portret

'Ik heb de tijd nooit begrepen'

Zwart-witbeelden van kunstenaars, bomen en koeien, kriskras door elkaar. Het fotografiemuseum in Charleroi toont het werk van Marc Trivier zoals het is: zonder anekdotiek, pretentie en poespas.

De discretie en het ambacht waarmee de Waalse fotograaf Marc Trivier al bijna veertig jaar zijn vak beoefent, zijn een verademing in dit selfietijdperk. In Charleroi bleef hij zelfs weg op de perspresentatie. Zijn werk was af, luidde het.

Daar komt bij dat de man sowieso al niet vaak tentoonstelt. Zijn recentste grote expo vond plaats in 2011 in het Maison Européenne de la Photographie in Parijs. Daardoor blijven zijn foto’s hun enigmatische zelf.

Ergens staat op een expowand in Charleroi geschreven dat Trivier geboren is in 1960 in België. Daar moet de bezoeker het mee doen. De biografische info in Photographies (2), het fraaie fotoboek dat naar aanleiding van de nieuwe tentoonstelling verschijnt, is zo mogelijk nog meer summier. De foto’s, stuk voor stuk met herkenbare zwarte buitenrand, mogen ademen tussen veel witruimte.

Een portret maken is de naam met het gezicht versmelten.
marc trivier
fotograaf

Trivier werd bekend door de kunstenaarsportretten die hij vanaf 1979 met de regelmaat van de klok nam. Steeds volgens hetzelfde principe, met de oude Rolleiflex van zijn vader en een driepoot bezocht hij kunstenaars, schrijvers en filosofen die hij zelf bewonderde.

Hij vroeg hen plaats te nemen op een stoel, vaak in werktenue, en recht in de lens te kijken. Léo Ferré, Samuel Beckett, Michel Foucault, Willem de Kooning, Andy Warhol, collega Robert Frank: hij kreeg hen de voorbije veertig jaar allemaal voor zijn lens.

Precies omdat ze haast allemaal een zekere leeftijd hebben en hen gevraagd werd stil te zitten, zie je hen niet zozeer als kunstenaars, maar als mensen uit één stuk, met een lijf en een gelaat dat verteerd is door de tijd, en daardoor ook breekbaar. ‘Een portret maken, dat is de naam met het gezicht versmelten’, zei hij daar ooit over.

Rond de tijd dat Trivier in de weer was met zijn kunstenaarsportretten, raakte hij in de ban van wat er in slachthuizen gebeurde. In de fotografische neerslag van zijn bezoeken aan de abattoirs van Hannuit en Anderlecht zie je zowel de beesten als de haken waaraan ze tot karkas verwerkt worden.

KORT
  • De Waalse fotograaf Marc Trivier hult zijn leven in raadselen.
  • Hij fotografeert zowel kunstenaars als landschappen.
  • De tentoonstelling in Charleroi mengt de thema’s van Trivier door elkaar.
  • De rode draad is het gebruik van het licht.

Dat klinkt luguber, maar tussen de kunstenaars, de geesteszieken en de bomen, andere geliefkoosde thema’s die Trivier vanaf de jaren 1980 consequent aanpakte, zeggen ze vooral iets over het leven zelf. De afstand die de fotograaf behoudt, abstraheert, maar doet ons tegelijk beter kijken. Navenant duiken er formele gelijkenissen op, vooral qua lichtinval en volume.

Beestenlijven en karkassen

Voor Trivier was het van meet af aan duidelijk dat zowel de expo als het boek zich niet in een chronologie zou laten vatten. Op het eerste gezicht staan de landschappen met eiken en kerselaars, de beestenlijven en karkassen, de zwakbegaafden en kunstenaars kriskras door elkaar.

De kunstschilderaar Frank Auerbach. Londen, 2015. ©Marc Trivier

Maar wie beter kijkt, maakt instinctief dezelfde associaties als Trivier. ‘La lumière et les choses’ heet de expo, omdat licht de essentie is van de fotografie, en hier ook de (volg)orde van de werken bepaalde.

Museumdirecteur Xavier Cannone wijst op een ‘drieluik’ met een lijvige geesteszieke, een corpulente boom een en een forse stier. Elders zien we de zon op dezelfde manier door de takken van een boom priemen als op de tafel van de Engelse schilder-schrijver John Berger vallen.

Of hangt er eenzelfde waas van licht over pas geslachte varkens en een keukenschap, alsof de fotograaf de verschillen tussen zijn beelden - dode beesten naast een huiselijk tafereel - probeert op te heffen.

Contactbladen

De fotografie toont volgens Trivier alleen de oppervlakte. De rest ontstaat in het hoofd van de kijker. Het is een pretentieloze opvatting die niet in strijd hoeft te zijn met de liefde voor het ambacht.

©Marc Trivier

Want om te tonen wat zich aan de oppervlakte afspeelt, gaat de fotograaf uiterst zorgvuldig en authentiek te werk. Hij is zijn foto’s ook altijd blijven afdrukken op hoogwaardig barietpapier van Ilford. De kaders, uit inox, maakt hij zelf. Is er al die jaren dan niets veranderd? Toch wel, de voorbije jaren presenteert hij zijn foto’s steeds vaker per vier, of per acht, als contactbladen. Daarmee geeft hij de indruk een verhaal te willen vertellen, maar ook hier wordt angstvallig elke vorm van anekdotiek gemeden.

De fotonegatieven die hij met behulp van een rudimentaire Kodak Box maakt, ademen veeleer nostalgie uit naar een verloren pre-digitaal tijdperk, toen zijn vader nog oude filmrollen voor hem projecteerde.

Tegelijk lijkt het alsof hij nog eens wil benadrukken dat fotograferen bij hem niet draait om een moment décisif, maar om een soort ontsluiting van de tijd, die niet in één moment te vatten valt, maar verglijdt, als het ware vloeibaar is. ‘De tijd, ik heb haar nooit begrepen, niet op wat ze gelijkt, noch wat ze is’, legt hij uit in een korte persmemo. Maar haar vloeibaarheid weet de fotograaf op deze nieuwe expo meer dan ooit te evoceren.

Marc Trivier, ‘La lumière et les choses’, tot 22 april 2018 in het fotografiemuseum in Charleroi.

Marc Trivier - Photographies (2) - 360 blz., Bruits Editions, 2017.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content