Belg Max Pinckers wint Leica-fotoprijs

Pinckers dikt de theatrale scènes in Noord-Korea aan door er nog een glanslaag op te leggen. Onder het motto: als het toch fake is, kan het er maar beter als reclame uitzien. ©Max Pinckers

De 30-jarige fotograaf sleept de prijs in de wacht voor ‘Red Ink’, een reeks die hij in Noord-Korea maakte.

Max Pinckers woont en werkt in Brussel. De Noord-Koreareeks maakte hij voor The New Yorker en ze verscheen eind vorig jaar ook in 'De conclusie', het jaaroverzicht van De Tijd. Het was zijn laatste project als ‘nominee’ van Magnum.

Pinckers werd begin 2017 opgenomen in de '30 under 30'-lijst van het Amerikaanse zakenblad Forbes als een van de meeste veelbelovende jonge kunstenaars uit Europa. De Leica Oskar Barnack Award wordt sinds 1980 uitgereikt. Pinckers krijgt 25.000 euro en een Leica M-camera.

Opmerkelijk in de Noord-Koreareeks van Pinckers is dat er niet één propagandabeeld van Kim Jong-un in zit. En niet één parade. Behalve een enkele militair zie je vooral veel nette mensen uit Pyongyang, vriendelijk lachend en opvallend goed gekleed. Interieurs ook: kraaknet, maar minder kitscherig dan een doorsnee Chinees restaurant in België. En enkele bevreemdende, ogenschijnlijk lukraak geschoten stillevens.

Familie-uitstap in Pyongyang. Dit beeld werd de cover van 'De Conclusie 2017', het jaaroverzicht van De Tijd. ©Max Pinckers

Mystiek

Pinckers combineert in zijn fotografie altijd een grote helderheid met een zekere mystiek, soms met subtiele ironie. Met zijn voorliefde voor enscenering en artificieel licht is hij de antipode van de klassieke documentairefotograaf, die in grofkorrelig zwart-wit een natuurgetrouwe weergave van de werkelijkheid pretendeert. Dat is volgens Pinckers een illusie: elk beeld wordt in meer of mindere mate in scène gezet.

Met zijn voorliefde voor enscenering en artificieel licht is hij de antipode van de klassieke documentairefotograaf.

Pinckers’ bezoek aan Noord-Korea duurde vier dagen. Een citytrip Pyongyang, zeg maar. Omdat hij zich realiseerde dat hij er wellicht nooit zou terugkeren, gooide hij zijn werkwijze - minutieuze voorbereiding, trage uitvoering, lange nabewerking - volledig om.

Het pinpongzaaltje van het Kobangsan Guesthouse, het adres waar Amerikanen worden gelogeerd in Pyongyang. Men vermoedt dat het hotel vol afluisterapparatuur zit. ©Max Pinckers

In plaats van analoog schoot hij digitaal. In plaats van zorgvuldig te selecteren richtte hij zijn lens op elke situatie, elke scène, elk levend en niet-levend wezen. In plaats van hooguit dertig beelden per dag maakte hij er zeshonderd.

Glanslaag

Dat Pinckers zo snel kon werken en toch zijn artistieke stempel kon drukken, heeft hij te danken aan het land dat Noord-Korea is. In het mausoleum van het communisme hoef je niets te ensceneren, alles is al in scène gezet. Buitenlandse bezoekers worden rondgeleid in een geordend decor. Pinckers dikt dat theatrale aan door er nog een glanslaag op te leggen. Onder het motto: als het toch fake is, kan het er maar beter als reclame uitzien.

Dit beeld lijkt op een reclamespot voor herenkledij. Het werd gemaakt in een van de weinige metrostations in Pyongyang die toegankelijk zijn voor buitenlandse toeristen. ©Max Pinckers

Zo komt het dat banale taferelen uit het dagelijkse leven haast paradijselijk aanvoelen. Dat werkt zo bevreemdend dat je je er toch vragen bij gaat stellen: er is zo nadrukkelijk niets aan de hand dat er wel iets aan de hand moet zijn.

Daarin schuilt de subversieve kracht van Pinckers’ reeks: hij ontmaskert door te idealiseren. Echt ontmaskeren lukt toch niet in Noord-Korea. Het regime laat bezoekers op geen enkel moment afwijken van de uitgestippelde paden. Wie het domweg toch probeert, riskeert met lege handen thuis te komen, in het beste geval.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content