van ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ tot ‘The Imaginarium of Doctor Parnassus’, Gilliam lijkt enkel geïnteresseerd in geschifte verhalen met een outcast in de hoofdrol en een flinke dosis waanzin.

De link naar Don Quichot van La Mancha, de antiheld uit Miguel de Cervantes’ bijtende satire van begin 17de eeuw, is snel gelegd. Don Quichot is zo in de ban van ridderromans dat hij zichzelf ziet als een nobele ridder. Hij trekt met zijn schildknaap - de simpele boer Sancho Panza - op avontuur om het hart van zijn geliefde te veroveren.

Eind jaren 80 speelde Gilliam al met het idee om die literatuurklassieker naar het witte doek te brengen, met zijn eigen saus eroverheen. Een bevriende Hollywoodproducent toonde zich meteen bereid om een budget van 17 miljoen euro op tafel te leggen. Cervantes’ roman ombouwen tot een werkbaar scenario bleek echter lastiger dan Gilliam had gedacht, en hij stopte het project in de diepvries om ‘The Fisher King’ te maken.

Maar hij vergat de krakkemikkige ridder nooit. ‘Elke keer als ik een film af had, zag ik Don Quichot in de verte naar me wuiven’, vertelt de cineast. ‘Het was alsof hij riep: ‘Hé, ik ben hier ook nog!’ En dan bekeek ik of ik het project geen nieuw leven kon inblazen.’

Lumineus idee

Midden jaren 90 kreeg Gilliam een lumineus idee: hij zou er een hedendaags personage aan toevoegen, de gladde reclamejongen Toby, die op magische wijze in de wereld van Don Quichot belandt. ‘Toby is een verkoper van valse dromen, terwijl Don Quichot echte dromen vertegenwoordigt’, legt de regisseur uit. ‘Bovendien zou dat personage een gids kunnen zijn voor de moderne toeschouwer.’

Gilliam doopte de film om tot ‘The Man Who Killed Don Quixote’ en ging op zoek naar 34 miljoen euro. Sinds 1988 hing de enorme flop van ‘The Adventures of Baron Munchausen’ als een molensteen rond zijn nek en had de regisseur - ten onrechte - de reputatie een oncontroleerbare maniak te zijn. Ook de goede resultaten van ‘The Fisher King’ en ‘12 Monkeys’ hadden die schandvlek niet uitgewist. Geen enkele studio vertrouwde hem nog .

Gilliam liet zich niet kisten. Hij schroefde het budget terug tot 27 miljoen en vond een partner in Europa. In 2001 kon ‘The Man Who Killed Don Quixote’ eindelijk van start gaan, met de Franse acteur Jean Rochefort als Don Quichot en Johnny Depp als Toby.

Overvliegende F-16's

Wat volgde, is stof voor de filmgeschiedenisboeken, mede dankzij de documentaire ‘Lost in La Mancha’. Wat gepland was als een plezierige ‘Making of’ van een spectaculaire productie werd de kroniek van een langgerekte ramp.

Constant overvliegende F-16’s, figuranten die niet wisten wat ze moesten doen, een paard dat het vertikte om getrainde bewegingen uit te voeren, een zondvloed die alle materiaal wegspoelde en het landschap radicaal veranderde, Rochefort die eerst prostaatproblemen en daarna een dubbele hernia kreeg: na enkele weken moest Gilliam er opnieuw het bijltje bij neerleggen.

Maar nog weigerde de cineast Don Quichot voorgoed vaarwel te zeggen. ‘Op den duur kreeg ik het gevoel dat ik bezeten was door dat personage. Ik kon de realiteit niet onder ogen zien, net zoals Don Quichot dat niet kan.’ Omdat de verzekeringsmaatschappij na het debacle van 2001 de filmrechten in handen had, moest Gilliam wachten tot die knoop ontward was.

Op den duur kreeg ik het gevoel dat ik bezeten was door het personage. Ik kon de realiteit niet onder ogen zien, net zoals Don Quichot dat niet kan.
Terry Gilliam, regisseur

Dat zou jaren duren, maar intussen kreeg hij een ingeving. Wat als de film zich niet afspeelde in het verleden, maar in het heden? ‘In deze nieuwe versie belandt Toby niet in de 17de eeuw, maar is hij een regisseur die verwend is door het succes’, vat Gilliam het samen.

‘Ooit heeft hij een film gemaakt over Don Quichot en als hij per toeval weer in het dorpje belandt waar hij destijds gefilmd heeft, merkt hij dat hij diepe wonden heeft geslagen. Onder meer bij zijn toenmalige hoofdacteur, die nog steeds denkt dat hij Don Quichot is.’

Opkomende ster

De voornaamste reden voor die wissel - dat geeft Gilliam eerlijk toe - is financieel. ‘Omdat we ons geen zorgen meer moesten maken over telefoonpalen of overscherende vliegtuigen volstond plots een budget van 16 miljoen’, grijnst hij.

Toch duurde het nog meer dan tien jaar voor ‘The Man Who Killed Don Quixote’ het daglicht zag. In die periode passeerden verschillende hoofdacteurs de revue: Robert Duvall, Michael Palin en John Hurt voor de rol van Don Quichot, Ewan McGregor en Jack O’Connell voor die van Toby. Uiteindelijk mochten ‘Brazil’-oudgediende Jonathan Pryce en opkomende ster Adam Driver de honneurs waarnemen.

Nog was de miserie niet voorbij. Toen de productie nog maar eens financieel wankelde, kreeg Gilliam van zijn collega Wim Wenders de tip contact op te nemen met de Portugese producent Paulo Branco, met wie Wenders al vier keer had samengewerkt. Maar Branco wou de schaar zetten in de productie en ook voor de casting zijn zin doorduwen, en finaal kreeg hij niet eens het beloofde geld bij elkaar.

Rechtszaak

Exit Branco, maar dat weerhield hem niet om van zich te laten horen toen Cannes eerder dit jaar de film uitnodigde om het festival af te sluiten. Branco spande een rechtszaak aan om die vertoning te verbieden. Pas tijdens het festival oordeelde een rechter dat de klacht ongegrond was.

Voor Gilliam, die de voorbije twee jaar een beroerte en een geblokkeerde hersenader overgehouden heeft aan de ervaring, is het een pak van zijn hart. ‘Voor het eerst in 30 jaar heb ik geen nieuwe plannen’, zucht hij tevreden. ‘Zoals na elke film zal ik wel zes maanden in een postnatale depressie glijden, maar dat vind ik niet erg.’

Voor het eerst in 30 jaar heb ik geen nieuwe plannen. Zoals na elke film zal ik wel zes maanden in een postnatale depressie glijden.
Terry Gilliam
Regisseur

Don Quichot zal hij echter nooit helemaal uit zijn lijf krijgen. ‘Onlangs werd ik wakker met een idee voor een cartoon. Op het beroemde schilderij van Delacroix, ‘La liberté guidant le peuple’, heb ik de figuur van Don Quichot geplakt, met daarboven de slogan ‘Liberté! Égalité! Quichotté!’ En ik was heel tevreden.’

‘The Man Who Killed Don Quixote’ opent op 20 juni het Brussels International Film Festival. De film speelt vanaf 25 juli in de bioscoopzalen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content