De Balans | foodfotograaf Jean-Pierre Gabriel

Foodfotograaf Jean-Pierre Gabriel ©rv

Deze week won fotograaf en foodconsultant Jean-Pierre Gabriel (65) de Gourmand World Cookbook Award. Met ‘Le Chant du Pain, Paul Magnette’ bracht hij samen met de PS-politicus een lofzang op zuurdesembrood. Hier maakt hij zijn persoonlijke balans op.

Wat zijn uw belangrijkste activa?

‘Mijn boeken. Ze doen me ook als mens evolueren. De eerste beeldopnames zetten de toon, waar ik nadien niet meer kan van afwijken. Voor ‘Le Chant du Pain’ wilde ik het natuurlijk licht van een grijze hemel. Onlangs vond ik aan de rand van het Hallerbos een schitterend, oud hoekcafé dat een pizzeria geworden is. De verbouwingen lopen op hun einde. Er is veel natuurlicht, een studio en een uitgeruste keuken. Ik zal er kooksessies en brainstorms met chefs organiseren.’

Wie heeft in u geïnvesteerd?

‘Axel Vervoordt opende een buitengewoon universum voor me: Venetië, en de hedendaagse kunst. In 2007 mocht ik voor Artempo in Palazzo Fortuny de kunstwerken fotograferen in relatie tot de plek die hij en de andere curatoren hadden gekozen. ‘Je hebt van de catalogus een boek gemaakt’, schreef hij na afloop. Een enorm cadeau. Emilia Terragni, uitgeefster bij Phaidon Press, vertrouwde me het auteurschap van het prestigieuze ‘Thailand The Cookbook’ toe, hoewel ik Aziaat noch Engelstalig ben. Ik ben er tien keer voor in Thailand geweest.’

Bij wie staat u in het krijt?

‘Toen ik begon, kreeg ik steun van de Franse chef Joël Robuchon. Daar vloeiden veel contacten uit voort. Elk jaar bezocht ik El Bulli, waar ik telkens tot ’s nachts in de keuken rondhing. Ik werd vriend aan huis, waarna Ferran en Albert Adrià talloze deuren openden. Zonder hen was ik in dat wereldje nooit geworden wie ik nu ben. Dat geldt ook voor Edouard Cointreau, de oprichter van de Gourmand World Cookbook Awards. Ik kreeg er zeven, en een Best of the Best voor het Thailandboek. Mijn assistente Kim Ji Ah wijdde me in de Koreaanse maatschappij in en waakt over me als een dochter over haar vader.’

Investeert u in anderen?

‘Met fotografie hun talent accentueren is een vorm van in mensen investeren. Als ik op een markt iemand portretteer, werk ik met een normale lens. Ik wil oog in oog staan met de persoon, geen afstand creëren met een telelens. Om te krijgen, moet je geven. Mijn vijf kinderen zijn ook fundamenteel. Ik heb te weinig tijd met hen doorgebracht, maar streefde wel altijd intensiteit na. Door voor hen te koken en met hen te reizen kregen ze ongelooflijke herinneringen mee.’

Wat was uw kwantumsprong?

‘Toen ik mijn eerste boek maakte, over patisserie Wittamer, had ik nul ervaring met studiofotografie. Maar ik kocht het nodige materiaal, en spelen met licht werd een groot plezier. Een tweede groot groeimoment was Europalia Japan in 1989: de eerste confrontatie met die cultuur liet sporen na.’

Gaat u soms in het rood?

‘Ik kan niet leven zonder uitdaging en gevaar, mentaal en fysiek - ik slaap zeer weinig. Minstens twee keer heb ik mijn grenzen overschreden. Eerst toen ik aan ‘De essentie’ werkte, een boek over hedendaagse kooktechnieken, en nog eens tijdens het Thailandboek.’

Wie zetelt in uw raad van bestuur?

‘Mijn moeder. Om haar strengheid, koppigheid en ethiek. De beste raad kreeg ik van wijlen Henry Ingberg, secretaris-generaal van het ministerie van de Franse Gemeenschap. ‘Elke opinie moet je in overweging nemen’, zei hij toen ik ooit het advies van enkele mensen wilde negeren.’

Schrijft u soms mensen af?

‘Soms schrap ik iemand die me heeft gekwetst, maar er komt altijd een moment waarop de kwetsuren verweren. Ik probeer te vergeven. Ik wil de aardbol in vrede verlaten.’

Is, alles in acht genomen, uw leven in balans?

‘Ja. Ik werd geboren op een boerderijtje, waar mijn moeder de beste boter van het dorp maakte. Eten werd een van de pilaren van mijn leven. Nu heb ik het geluk dat ik wat me passioneert en ontroert, kan omzetten in beelden, soms in woorden.’ 

 


Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud