Gouden camera geen garantie op eeuwig succes

Lukas Dhont met juryvoorzitster Ursula Meier en acteur Victor Polster. ©REUTERS

Lukas Dhont is terecht blij met de prijs voor het beste debuut op het filmfestival van Cannes voor ‘Girl’. Maar lanceert de Caméra d’Or ook de carrière van een regisseur? Vaak niet, soms wel.

De Caméra d’Or wordt sinds 1978 uitgereikt en in die 40 jaar slaagde slechts één Belgische film erin de eer op te strijken: Jaco Van Dormaels ‘Toto le héros’ in 1991. Om die reden alleen al mogen we de prestatie van Lukas Dhont en diens pakkende portret ‘Girl’ memorabel noemen. Het betekent zeker iets om verkozen te worden tot de beste van de 19 debuutfilms die in de officiële selectie, de Quinzaine des Réalisateurs en de Semaine de la Critique te vinden waren.

Maar zonder de pret te willen bederven stellen we vast dat zo’n Caméra d’Or geen garanties met zich meebrengt. Of liever: het is niet omdat je de prijs krijgt dat je ook een internationaal gerenommeerde carrière uitbouwt. De meeste winnaars bleven in eigen land aan de slag. Het aantal cineasten dat erin geslaagd is wereldwijd door te breken, is eerder beperkt.

Het is niet omdat je de Caméra d’Or krijgt, dat je een internationale gerenommeerde carrière uitbouwt.

De Caméra d’Or betekent ook niet dat je automatisch een streepje voor hebt bij de organisatoren van Cannes als die een nieuwe editie samenstellen. Meer dan de helft van de winnaars hebben we vooralsnog niet op het festival teruggezien.

Om Dhont niettemin een hart onder de riem te steken: Vijf Caméra d’Or-winnaars die hun prijs wel verzilverd hebben. Jaco Van Dormael viel net buiten dat toplijstje.

Jim Jarmusch ‘Stranger Than Paradise’ (1984)

De voorbije 35 jaar heeft Jarmusch zich opgewerkt tot een van de bekendste gezichten van de onafhankelijke Amerikaanse cinema, met eigenzinnige films als ‘Down by Law’, ‘Ghost Dog: The Way of the Samurai’, ‘Only Lovers Left Alive’ en ‘Paterson’. Het begon allemaal met ‘Stranger Than Paradise’, een onderkoelde roadmovie over drie jongeren die van New York naar Florida reizen.

Mira Nair ‘Salaam Bombay!’ (1988)

De Indiase cineaste Mira Nair begon haar carrière met documentaires en nam die stijl mee in haar fictiewerk. In haar debuut ‘Salaam Bombay!’ richtte ze de camera op straatkinderen. Voor haar tweede fictiefilm, ‘Mississippi Masala’ (met een hoofdrol voor Denzel Washington), kreeg ze de prijs voor beste scenario in Venetië, waar ze met ‘Monsoon Wedding’ in 2001 de Gouden Leeuw won.

Jafar Panahi ‘De witte ballon’ (1995)

Met onderscheidingen op alle belangrijke festivals voor ‘The Mirror’, ’The Circle’ en ‘Offside’ is Jafar Panahi een van de prijsbeesten van Iran. Hij is ook een van de mondigste rebellen, wat hem in 2010 een twintigjarig filmverbod opleverde. Daar veegt hij vrolijk zijn voeten aan, zoals hij dit jaar weer liet zien. Zijn ‘3 Faces’ maakte deel uit van de Cannes-competitie en kreeg de (gedeelde) prijs voor beste scenario.

Naomi Kawase ‘Suzaku’ (1997)

Kawase is de grote Cannes-lieveling en de uitzondering op de regel dat de Caméra d’Or geen abonnement op het festival inhoudt. Sinds haar debuutprijs voor het familiedrama ‘Suzaku’ twintig jaar geleden is de zachtaardige Japanse cineaste nog zes keer op het festival uitgenodigd, waarvan vijf keer in de officiële competitie. In 2007 won ze de Grote Prijs van de Jury voor de roadmovie ‘The Mourning Forest’.

Steve McQueen ‘Hunger’ (2008)

Steve McQueen was geen groentje toen hij zijn eerste langspeelfilm maakte. Hij had al een hele reeks kortfilms en experimentele videokunstwerken op zijn cv. ‘Hunger’, over de hongerstaking van IRA-lid Bobby Sands, kwam aan als een kopstoot, ‘Shame’ en ’12 Years a Slave’ bevestigden McQueens reputatie als belangrijke cineast. Eind dit jaar presenteert hij zijn nieuwe film, de overvalthriller ‘Widows’.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content