Elf jaar op de vlucht met twee zonen

'Vie Sauvage' ©Carole Bethuel

Een man gaat er met zijn twee zonen vandoor na een rechterlijke beslissing over het hoederecht. Het Franse drama ‘Vie sauvage’ grijpt naar de keel, temeer omdat het echt gebeurd is.

Hoe kan het dat een man elf jaar lang met twee jonge kinderen door Frankrijk kan trekken zonder dat hij gesignaleerd en opgepakt wordt? Het is nochtans precies wat Xavier Fortin voor elkaar kreeg toen hij eind december 1997 zijn zonen van respectievelijk zes en zeven jaar oud ophaalde bij hun moeder voor een weekje vakantie en hen vervolgens niet meer terugbracht.

‘Dat was een van de redenen waarom ik hun belevenissen op het scherm wou brengen’, vertelt Cédric Kahn, de Franse regisseur die in het pakkende drama ‘Vie sauvage’ het opmerkelijke verhaal reconstrueert. Het antwoord heeft alles te maken met Fortins ongewone levensstijl. De man is een ‘indien’, die zich resoluut wil afzetten tegen de consumptiemaatschappij en verkiest om een zelfbedruipend leven te leiden, op een eigen boerderij of in een kleine commune.

Alternatieve levensvisie

Catherine Martin, de moeder van de beide jongens - in de film hebben de personages andere namen - geloofde aanvankelijk ook in de waarde van die alternatieve levensvisie. Op den duur werd het nomadische bestaan met zijn gebrekkige comfort haar echter te veel en nam ze de kinderen mee om weer bij haar ouders te gaan wonen. De scheiding op zich kon Xavier Fortin nog verteren, maar niet dat het hoederecht over hun zonen per definitie aan de moeder werd gegeven. Na vele maanden vruchteloos procederen ging hij dus over tot een radicale ingreep.

‘Vie sauvage’ vertelt het ware verhaal van een Franse man die na een scheiding elf jaar lang op de vlucht was met zijn twee zonen.

De film kiest bewust voor het standpunt van de twee jongens.

Regisseur Cédric Kahn groeide op in een commune en kent dus het milieu waar zijn film zich afspeelt.

Tijdens hun vlucht woonde het drietal in de bossen of in de verschillende communes die her en der in Frankrijk verspreid zijn. ‘De mensen die daar leven, zijn het gewoon om elkaar te helpen’, legt Kahn uit. ‘Die gemeenschappen liggen vrij geïsoleerd, zodat er altijd tijd genoeg was om zich uit de voeten te maken als de politie hen op het spoor kwam. De mensen uit die communes praten trouwens sowieso niet met de flikken.’

De precieze details van de lange vlucht vormden voor Kahn echter maar de helft van de aantrekkingskracht van het verhaal. Hem interesseerde vooral het gezin zelf, en dan met name de vraag hoe twee jongens opgroeien met een alomtegenwoordige vader en een totaal afwezige moeder. Op die manier vond de cineast ook de uitgelezen invalshoek om de historie in een film te gieten. Ideologisch gezien stonden de vader en de moeder lijnrecht tegenover elkaar, en als hij zich te veel op een van beide concentreerde, zou het lijken alsof hij een voorkeur had voor een kant. Daarom kiest ‘Vie sauvage’ resoluut voor het standpunt van de twee zonen. ‘Ik wist dat ik onmogelijk een periode van elf jaar kon vertellen’, stelt Kahn. ‘Daar heb ik een mouw aangepast door de twee extremen te tonen. De eerste helft beperkt zich tot de eerste twee jaar, wanneer de jongens nog alles geloven wat hun vader vertelt en zich gelukkig voelen tijdens hun spannende avontuur. Daarna toon ik het laatste jaar, wanneer ze rebelleren en alles op zijn einde loopt. Via die twee extremen vat ik de tussenliggende periode goed samen, denk ik.’

Ik probeer de dingen te tonen zoals ze zijn, om dieper te graven dan de oppervlakte.
Cédric Kahn
Regisseur

Kahn is inderdaad geslaagd in zijn opzet, want hoewel hij met treffende kracht toont hoe schrijnend de hele situatie is, lukt het hem toch om evenveel begrip los te weken voor alle partijen. Bovendien past hij ervoor op om iets te idealiseren. Het leven in de vrije natuur heeft zeker zijn prachtige kanten, maar als puntje bij paaltje komt, moet je al zeer overtuigd zijn - om niet te zeggen dogmatisch - om het te vol te houden. Kahn weet trouwens perfect waarover hij het heeft.

Zijn vader en moeder lieten begin jaren 70 hun traditionele leventje als respectievelijk architect en apotheker voor wat het was en verhuisden met de kleine Cédric naar een commune. ‘Mijn ouders zijn echte soixantehuitards’, vertelt hij. ‘Ze geloofden in het project. Zoals de meeste van die communes is alles na een jaar of drie in duigen gevallen, maar ik ben wel opgegroeid tussen zulke mensen. Ik ken die wereld dus goed en ik voelde geen enkele behoefte om hem te romantiseren of er de draak mee te steken. Ik heb zelfs veel respect voor mensen die beslissen om zo te leven.’

Tegelijk is hij toch blij dat hij er geen deel meer van uitmaakt. ‘Ik mis het niet’, besluit hij. ‘Ik ben een absolute stadsmens geworden. Als ik drie dagen naar het platteland moet, krijg ik het al op mijn heupen. Het idealisme dat je nodig hebt voor dat leven is me ook vreemd. Een cynicus zou ik mezelf niet noemen, eerder een humanist. Ik probeer de dingen te tonen zoals ze zijn, om dieper te graven dan de oppervlakte. En de waarheid is dat ik niet genoeg vertrouwen heb in de menselijke natuur om te denken dat zulke utopieën kunnen overleven.’

‘Vie sauvage’ komt deze week in de bioscoopzalen.

De trailer van Vie Sauvage


Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud