'If Beale Street Could Talk': Liefde in tijden van racisme

©Collection Christophel

Een Afro-Amerikaans koppel droomt van een gelukkig leven samen, maar de racistische samenleving gooit roet in het eten. Twee jaar na ‘Moonlight’ toont regisseur Barry Jenkins zich met ‘If Beale Street Could Talk’ opnieuw een van de subtielste stemmen van de Amerikaanse cinema.

Regisseur Barry Jenkins kreeg twee jaar geleden de Oscar voor beste film met zijn drugsfilm ‘Moonlight’, nadat eerst de makers van de musical ‘La La Land’ op het podium waren geroepen. De bizarre ontknoping is met lichtjaren voorsprong een van de gedenkwaardigste momenten uit de Oscargeschiedenis. Met zijn nieuwe film ‘If Beale Street Could Talk’, die hij eigenlijk als eerste film wilde maken, werd de 39-jarige Amerikaan genomineerd voor drie Oscars.

De trailer van 'If Beale Street Could Talk'.

Twee jonge mensen uit Harlem vormen het middelpunt van het romantische drama. Clementine Rivers (zeg maar Tish) en Alonzo Hunt (zeg maar Fonny) kennen elkaar van toen ze nog kleuters waren, maar hoe ouder ze worden, hoe hechter hun band wordt. Nu zijn ze rond de twintig, vormen ze een dolverliefd koppel en koesteren ze plannen voor een leven in elkaars gezelschap. Strikt genomen is de film een hartverwarmend, maar eerder banaal verhaal van alle tijden. Eén element geeft hem echter letterlijk en figuurlijk een andere kleur: Tish en Fonny zijn zwart. Hun huidskleur leidt er niet alleen toe dat ze hun plannen niet zomaar kunnen verwezenlijken, ze maakt ook dat het onheil op elk moment kan toeslaan.

‘If Beale Street Could Talk’ is gebaseerd op de gelijknamige roman van James Baldwin uit 1974, toen al lang een van de meest gevierde Afro-Amerikaanse auteurs. Hij was de belangrijkste literaire stem van de mensenrechtenbeweging in de jaren 60. Hij maakte er echter een punt van om zich niet te beperken tot verhalen en essays over de ervaring van zwarten in Amerika, want hij schreef ook romans over blanke personages. Baldwin probeerde altijd het midden te vinden tussen een eerlijke aanklacht en een verzoenende houding. Die evenwichtsoefening zit ook in ‘If Beale Street Could Talk’, al laat hij geen twijfel bestaan over de huidskleur van de duivel in het hele verhaal.

Kort

‘If Beale Street Could Talk’ is de nieuwe film van Barry Jenkins, die een Oscar won met ‘Moonlight’.

Het is een verfilming van de  gelijknamige roman uit 1974  van James Baldwin.

Het drama vermengt een teder verhaal over een jong Afro-Amerikaans koppel met striemende kritiek op het racistische gerechtelijk apparaat in de Verenigde Staten.

‘If Beale Street Could Talk’ komt in aanmerking voor drie Oscarsbeste vrouwelijke bijrol, beste bewerkte scenario en beste muziek.

In zijn filmversie geeft Barry Jenkins alles een nog positievere ondertoon, hoe donker en hopeloos de situatie ook wordt. Het broze geluk van Tish en Fonny krijgt een stevige dreun wanneer Fonny beschuldigd wordt van verkrachting. Hij kon onmogelijk op de plaats van de misdaad aanwezig zijn en de politieman die beweert dat hij Fonny gezien heeft, had een eitje te pellen met hem, maar dat maakt allemaal niets uit. Fonny wordt gearresteerd en onder druk gezet om in ruil voor een lichtere straf schuld te bekennen. Ondertussen ontdekt Tish dat ze zwanger is, wat voor nog meer spanning zorgt.

De inzet is hoog en de thema’s die de film aankaart, wegen zwaar. Laat Baldwins roman verfilmen door Spike Lee en je krijgt een vernietigende splinterbom. Jenkins kiest voor een andere aanpak. ‘Ik vind dat je aan menselijkheid inboet als je alleen maar woede laat zien’, zei hij in een interview met het Amerikaanse magazine The Atlantic. ‘Ik kon de woede zeker voelen toen ik de roman las, en ik heb ze ook deels in de film verwerkt. Maar de voornaamste reden waarom het boek me ontroerde, was dat die woede op geen enkel moment de liefde verteert of overweldigt.’

Sensualiteit

‘If Beale Street Could Talk’ is een scherpe aanklacht. Vooral het lange gesprek tussen Fonny en een vriend die pas uit de gevangenis is gekomen, komt snoeihard aan. De film heeft het ook niet alleen over het verleden, ook al speelt hij zich af in de jaren 70. Jenkins legt de link met andere jonge zwarte mannen die vandaag hetzelfde meemaken als Fonny.

De sociale kritiek in de film is hard, maar wat je ervan onthoudt, is de oprechte passie tussen de hoofdpersonages en de voelbare sensualiteit.

De hoofdacteur Stephan James boetseerde zijn vertolking trouwens naar het ware verhaal van Kalief Browder, een jongeman uit de buitenwijk The Bronx in New York die ten onrechte beschuldigd werd van diefstal en drie jaar in de gevangenis zat omdat hij weigerde schuld te bekennen. Uiteindelijk kwam hij vrij bij gebrek aan bewijzen, maar zijn tijd achter de tralies had Kalief zo gekraakt dat hij zich twee jaar later van het leven benam.

De sociale kritiek is hard, maar wat je van de film onthoudt, is de oprechte passie tussen de hoofdpersonages, de verbetenheid van de families - voornamelijk de ouders en zussen van Tish - en de voelbare sensualiteit. In een essay voor het Amerikaanse maandblad Esquire schreef Jenkins vorig jaar: ‘Mensen verwachten niet dat een verhaal over het leven en de ziel van zwarten op een extatische manier verteld wordt. Ze gaan ervan uit dat de strijd om te leven, om te ademen en te bestaan, voor zwarte mensen zo zwaar weegt dat we voortdurend gehuld moeten zijn in de pathos van pijn en lijden.’ Met zijn nieuwe film maakt Jenkins komaf met dat vooroordeel.

‘If Beale Street Could Talk’ speelt vanaf deze week in de bioscoopzalen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect