Het meisje met de Leica

©©Robert Capa © International Center of Photography/ Magnum Photos

De dag waarop ze 27 zou worden, werd Gerda Taro begraven. Ze was de eerste vrouw die als oorlogsfotografe sneuvelde ‘in actie’. Ze was ook de partner van Robert Capa. Of beter: ze wás een beetje Robert Capa.

Er is een liedje dat ‘Taro’ heet, van de Britse band alt-J. Met zijn hoge stem zingt frontman Joe Newman over de dood van Robert Capa in 1954. In het Indochina van toen stapte de Hongaarse oorlogsfotograaf, een van de oprichters van het fotoagentschap Magnum, op een landmijn. Newman zingt over zijn dode lichaam: ‘Re-united with his leg and with you, Taro. Taro. Do not spray into eyes, I have sprayed you into my eyes. Hey Taro.’

Gerda Taro was Capa 17 jaar eerder in de dood voorgegaan, en dus werd hij nu met haar herenigd. ‘Ze was duidelijk... dat leuke meisje, het noodlot waar je wel achteraan moest’, zei haar vroegere geliefde Georg Kurtitzkes in 1987 in een radiointerview. Met die uitspraak begint ook ‘Het meisje met de Leica’, een boek van Helena Janeczek over Taro.

Gerda Taro was een meisje - amper 26 dus, jonge vrouw zou je kunnen zeggen, maar toch een echt avontuurlijk meisje - en de beroemde camera was haar oog. ‘Midden in dat gekkenhuis klikte ze erop los, de kleine Leica boven haar hoofd alsof die haar zou beschermen tegen bommenwerpers’, lees je op bladzijde 189.

Uit die camera kwamen de beelden die je via Google vindt. Naast portretten ván haar (zelfs dood), foto’s door haar. Niet zo heel veel, ze fotografeerde hooguit een jaar of twee. De foto’s werden gemaakt tijdens de burgeroorlog in Spanje. Je ziet een jonge vrouw, op hakken, die op een strand bij Barcelona schietoefeningen doet. Mei of juni 1937 dan: twee soldaten voeren een gewonde, wellicht dode, medestrijder, af in de buurt van Segovia. Dezelfde maand loopt Taro mee achter beschutting zoekende soldaten in een wijk van Madrid. Cordoba staat bij een andere foto. Ze reist rond, tot in Brunete. Het is 26 juli 1937. Taro springt op een truck die gewonden vervoert, maar die crasht met een tank. Een dag later sterft ze. De foto’s van haar laatste dag worden nooit teruggevonden.

Fotografie op zich is niks, niet waardevast, na één dag verouderd. Je moet het weten te verkopen.
Gerda Taro
Fotografe, in ‘Het meisje met de Leica’

‘Die stompzinnige dood stak zo schril af tegen Gerda’s talent voor het leven’, schrijft Janeczek. 344 bladzijden gebruikt ze om het verhaal van Gerta Pohorylle te schrijven. Want zo heette Gerda Taro echt: Gerta Pohorylle, geboren als Joods meisje in Stuttgart in 1910, bij middenklassemensen. Maar de periode nekte hun geluk. Toen Adolf Hitler de macht greep, bleef alleen de vlucht mogelijk. Zeker toen Gerta in Leipzig werd opgepakt terwijl ze antinazipropaganda uitdeelde.

Weer vrij ging ze naar Parijs, waar ze Endre Friedmann, een Hongaarse Jood die fotograaf is, leerde kennen. André zeiden ze in Parijs en dat zei ze ook zelf. Maar niet lang. Want Friedmann kwam maar moeilijk aan de bak in Parijs. En zij, Gerta Pohorylle, wist dat goede fotografie niet volstond. ‘Je moet de juiste namen hebben, ze anders verzinnen. (...) Fotografie op zich is niks, niet waardevast, na één dag verouderd. Je moet het weten te verkopen’, laat Janeczek haar vertellen.

Zo ontstond Robert Capa, het pseudoniem, met een verhaal: geen Hongaarse antifascistische vluchteling maar een Amerikaan die naar Parijs is gekomen, in het Ritz verblijft, een limousine en een racewagen heeft en er goed uitziet. Marketing was het. ‘Ik snap dat onze bluf een kinderspelletje lijkt, maar mensen geloven wat ze willen geloven. In elk geval een beetje. En een beetje is voor ons genoeg. Want daarna gaan we nooit meer terug naar af, dat weet ik zeker.’ Zij werd Gerda Taro. Dat klinkt als Greta Garbo.

Gerda gaf Capa naam en imago, ‘en een presentabel uiterlijk’. Capa leerde Gerda fotograferen. Overleven in Parijs met typwerk was niet meer nodig. Door het boek - vanuit het perspectief van drie vertellers geschreven, met veel sprongen in de tijd - krijg je een beeld van een jonge vrouw die geen moeite had ‘zich frivool en oppervlakkig voor te doen, of eigenlijk niet frivool als wel popelend om zich onaantastbare zorgeloosheid weer aan te meten.’

Le tout Paris

Er bestaan beroemde oorlogsfoto’s die door vrouwen zijn gemaakt. Catherine Leroy vereeuwigde in Vietnam de Amerikaanse soldaat Vernon Wike. Susan Meiselas is een grote naam bij Magnum. Recenter, in 2012, overleed de Amerikaanse Marie Colvin in Syrië. Misschien was Taro niet de eerste vrouwelijke oorlogsfotografe, maar ze was dus wel de eerste die in actie stierf.

Met Capa was ze in 1936 naar Spanje gereisd om de burgeroorlog in beeld te brengen. De bekendste foto maakte Robert Capa op 5 september in het dorp Cerrio Muriano. Je ziet een sneuvelende republikein, later geïdentificeerd als de anarchist Federico Borrell García. De foto verscheen op 23 september in het Franse tijdschrift VU. De titel: ‘Loyalist Militiaman at the Moment of Death.’ Veel later ontstond disscussie over de echtheid van de foto. Was hij niet geënsceneerd? Onderzoek wees uit van niet. Capa - van wie de uitspraak is: ‘Als je foto’s niet goed genoeg zijn, stond je er niet dicht genoeg bij’ - ging de geschiedenis in als ‘The Greatest War-Photographer in the World’.

Maar bij de vraag die pas veel later gesteld werd, kwam Gerda Taro opnieuw in beeld. Want het duo werkte samen en verstuurde de filmpjes samen, onder één naam, zoals ze ook verschenen: Robert Capa. ‘Het is heel waarschijnlijk dat Capa’s beroemde foto in werkelijkheid van Taro is’, zei Janeczek vorige week in een interview met De Standaard.

Dat frustreerde haar en in 1937 trok ze alleen naar het front in Valencia. En later naar Brunete waar ze, heel stom, stierf. Na haar reis zou ze met Capa voor Life naar China gaan. Zou. Hij vergaf het zichzelf nooit dat hij haar alleen naar Spanje liet gaan. Op 1 augustus 1937, de dag van haar 27ste verjaardag, werd Taro’s begrafenis in Parijs bijgewoond door duizenden mensen. Haar uitvaart werd georganiseerd door de communistische partij en werd een antifascistische manifestatie. Henri Cartier-Bresson was er, le tout Paris, Pablo Neruda nam het woord. Op haar graf op Père-Lachaise prijkt een Horus die door Alberto Giacometti is ontworpen.

17 jaar - en zoveel vrouwen - later stierf Robert Capa in Indochina. In 1995 werd in Mexico een koffer gevonden met daarin 4.500 negatieven. Van Robert Capa, Gerda Taro en David ‘Chim’ Seymour. Hoe ze daar terechtkwamen, vertelt ‘Het meisje met de Leica’. Maar toen ze in 2007 aan het International Center of Photography in New York - opgericht door Capa’s broer Cornell Capa - werden overhandigd, werd de ster van Taro helemaal duidelijk. Net als haar schoonheid, gezien door Capa.

‘Het meisje met de Leica’ is uitgegeven bij De Bezige Bij en telt 344 pagina’s. Op zondag 31 maart is de schrijfster Helena Janeczek te gast op het Passa Porta Festival in Brussel.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect