Het ritme van het straatleven, in kleur

©Joel Meyerowitz

Toen collega’s hardnekkig bleven vasthouden aan zwart-wit schakelde de New Yorkse straatfotograaf Joel Meyerowitz resoluut over op kleur. Een retrospectieve in de Botanique toont de scharniermomenten van zijn carrière.

Als de straat de mozaïek van het leven is, zoals Meyerowitz het in de documentaire ‘Le peau des rues’ van Philippe Jamet zo mooi zegt, dan is hij een van de fotografen geweest die met de lens van zijn Leica het ritme van dat leven vastlegde. Dat deed hij al sinds het begin van de jaren zestig, vooral in zijn thuisstad New York en ook wel in Parijs, de steden waar tal van de 120 beelden van de expo ‘Where I Find Myself’ geschoten zijn. Het verschil met iconen zoals Henri Cartier-Bresson en zijn grote voorbeeld Robert Frank, die hem op weg zette, is dat Meyerowitz (1938) op een bepaald moment radicaal voor kleur koos.

Het zou hem geen windeieren leggen. De teller van ‘Cape Light’, zijn eerste fotoboek dat in 1978 verscheen, staat op meer dan 150.000 verkochte exemplaren en zijn werk hangt in ’s werelds meest vooraanstaande musea.

Te interessant in kleur

©Joel Meyerowitz

Maar het waren geen commerciële overwegingen die hem in 1971 deden beslissen voor eens en voor altijd op kleur over te schakelen. ‘De wereld was te interessant in kleur om haar in zwart-wit te blijven fotograferen’, klonk het. Meyerowitz wees zijn publiek op het belang van de psychologie van kleuren, die steeds vaker in het straatbeeld opdoken en de maatschappelijke evoluties visualiseerden. Op zijn foto’s zie je het opkomende modebewustzijn van de vrouw zwierig contrasteren met de grijze maatpakken uit de zakenwereld. Die tegenstellingen waren, net als de toenemende diversiteit van de grootstad, veel lastiger in zwart-wit te vatten.

Nochtans had Meyerowitz, die opgroeide in een arbeiderswijk in de Bronx (New York), zijn eerste stappen in de fotografie in zwart-wit gedaan. De expo opent met die vaak erg grappige zwart-witbeelden uit de eerste helft van de jaren 1960. Een vrouw wier armen verstopt zitten onder haar gewaad wandelt voorbij een etalage waarin twee losse armen van een paspop liggen. Een man in zwart maatpak passeert met een grote witte poedel in zijn armen.

Als beginnend fotograaf liep Meyerowitz rond met de ogen wijd open om dergelijke incidentele ongerijmdheden vast te leggen. Het trainde zijn ogen, maar na verloop van tijd raakte hij er wat op uitgekeken en kwam het besef dat hij door een stap achteruit te zetten de grootstad kon weergeven zoals ze echt was. Hij ging de dichtheid en de chaos ervan benadrukken door zo veel mogelijk informatie in zijn foto te stoppen.

Opmerkelijk is een zomerse foto genomen in Central Park. Daar heeft een statige cameracrew veel meer bekijks dan de actieve (in het water springende) jeugd die ze in beeld brengt. ‘Het voordeel van die beginjaren was dat er nog een collectieve onschuld bestond’, zegt Meyerowitz in de op de expo vertoonde documentaire. ‘De wereld was nog niet bezig met beroemdheden, laat staan met zichzelf. Passanten konden amper geloven dat je een foto van hen wilde nemen. Ze vonden dat ook helemaal niet erg. Die onschuld is door de selfiecultuur helemaal verdwenen.’

Het was ook de tijd dat je als fotograaf door op de juiste plaats te zijn nog een krachtig sociaal signaal de wereld kon insturen. Meyerowitz viel een zekere ambiguïteit op tussen de collectieve protestbewegingen, die zowel in Amerika als in Europa de aandacht opeisten, en de opkomende vrijetijdscultuur die focuste op zelfexpressie. In zijn foto’s worden ze verenigd door de aanwezigheid van een gevoel van vrijheid en trots, typerend voor het vooruitgangsdenken van het tijdperk dat hij capteerde. Hoewel hij de straat altijd is blijven volgen, was hij er vanaf midden jaren 1970 op professioneel vlak wat door verzadigd.

‘Ik had nood aan klassiek’, klonk het. Hij had de chaos van de straat(fotografie) steeds met jazzmuziek vergeleken, maar wilde nu de natuur en de open ruimte induiken. Hij ruilde zijn Leica-toestel, een gedroomde metgezel voor snelle stadsopnames, in voor een uit de kluiten gewassen technische camera. Daar begon hij op Cape Cod, een schiereiland aan de kust van Massachusetts, lege landschappen mee te fotograferen, waarin de nadruk lag op de sfeer. Zijn experiment levert intrigerende, unheimliche beelden op van huizen die verlaten lijken. Later wordt zijn werk nog meditatiever. In fraaie grootformaten van de vier natuurelementen, die ook in de Botanique te zien zijn, puurt hij dat nieuwe bewustzijn helemaal uit. ‘Ik wilde ook beelden maken waarin ik mezelf kon verliezen’, legde hij de koerswijziging uit.

Twin Towers

Toevallig vertoefde hij ook op Cape Cod toen twee vliegtuigen zich op een zomerse ochtend in 2001 in de Twin Towers boorden. De torens die vroeger nog van pas waren gekomen als fiere achtergrond voor zijn straatfoto’s bevonden zich op wandelafstand van zijn appartement en Meyerowitz wilde er meteen naartoe. Het kostte hem heel wat overtuigingskracht om op de ‘crime scene’ zijn ding te mogen doen. ‘Maar ‘I was on fire again, als historicus, als stadsarchivaris en als fotograaf.’

Meer nog dan de foto’s van de vernielde gebouwen en de immense kranen vat die ene foto van enkele achtergelaten speelgoedautootjes - waaronder een ambulance - op de bestofte vloer van een kinderdagverblijf de tragiek samen. ‘Toen waren we onze onschuld definitief kwijt’, aldus de fotograaf, die zijn elan van meesterlijk stadschroniqueur meteen had teruggevonden.

Joel Meyerowitz - ‘Where I Find Myself’, nog tot 28 januari in de Botanique. www.botanique.be

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content