Een fresco van Frankrijk

'We zitten hier al sinds 1844.' ©Raymond Depardon / Magnum Photos

Naar Frankrijk zullen we deze zomer wellicht niet kunnen, dus halen we Frankrijk naar hier. Met ‘La France’, het boek, en ‘Journal de France’, de film van fotograaf Raymond Depardon. ‘Ik moest eerst naar het buitenland voor ik mijn eigen land kon fotograferen.’

In het Frans klinkt het mooier dan in de vertaling: ‘Il faut que j’ai un petit coup de coeur.’ We zitten bij Raymond Depardon in de camionette, hij reed net door een dorpje, Franser dan Frans, en hij stopte niet. ‘Er is een tabac, maar geen bijzondere’, zegt hij. Even later bedenkt de fotograaf zich. Hij heeft spijt, keert om en rijdt terug. ‘Mijn hart moet een sprongetje maken’, zegt hij. Dan maakt hij de foto.

Dat laatste klinkt eenvoudig, met een oude technische camera op een driepotig statief is dat toch ingewikkelder dan met een iPhone, maar de oude dorpelingen nemen plaats op een bankje naast een rekje van Butagaz en hij drukt af. Eén man zegt: ‘We zitten hier al sinds 1844.’

2,5 kilo

Dat is Frankrijk en we zijn in het dorpje Canet, in de Hérault. Dat zie je niet in de film ‘Journal de France’,  wel in het monumentale boek ‘La France’, goed voor 2,5 kilo met op elke pagina een foto van 28 op 22 centimeter. ‘Fresco’s’, schrijft Bruno Racine, tot 2016 voorzitter van de Bibliothèque Nationale de France, in het voorwoord. 280 foto’s in totaal. Startend in Berck-Plage, dicht bij ons in Pas-de-Calais, en aankomend in Le Tréport in de Seine-Maritime, zie je Depardon (77 vandaag en sinds 1979 lid van Magnum) de kaart van zijn land doorkruisen en zo zijn eigen Tour de France rijden. In een camionette, dat zie je dan weer in de documentaire ‘Journal de France’, die zijn vrouw Claudine Nougaret produceerde.

Bladerend door ‘La France’, valt zijn mededogen op, zijn uitzonderlijke blik, zijn zachtheid voor de lelijkheid en zijn warmte voor de Fransman die niét de wereld ging ontdekken maar besliste trouw te blijven aan la terre.

Wie van Frankrijk houdt (houdt iemand niet van Frankrijk?) slaat het boek open of start de film, rijdt de grens over en herkent straten, huizen, mensen. Al snel het Café du Stade, Mairie/Ecole, Jezus op een rotonde bij een ‘zone commercial’, ondertussen bekend als de lelijkste buitenkanten van dit land. We zijn nog altijd maar in Saint-Omer, een etappe in de tocht die Depardon over zes jaar spreidde in zijn eigen land. Daar begon hij aan in 2004 nadat hij de wereld rondgereisd had: Centraal-Afrikaanse Republiek, Westelijke Jordaanoever, Praag, een psychiatrische instelling in Italië, Mauretanië, New York. In Johannesburg vroeg hij Nelson Mandela in 1993 één minuut stilte te houden, dat filmde hij. Mandela deed het zonder klok op de seconde.

Zacht voor lelijkheid

Al die fragmenten zie je in ‘Journal de France’, dat dus geen louter the making of is. Ze zijn ook belangrijk om te begrijpen waarom Depardon ‘La France’ maakte. ‘Ik ken Djibouti beter dan het departement La Meuse’, zegt hij. ‘Misschien moest ik eerst veel in het buitenland reizen, om uiteindelijk mijn eigen land te fotograferen dat ik niet zo goed ken.’ Het boek was klaar in 2010, de film twee jaar later.

Depardon groeide op in Villefranche-sur-Saône, op la ferme du Garet. Dat hij de boerderij niet zou overnemen, wisten zijn ouders voor hij het wist, schrijft hij. Maar hij werd niet de artiest die vanuit Parijs neerkeek op zijn afkomst. Hij keerde er terug, zoals naar andere rurale streken in dit grote land. Bladerend door ‘La France’ valt zijn mededogen op, zijn uitzonderlijke blik, zijn zachtheid voor de lelijkheid en zijn warmte voor de Fransman die niét de wereld ging ontdekken maar besliste trouw te blijven aan la terre. Nooit wordt gelachen met het onderwerp. De glimlach die je als kijker (in het boek en bij de film) voelt, is die van de herkenbaarheid. Mooi en lelijk door elkaar, Le Pont des Platanes, Carrosserie Laurent Puaut (‘Pose pare-brise’), de wegwijzer naar Labesserette, een uitzonderlijk landschap.

Je leest het vaker dezer dagen. Frankrijk is gidsland en de toespraak van president Emmanuel Macron maakte indruk. Deze zomer moeten we de reis naar het voor Belgen populairste vakantieland vergeten, maar Depardons ogen vingen het land en legden het bij je thuis. Niet het Frankrijk van de volle stranden, niet Parijs. ‘Tout doucement, j’allais vers l’espace public, l’espace vécu, le territoire.’

Meer woorden mag dit stukje niet tellen, maar het is ook wel genoeg. Kijken is beter.

 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud