Advertentie

Louis de Funès als cultureel erfgoed

Het is de vraag of Louis de Funès nu nog zou wegkomen met de typetjes die hij destijds speelde. ©BELGA

Bijna 40 jaar na zijn dood heeft de Franse bekkentrekkende komiek Louis de Funès zijn eigen retrospectieve in Brussel. In een arthousebioscoop nog wel.

Wie de komende maanden een filmavondje plant in de Brusselse arthousecinema Palace, zal niet naast Louis de Funès (1914-1983) kunnen kijken. Aan de hand van 150 werken (beeldfragmenten, foto's, filmscenario’s en zelfs kunstwerken) over de koning van de Franse kolder wordt duidelijk hoe Louis de Funès vanaf de jaren 60 naar de cinematop schoot.

Ook buiten het betalende tentoonstellingsparcours is de Fransman alomtegenwoordig: van tableaus van zijn gekke bekken in de glazen dakkoepel tot een replica van de beroemde deux chevaux uit ‘Le corniaud’ (1965).

©Photo News

Het lijkt een vreemde combinatie: een eerbetoon aan de meest burleske van alle komische acteurs in een arthousebioscoop die doorgaans in haar programmatie de neus ophaalt voor populaire cinema. Neem de kalender van deze week, waarin kleinere Franse en Franstalig Belgische films de overhand hebben, en bijvoorbeeld de nieuwe Bond-film ‘No Time to Die’ ontbreekt.

‘We programmeren wel ‘Dune’’, riposteert Palace-directeur Eric Franssen, die de retrospectieve in de Cinémathèque in Parijs zag en ze van de tempel van de Franse cinefielen naar ons land mocht halen. ‘Maar het klopt. Op het eerste gezicht lijkt het eigenaardig voor een cinema als de onze. Het is de missie van Palace om kwaliteitsfilms te tonen voor een zo breed mogelijk publiek. Een tentoonstelling over zo’n grote figuur uit de Europese cinema kan bezoekers aantrekken die onze bioscoop nog niet kennen.’

Het feit dat zijn komedies zo’n enorm succes hadden, wil zeggen dat de Funès erin slaagde typetjes te bedenken waarin velen zich herkenden.
Eric Franssen
Directeur Palace

De bioscoopzaal mikt op 35.000 betalende bezoekers voor de retrospectieve. Voorbij de ingang van het tentoonstellingsparcours dalen ze een trap af met een muur vol citaten van de Funès. Beneden ontvouwt zich een klassieke opbouw voor carrièreoverzichten rond één persoon. De eerste ruimte toont met affiches en video- en geluidsfragmenten hoe de Funès niet slag om slinger een filmvedette werd. Hij was een jobhopper die tijdens de Tweede Wereldoorlog de kost verdiende als pianist en pas 20 jaar later op zijn 50ste doorbrak als filmacteur met ‘Le gendarme de Saint-Tropez’ en ‘Fantômas’.

Het opgefokte mannetje

De Funès behaalde zijn grootste bioscoopsuccessen met regisseur Gérard Oury. Eén ruimte is volledig gewijd aan hun samenwerking in de vier films ‘La grande vadrouille’ (1966), ‘Le corniaud’, ‘La folie des grandeurs’ (1971) en ‘Les aventures de Rabbi Jacob’ (1973). In die laatste film speelde hij een antisemitische fabriekseigenaar die zich als een joodse rabbijn verkleedt. Destijds was dat al een controversiële rol, en het is maar de vraag of hij er vandaag nog mee zou wegkomen. Hetzelfde geldt voor de andere typetjes die de komiek tot zijn dood in 1983 bleef spelen: het opgefokte, bazige mannetje of de geniepige, seksistische onderkruiper.

‘Wellicht niet’, zegt Franssen. ‘Maar het feit dat zijn komedies zo’n enorm succes hadden, wil zeggen dat de Funès erin slaagde typetjes te bedenken waarin velen zich herkenden. Hij liet mensen zowel ontzettend hard lachen als stilstaan bij hun tekortkomingen. Dat maakt van hem een groot komiek, en daarom verdient hij zijn plaats in dit filmhuis.’

Cinema Palace maakt de komende maanden ook in zijn programmatie plaats voor het oeuvre van de komiek. Filmliefhebbers kunnen klassiekers zoals ‘La traversée de Paris’ (1956), ‘La soupe aux choux’ (1981) en de films rond de gendarmes herontdekken. Vaak worden de voorstellingen ingeleid door mensen uit de filmwereld die een nauwe band hebben met een film van de Funès.

Tot 16 januari bij Cinema Palace in Brussel

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud