In de slipstream van de marathonloper

Koen Naert, op weg naar Tokio. ©Jozef Lievens

Hij is advocaat, maar Jozef Lievens fotografeert en zondag opent zijn expo ‘Koen Naert. The Road to Tokyo’. Twee jaar lang ‘liep’ Lievens in het spoor van de marathonloper. Aanvankelijk zou dat maar één jaar zijn. Door corona bleek Tokio verder te liggen dan verwacht.

Uit een kast van zijn advocatenkantoor Roots in Kortrijk neemt Jozef Lievens het boek ‘Het roer uit handen’. Dat schreef de advocaat, dé specialist in familiebedrijven, in 2009. Samen met professor Johan Lambrecht. ‘Het gaat over de pater familias die op een dag stopt’, zegt Lievens. ‘Als zo iemand honderd procent bezet was door zijn zaak, valt die vaak in een zwart gat. Mijn raad in het boek was ook daarbuiten iets zinvols te doen. Toen het boek klaar was, dacht ik: ‘Tiens, moet ik dat ook niet op mezelf toepassen, ook al denk ik helemaal nog niet aan stoppen met werken? Zo kwam ik bij de fotografie.’

De advocatuur is erg competitief. Fotografie doe ik alleen voor mezelf en ik meet me alleen met mezelf.
Jozef Lievens
Advocaat

Dat gebeurde niet zomaar. Lievens, bekend van onder meer de zaak-Lernout & Hauspie, advocaat van de wielrenner Johan Museeuw in zijn dopingproces en raadgever van de wielermanager Patrick Lefevere, was als jongen in West-Vlaanderen nog regio- en sportcorrespondent voor De Weekbode en Het Laatste Nieuws. Tientallen zondagen zat hij aan de rand van provinciale voetbalvelden voor een foto en een verslagje. Dat was snel werk: hij deed drie matchen op één namiddag. Later schreef hij in de vakanties voor Knack. Journalistiek was de eerste droom, maar na een jaar Germaanse aan de universiteit ging hij rechten studeren. Zo kantelde het leven toch. Maar de liefde voor de foto bleef en kwam dus weer boven. Door dat boek in 2009.

Waar we zitten, hangen zijn foto’s. Groot, meestal zwart-wit, ingelijst. Een koppel in New York. Een stoet in de Peruaanse hoofdstad Lima. Eigen werk dat liefde voor de, klassieke, documentaire fotografie verraadt. Kijkend naar grote voorbeelden die hij namen geeft: Henri Cartier-Bresson, Raymond Depardon, Annie Leibovitz, Steve McCurry, Peter Lindbergh, Alex Webb, Saul Leiter. In België Stephan Vanfleteren, Frederik Buyckx, Nick Hanes, Bieke Depoorter.

Maar vooral ging Lievens zelf leren. ‘En liever dan te focussen op de techniciteit, deed ik mezelf elk jaar één workshop bij een topfotograaf cadeau’, zegt hij. ‘De eerste was Jay Maisel. Onbekend in Europa, maar in de VS is hij een God. In de jaren zestig kocht hij in New York het gebouw van de failliete Germania Bank in de Bowery, een gebouw van zeven verdiepingen, waar hij beneden een leslokaal had. Een speciale man, maar hij is nog altijd mijn goeroe. Een van zijn beroemde uitspraken is: ‘If you want to take pictures, it’s better to always carry a camera.’ Een beetje lapidair, maar wel raak. We moesten tien foto’s meebrengen en ik toonde apetrots een foto van iemand die op de Dode Zee dreef. Hij keek en zei alleen: ‘Enorm jammer van dat rode stipje.’ Helemaal in de bovenhoek rechts was een klein stipje te zien. ‘You are responsible for every detail in your frame’, zei hij.’

Een processiebeeld uit de reeks 'God in the Andes'. ©Jozef Lievens

Er volgden nog workshops. Bij de legendarische Franse fotograaf Bruno Barbey. Bij Steve Simon, Ugo Cei, Jean-Christophe Béchet en Joe McNally. ‘Die Béchet heeft misschien vijfduizend fotoboeken, die kan elke foto kaderen in de fotogeschiedenis. Die workshops zijn fantastisch. Het is zo anders dan mijn werk als advocaat, dat erg competitief is. Fotografie doe ik alleen voor mezelf en ik meet me alleen met mezelf.’

Brug naar de jeugd

Stilaan stapelden in zijn computer zijn eigen foto’s op. Reizend in de wereld naar Tokio, New York, Cuba, Dubai, Puglia, Lima dus. Over dat beeld uit Peru, van de reeks ‘God in the Andes’: ‘Die processies zijn indrukwekkend, vrouwen liepen de hele weg achterwaarts. Om die foto te maken moest ik tussen hen lopen, niet wetend dat ik er pas 3 kilometer verder weer uit zou raken.’

Wie fotografeert, weet dat exotiek rijmt op fotogeniek. Maar ook in eigen streek fotografeert Lievens. Hij volgde Jaweed, een Afghaan die op zijn 14de te voet uit zijn land vluchtte en veel later in het asielzoekerscentrum in Ieper belandde. Hij woont nu bij een pleeggezin en is bakkersgast. Er is een reeks over garnaalvissers in Oostduinkerke. En twee jaar geleden begon Lievens marathonloper Koen Naert te volgen.

‘Ik leerde Koen kennen via sportsDC, het sportmarketingbureau van mijn zoon. Het is een aimabele man met dat grote doel: Tokio. Ik volgde hem op training in Brugge, Zottegem en Aalst, ik ging mee naar de dokter, naar de kinesist. Het plan was vorig jaar om mee te gaan naar Tokio. Een hotel vinden lukte met de grootste moeite en toen werd de marathon ook nog verplaatst naar Sapporo. Enfin, ook dat kwam in orde. Maar toen kwam corona en de Spelen werden uitgesteld.’

Een geisha in Tokio. ©Jozef Lievens

Wat toen niemand wist, weten we nu. Over corona spreken we nog altijd niet in de verleden tijd en over de Spelen wel nog altijd in de voorwaardelijke wijs. ‘Ik was graag meegegaan op hoogtestage in Kenia, maar door de quarantaineregels is dat onmogelijk te verenigen met mijn echte job. Ook Tokio zelf kan niet, omdat ik geen deel uitmaak van de olympische equipe.’

Wat blijft, zijn de foto’s en die worden vanaf zondag tentoongesteld in Gent. Noem het een nieuwe stap in Lievens’ eigen marathon. De liefde voor het beeld gaat immers ook gepaard met engagement. Hij steunde in het verleden de publicatie van boeken van Bieke Depoorter en Sébastien Vanmalleghem. Onlangs nog reikte hij de Grote Prijs Roots Advocaten voor documentaire fotografie uit aan Sebastian Steveniers. Hij is voorzitter van het PxL-Fotocollectief in Kortrijk en zette zijn schouders onder het Track & Trace-festival in de stad. Hij is voorzitter van AntwerpPhoto Festival, dat deze zomer loopt.

‘Fotografie is zeer toegankelijk’, zegt hij. ‘Het kan een brug zijn naar de jeugd en ik pleit daarvoor in het bedrijfsleven. Men mag wat genereuzer zijn voor dat soort initiatieven. Het gaat niet om sponsorbudgetten zoals bij Anderlecht of Club Brugge, maar je kan als sponsor wel een prachtige avond organiseren voor je klanten. We kunnen veel leren van Nederland. In de biënnale BredaPhoto is er een grote inbreng door privéstichtingen voor wie dat een mooi fiscaal voordeel oplevert. Waarom zou dat hier niet kunnen?’

‘Koen Naert. The Road to Tokyo’ loopt vanaf zondag tot 31 augustus bij CUP Gent.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud