De zuivering van Woody Allen

Woody Allen beschrijft zijn leven in geuren en kleuren, maar blijft een beetje op de vlakte over zijn films. ©PHOTOPQR/LE PARISIEN/MAXPPP

De autobiografie van Woody Allen leest als zijn filmografie: amusant, met een subliem oog voor schijnbaar nietszeggende details maar ook wispelturig en onevenwichtig. Het had wat meer over cinema mogen gaan, en minder over de seksschandalen.

De maatschappij zit op slot, corona beheerst onze gesprekken en ons leven. Geen betere timing om weg te sluipen in de memoires van de neurotische nerd uit Manhattan, de ongeëvenaarde cineast die de wereld parels als ‘Manhattan’, ‘Annie Hall’, ‘Everything you Always Wanted to Know about Sex’, ‘Husbands and Wifes’ en ‘Match Point’ schonk.

Wat? De langverwachte autobiografie van Woody Allen (84). De Amerikaanse filmregisseur blikt terug op zijn jeugd in Brooklyn, zijn eerste stappen als komiek en grappenschrijver, en zijn haast toevallige overstap naar het filmvak, die hem tot een van de invloedrijkste naoorlogse cineasten maakte.

Waarom de moeite? Het is grappig en geweldig opgeschreven. Je blijft evenwel met een dubbel gevoel achter. De beste hoofdstukken gaan niet over zijn unieke carrière, maar over de twee seksschandalen die hem tot in zijn kist zullen achtervolgen: het vermeende misbruik van zijn adoptiedochter Dylan en zijn huwelijk met Mia Farrow’s adoptiedochter Soon-Yi. 

Waar? Zolang de boekhandels gesloten blijven: online.

Maar welk woord komen we tegen op bladzijde zes van Woody Allens autobiografie ‘À propos’? Jawel, corona. Niet het virus, maar de sigaren. De grootvader van Woody Allen rookte ze, nadat hij in de Eerste Wereldoorlog als handelsreiziger de maatschappelijke ladder opklom.

In het eerste deel van zijn langverwachte memoires gaat de 84-jarige filmmaker uitvoerig in op zijn jeugd in een Joodse familie uit de lage middenklasse. Dat gebeurt, zoals in het hele boek, springerig en humoristisch. Van zijn ouders komt de lezer te weten dat ze totaal niet bij elkaar pasten: ‘Ze waren het oneens over alles behalve Hitler en mijn rapportcijfers.’

Mijn ouders waren het over alles oneens behalve Hitler en mijn rapportcijfers.
Woody Allen
Cineast

Allen haatte de Joodse school waarop hij zat: ‘Ik zal dit subtiel proberen te verwoorden. Het onderwijzend personeel bestond uit blauwharige Ierse vrouwen van het soort dat een castingdirector zou selecteren voor de rol van strenge, kwaadaardige nonnen.’ Op dezelfde vileine en grappige manier neemt hij het jodendom op de korrel. ‘Ik heb nooit in God geloofd, nooit gedacht dat hij, als hij al bestond, de Joden zou voortrekken. En waarom moest ik vasten voor mijn zonden? Ik zeg: deal ermee, God, er zijn veel ergere dingen. De nazi’s stopten ons in ovens. Doe daar eerst maar iets aan.’

Ultieme underdog

De Amerikaanse filmmaker pantsert zijn imago van ultieme underdog. Hij beschrijft zich als iemand die cineast werd omdat hij voor al het andere te weinig kwaliteiten had: een would-bekomiek, een would-begoochelaar, een would-behonkballer en een would-be Afro-Amerikaanse jazzmusicus.

Is dat waarom hij relatief weinig aandacht besteedt aan zijn unieke carrière? Op dat vlak schiet dit boek jammerlijk tekort. We hadden graag gelezen wat hem dreef bij het schrijven van meesterlijke romcoms als ‘Manhattan’ en ‘Annie Hall’. Hoe het was om de 19-jarige Scarlett Johansson te regisseren in ‘Match Point’. Niet dus dat hij haar ‘seksueel niet minder dan radioactief’ vond, maar wat hij met die prachtfilm bedoelde.

Is het, zoals hij ergens schrijft, omdat het fijnste van film maken de creatieve daad zelf is? En dat erover praten en schrijven niets betekenen? Net als het applaus, trouwens. Allen bleef bewust weg op de Oscars waar ‘Annie Hall’ vier beeldjes won. Hij moest die avond een jazzconcert spelen en las het nieuws de volgende ochtend in de krant. ‘Ik reageerde zoals ik reageerde op het nieuws van de moord op JFK. Ik dacht er een minuutje over na, at mijn mok Cheerio's leeg, liep naar mijn schrijfmachine en ging aan de slag.’

Seksschandalen

De echte reden: er moest dringend, nu hij nog niet seniel is, een en ander worden rechtgezet. Allen besteedt buitensporig veel aandacht - meer dan honderd bladzijden - aan twee seksuele affaires die hem tot in zijn kist zullen achtervolgen: het vermeende misbruik van zijn dochter Dylan en zijn relatie (en tot op vandaag gelukkige huwelijk) met Soon-Yi, de adoptiedochter van zijn ex Mia Farrow. Daarom zijn deze memoires zo controversieel en brak bij de oorspronkelijke Engelstalige uitgever een personeelsopstand uit.

Genadeloos zijn de uithalen naar de actrice met wie hij tien jaar een knipperlichtrelatie had en die hij in twaalf films regisseerde. Farrow gebruikte hem voor haar carrière en gedroeg zich als een tirannieke moeder tegenover haar kinderen. Bijgevolg dreef ze haar geadopteerde dochter op haar 21ste in zijn armen. Hij doet ook de grootste moeite om het misbruikverhaal van hun andere adoptiedochter Dylan op haar zevende af te doen als een verzinsel van Farrow omdat hij haar had laten zitten voor Soon-Yi. Volgens Allen heeft Farrow haar dochter doen geloven dat hij haar misbruikt heeft.

De valse beschuldigingen jegens mij voegden een fascinerend dramatisch element toe aan een verder nogal kalm leven.
Woody Allen
Cineast

Toegegeven, zonder weerwoord gaat zijn eindeloze verdediging erin als zoete koek. Het misbruik van Dylan werd ook nooit bewezen. Maar, hoe sappig dat alles ook leest, hadden deze memoires niet meer over andere zaken kunnen gaan? Neen, schrijft de eeuwige schlemiel helemaal op het einde, want daarvoor was zijn filmcurriculum niet interessant genoeg en zijn bestaan te banaal. 'Het spijt me dat ik zo veel ruimte heb moeten besteden aan de valse beschuldigingen jegens mij, maar die situatie was koren op mijn schrijversmolen en voegde een fascinerend dramatisch element toe aan een verder nogal kalm leven.'

Woody Allen, 'À propos', Prometheus, 352 pagina’s, 21,99 euro.




Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud