‘Hoe ouder het paard, hoe lekkerder’

©Heleen Peeters

Kan je van paarden houden en ze toch opeten? De fotografe Heleen Peeters vindt van wel en dat is niet gek. Haar opa stichtte Equinox, een paardenvleeshandel, haar oom en haar vader Michel leidden het bedrijf. Met die laatste reisde ze rond de wereld voor ‘Horse’, een fotoboek over paarden.

Heleen Peeters moet even nadenken, maar is dan wel redelijk zeker. ‘Ik ben 32’, zegt ze aan de telefoon. In ‘Horse’ schrijft de fotografe: ‘Ik ben een kind van de jaren negentig, opgegroeid met speelgoed van My Little Pony en films als ‘The Horse Whisperer’. Ik won geen populariteitsprijs met het feit dat mijn familie in de paardenvleesindustrie zat.’

Een half uur later zegt vader Michel Peeters, aan een andere telefoonlijn, dat er veel veranderd is sinds zijn vader Maurice in 1948 met vennoot Albert Meulemans Equinox oprichtte. Of sinds hij zelf in 1973 aan het roer kwam. ‘Paardenvlees en paardenslagerijen kwamen vooral negatief in het nieuws en veel supermarkten zijn daar gevoelig voor. Ngo’s of organisaties als GAIA maakten daar misbruik van. Wij zijn kwetsbaar. Paardenvlees is een nicheproduct. Een supermarkt weert dat makkelijker dan varkens- of rundsvlees.’

Bij kerst aten we paardenbiefstuk.
Heleen Peeters

De kritiek is onterecht, vinden ze beiden. ‘Paardenvlees is een sensibel onderwerp. Sommigen denken: als ik paardenvlees eet, is het alsof ik mijn kinderen opeet. Terwijl het een duurzaam product is. Paarden worden niet gekweekt voor consumptie. Ze zitten niet in hokken bij elkaar zoals varkens, koeien of kippen. Hoe ouder het paard wordt, hoe lekkerder het vlees. Eigenaars hebben er dus alle belang bij hun dier goed te verzorgen. Het is een natuurlijk zuiver product. Wat moet er dan gebeuren met oude paarden die doodgaan?’

©Heleen Peeters

‘Horse’ gaat niet over Equinox, maar het boek werd er wel geboren. Michel Peeters had al vroeg door dat zijn dochter Heleen nooit in het bedrijf zou terechtkomen. Zoon Tom was er enkele jaren IT’er. Ook Annelies, de zus van Heleen, werkte er een tijdje. Maar Heleen? Ze deed er alleen vakantiejobs: aan de band, stickertjes op pakjes met gerookt paardenvlees en paté kleven, inpakken, schoonmaken. ‘Heleen was altijd met tekenen en schilderen bezig. Toen ze over fotografie sprak, schrok ik wel. Natuurlijk vroeg ik of dat toekomst had. Maar ze was gedecideerd: ‘Als jullie me iets anders laten doen, laat ik me buizen.’’

In 2015 riepen Michel en zijn broer Paul hun kinderen samen. Ze wilden met pensioen. Wou iemand de zaak overnemen? ‘De vraag werd ook met bezorgdheid gesteld’, herinnert Heleen zich. ‘Ze wilden de volgende generatie niet opzadelen met een onzekere toekomst. Mijn neef Kristof zag het zitten en bij mezelf ontstond een idee. Ik ben fotografe. Paardenslachterijen staan schuw tegenover ons. Hoe langer ik wachtte, hoe moeilijker het zou zijn om contact te houden met die wereld.’

Vandaag stelt Equinox, dat begon in Anderlecht, later verhuisde naar Antwerpen en nu al 32 jaar in Wijnegem zit, 55 mensen tewerk. De omzet bedraagt zo’n 23 miljoen euro. De derde generatie van de familie Peeters staat aan het roer. Ze diversifieerde naar rundsvlees en bereide maaltijden, maar driekwart van de zaak blijft uit de verwerking van paardenvlees bestaan. Er is een fabriek in het Franse Carpentras. Slachten doet Equinox niet zelf, het koopt het vlees aan. ‘Paardenvlees is een nicheproduct’, zegt Michel. ‘In België zitten vier bedrijven in de business. Amper 2 procent van het vleesverbruik is paard.’

©Heleen Peeters

Kirgizië

We bladeren in haar boek, dat Heleen Peeters via crowdfunding vlot kon publiceren (al zegt vader: ‘Het boek maken duurde een jaar of vier, ik begon te vrezen dat het er niet zou komen.’) en dat een fotografische reis werd naar landen als Kirgizië, Argentinië, de Verenigde Staten, Canada, Frankrijk, Italië en Spanje. Op zoek naar waar paarden en hun vlees van belang zijn. Ook Kirgizië dus. ‘Dat wist ik zelf niet eens’, zegt Michel.

Zij had research gedaan en vertrok in 2016 naar het Centraal-Aziatische land. Daar is ruiter Manas een nationale held, paarden zijn er een vervoersmiddel en dus de ‘vleugels van mensen’, maar ze zijn er ook het nationaal gerecht. Toen Heleen er twee weken was, belde Michel om te horen hoe zijn dochter het stelde. ‘Toen ik hem vertelde over de grote paardenliefde daar en over een bruiloft waar ik paardenvlees at, vroeg hij: ‘Zou het storen als ik ook kom?’’ (lacht)

Ik won als kind geen populariteitsprijs met het feit dat mijn familie in de paardenvleesindustrie zat.
Heleen Peeters

‘Ik denk dat hij de telefoon neerlegde en meteen zijn ticket naar Bisjkek (de hoofdstad, red.) boekte. Sindsdien was het voor papa vanzelfsprekend dat hij ook op mijn andere reizen meeging. Wat handig bleek. Behalve in Kirgizië was hij in al die landen vaak geweest. Hij spreekt Italiaans, Frans en Spaans en het is een kleine sector. Ze kennen hem. Dat hielp om op veel plaatsen binnen te komen.’

Al in het derde middelbaar koos Heleen voor de fotografie. Niet noodzakelijk omdat een bepaalde foto of het werk van een andere fotograaf voor een vonk zorgde. Het was de liefde voor het beeld. Ze studeerde drie jaar fotografie aan het London College of Communication, een deel van de University of Arts. Haar masterdiploma haalde ze in Leiden. Zo kwam ze in Nederland terecht, waar de Vlaamse - die ook eigen projecten doet - werkt als fotoredacteur voor het NRC Handelsblad in Amsterdam.

©Heleen Peeters

Haar oog verlengde ze via haar camera in dit mooie werk: foto’s van paarden, beeldig werk van landschappen in Kirgizië, Argentinië, de States. Details in winkels van paardenvlees, imposante foto’s in slachterijen. ‘Behalve Frederik Buyckx, die op hetzelfde moment als ik in Kirgizië moet geweest zijn, ken ik geen fotografen die zich op paarden geconcentreerd hebben. Zelf bewonder ik vooral mensen met langlopende projecten. Willem Poelstra is zo iemand. Het levensverhaal van zijn moeder deed hem op reis naar Kosovo vertrekken. Een boek zoals zijn ‘for Hanna, Future Stories from the Past…’ is inspirerend.’

Peeters zelf vertrok vanuit het familiebedrijf, maar wil niet alleen een ‘paardenfotografe’ zijn. Haar vader wijst op iets. ‘Je moet Heleens website eens bekijken. Daar zie je haar project over aidswezen (‘Amandla/Awethu’ heet het project in Zuid-Afrika, waar ze een jaar uitwisselingsstudente was, red.). Dat zijn geen miseriefoto’s, helemaal niet. Zo vind ik ‘Horse’ evenmin shockerend. (lacht) Natuurlijk ken ik die wereld goed en misschien kijk ik er daardoor anders naar. Maar toch.’

Hoe tegen paarden werd en wordt aangekeken, was altijd cultureel bepaald. In 732 verbood paus Gregorius de Derde het eten van paardenvlees. In Kirgizië maken ze er geen probleem van, al moet je het zelf slachten. In de winkel vind je het amper. In Amerika kwam er een verbod op het slachten van paarden voor menselijke consumptie en zelfs in Argentinië, hét vleesland, wordt het eten van paardenvlees volgens Heleen als ‘barbaars’ beschouwd.

©Heleen Peeters

Wat gebeurt er met al die dode paarden van de gaucho’s? Ze voeren ze uit. ‘75 procent van het paardenvlees dat Equinox verwerkt, komt uit Argentinië’, zegt Michel. ‘De rest uit Canada en een beetje uit Europa. Tot 1970 lieten we ook in België paarden slachten, maar nadien niet meer. De laatste Belgische beenhouwerij die uitsluitend paardenvlees verkoopt, bevindt zich in Frameries, de rest is verdwenen.’

Het klopt wat in ‘Horse’ staat: googel ‘paardenslager’, en je vindt vooral artikels over het sluiten van de laatste paardenslager van een stad. Dinsdag nog getest, meteen een artikel van 10 december 2020: ‘De laatste paardenslager van Groningen stopt ermee: J. van Dijk houdt het na 72 jaar voor gezien.’ Daarin zegt slager Jan: ‘Er is geen opvolging en dit vak is niet meer van deze tijd.’

Heleen: ‘Het taboe is zeker groter dan vroeger. In mijn boek staat een essay van Sylvine Pickel-Chevalier (een Franse professor van de universiteit van Angers, red.), die de paardencultuur bestudeerde. Vroeger was het paard een landbouwdier, later werd het de vriend van de mens. Emotioneel ligt het dan lastig. Slager Ernste in Arnhem had wel opvolging en moest toch sluiten. Het probleem was dat de opvolgers geen lening bij de bank kregen. Blijkbaar vond de bank dat paardenvlees geen toekomst had. Italië is een uitzondering. In Parma heropende enkele jaren geleden een paardenslager in de winkel waar er al sinds 1881 een zat, maar die nadien jaren had gediend als opslagplaats voor een pizzeria.’

Bij kerst at de familie Peeters paardenbiefstuk. Peperroomsaus, groentjes erbij, patatjes. Misschien is ‘Horse’ wel het eerste pure fotoboek met daarin recepten en ingrediënten. Voor het Belgische ‘Schep’ (paardenstoofvlees met bier), de Franse ‘Pot-au-feu de cheval’, het Italiaanse ‘Pastissàde de cavàl’ en de Kirgizische ‘Beshbarmak’: ‘Snij het vlees in heel fijne reepjes en leg opzij. Kook nu de noedels in dezelfde bouillon tot ze beetgaar zijn en naar de oppervlakte drijven.’ Allemaal voor vier personen.

‘Als je mensen vraagt of ze paardenvlees eten, zeggen ze snel nee. Maar dan blijken ze wel gerookt paardenvlees te eten. Hoe verder van het dier, hoe makkelijker’, zegt Michel, die na het lezen van Heleens tekst een belangrijke correctie aanbracht. ‘Ik had geschreven dat in de supermarkten ook salami van paarden te vinden is, maar daar moest ik Boulogne van maken’, zegt ze. ‘Kijk maar op de verpakking. Ook in bitterballen en frikandellen zit het trouwens.’

Na de reizen die ze maakten voor de foto’s, reist het boek ‘Horse’ nu zelf de wereld rond. Equinox kocht er enkele om als relatiegeschenk naar klanten te sturen. In Heleens mailbox vallen nu berichten van beenhouwers binnen. ‘Een slager met een wat oudere zaak zag een deelname niet zitten. Hij voelde zich niet prettig als een fotograaf zijn werk zou vastleggen. Maar nu is hij ontroerd te zien dat een stukje folklore is bewaard. Hij geeft toe dat hij een beetje spijt heeft dat hij er niet in staat.’

Een andere vond de foto van een stalletje met vlees in Kirgizië waar vooraan een paardenkop ligt, hilarisch. En Michel? Vader houdt van alle foto’s van zijn dochter, maar - nog altijd onder de indruk van het land - misschien vooral van de beelden uit Kirgizië. Hij haalt er een uit. We zien twee vrouwen die buiten, in de sneeuw, in ijzeren schalen ingewanden wassen. ‘Ingewanden wassen is het vuilste werk, want laten we wel wezen: het is stront uit de darmen halen. Maar die twee vrouwen doen dat terwijl ze gieren van het lachen. Dat vind ik prachtig.’

‘Horse’ van Heleen Peeters is uitgegeven bij The Eriskay Connection, telt 208 bladzijden en kost 40 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud