interview

‘Ik heb feedback nodig, ook al ben ik een einzelgänger'

©Stefaan Temmerman

Voor fotograaf Dirk Braeckman moeten dingen niet zichtbaar zijn om ze te voelen. De komende zes maanden maakt hij dat tastbaar op de Biënnale van Venetië. ‘Alleen het afgedrukte beeld telt.’

Of hij ook zonder pet wil poseren, vraagt onze fotograaf. Dirk Braeckman (58) schudt het hoofd. ‘Dat doe ik niet graag’, zegt hij vriendelijk maar gedecideerd. Al zijn hele leven maakt hij zo ook kunst: zonder compromissen.

Braeckman laat zich niet makkelijk omschrijven. Fotograferende schilder komt misschien nog het dichtst in de buurt. Hij maakt een opname om die daarna - soms jaren later - intensief te bewerken in zijn donkere kamer. Uren aan een stuk, bij voorkeur ’s nachts, in zijn eentje. Het heeft hem de reputatie van nachtmens opgeleverd. ‘Ach ja, dat is deels genetisch bepaald. Mijn vader was ook zo.’

Fotograferen over komt me. Ik loop rond en doe ideeën op.

Braeckman is ook de schilder van de introspectie en het stilleven. Hij vergroot het detail uit en neemt de toeschouwer mee op zijn tocht. Geen vragen stellen, maar ondergaan en voelen. Maar Braeckman wil niet als een wat zweverige kunstenaar worden neergezet. ‘Ik ben niet wereldvreemd, hoor. Ik lees veel over politiek, economie en wetenschap. Onderhuids zit dat allemaal in mijn werk.’

Een jaar geleden werden Braeckman en zijn curator Eva Wittocx van Museum M in Leuven uitverkoren om ons land te vertegenwoordigen op de Biënnale van Venetië. Twee weken voor de opening van de tweejaarlijkse hoogmis van de hedendaagse kunst zijn Braeckman en Wittocx weer even in het land. Van stress is weinig sprake als we hen ontmoeten in Braeckmans atelier in Gent. De tentoonstelling is klaar. Al is dat relatief.

BIO

Dirk Braeckman (58) is geboren in Eeklo. Na zijn studies aan de Academie in Gent begon hij in 1981 als portretfotograaf, waarna hij overschakelde op stillevens en binnenruimtes. In 2005 won hij de Cultuurprijs voor Beeldende Kunst van de Vlaamse Gemeenschap. In 2011 kreeg hij een grote overzichtstentoonstelling in Museum M in Leuven. Vanaf 13 mei vertegenwoordigt hij ons land op de Biënnale van Venetië. Hij haalde het in de selectie van Michaël Borremans, Philippe Van Snick, Ria Pacquée (e.a.) en Jan Van Imschoot.

‘Ik ben de man van het laatste moment. Vlak voor de opening kan ik nog alles door elkaar gooien. Ik ga door tot het niet meer kan. Ik ben gelukkig omringd door een goede equipe die me in het gareel houdt. Anders was er miserie van gekomen, zeg ik nu met enige zin voor overdrijving. Maar ik ben wel blij dat we op schema zitten. We hebben de afgelopen weken alle werken geïnstalleerd. Nu zijn ze in afwachting van de opening weer van de muur gehaald. Tot dan hebben we tijd om na te denken en misschien nog wat te veranderen.’

Braeckman toont in Venetië een mix van oude en nieuwe fotografische kunstwerken. ‘We dachten eerst enkel nieuw werk te tonen. Maar daar zijn we van afgestapt. Uiteindelijk zal 95 procent van de bezoekers nog nooit iets van mijn kunst hebben gezien. Met de combinatie van oud en nieuw werk geef ik ook aan waar bij mij om gaat: continuïteit en evolutie. Je kan mijn oeuvre niet onderverdelen in thema’s of bepaalde periodes. Ik zie het als één groot werk. Het gaat om een voortdurende stroom van beelden.’

De fotografie van Braeckman omschrijven is een heikele aangelegenheid. Hij is er meestal niet erg gelukkig mee. ‘De meeste journalisten geraken niet verder dan formalistisch omschrijven wat ze zien: grote foto’s, zwart-wit. Groezelig en flou, hoor ik vaak. De fotograaf van de lege ruimtes, van de gordijnen. Maar zelden gaat het over het gevoel dat ze oproepen. Terwijl het daar net om gaat.’

U maakt het de kijker ook niet gemakkelijk. Uw foto’s hebben geen titels. U weigert ze ook te duiden.
Braeckman: ‘Dat klopt. Alleen het afgedrukte beeld telt. Waarom moet je daar dan nog iets over vertellen? Je ziet het toch? Toen ik lang geleden mijn allereerste werk verkocht, heb ik dat persoonlijk aan de verzamelaar afgegeven. Op zijn verzoek vertelde ik het verhaal van de opname van de foto. Toen zei die verzamelaar: ‘Ik vind het spijtig dat ik dat weet. Ik zal nooit meer onbevangen naar het werk kunnen kijken. Het verhaal duwt me in een bepaalde richting.’ Dat ben ik nooit vergeten.’

Uw foto’s roepen een gevoel van eenzaamheid op. Of is dat ook een cliché?
Braeckman: ‘Goh ja. Ik heb dat al zo vaak gehoord. Mensen vragen: ‘Dirk, ben je echt zo eenzaam?’ Of: ‘Je bent toch niet depressief?’ Het antwoord is nee. Of toch niet vaker dan iemand anders.’

Is melancholie een beter woord?
Braeckman: ‘Misschien. Melancholie is een sterk gevoel. Ik denk dat veel mensen dat herkennen in mijn werk.’

©Dirk Braeckman / Courtesy of Zeno X Gallery, Antwerp

Als we toch even formeel naar uw beelden mogen kijken. U fotografeert vaak lege ruimtes, maar net zo goed vrouwelijk naakt. Hoe verbindt u die twee?
Braeckman: ‘Als jonge fotograaf ben je op zoek naar onderwerpen. In het begin zijn dat vaak zaken of mensen die dicht bij je staan. Portretten van vrienden en vriendinnen hoorden daarbij. Mijn werk is daar wel wat van weg geëvolueerd, maar ik ben er nooit mee gestopt. Als het beeld juist is, gebruik ik het.’

‘Mijn naakten zijn geen portretten. Je ziet zelden een gezicht. Mijn lege ruimtes zijn ook niet leeg voor mij. Ik voel in die foto’s net veel aanwezigheid. De cadrage bepaalt je beeld. Wat daarbuiten valt, zie je niet. Maar het is er wel. Eigenlijk is dat de essentie van mijn werk. De situatie in een beeld vangen zonder dat de situatie op de foto staat. Moet iets zichtbaar zijn om het te kunnen voelen? Voor mij niet.’

Terug naar Venetië. Houdt u van de stad?
Braeckman: ‘Het is een fantastische stad maar ik zou er niet kunnen wonen. Ik mis de realiteit. Het lijkt alsof je voortdurend in een decor rondloopt.’

De stad heeft u niet geïnspireerd tot nieuw werk voor de Biënnale?
Braeckman: ‘Mijn uitverkiezing op zich heeft me geïnspireerd. De voorbije maanden ben ik geregeld in Venetië geweest en heb ik er - zoals ik altijd doe - opnames gemaak van zaken rondom mij. Maar ik ben niet met de context van de stad of de Biënnale aan de slag gegaan. Ik doe dat trouwens nooit, fotograferen op een specifiek gekozen plek.’

‘Fotograferen overkomt me. Ik zoek nooit naar onderwerpen. Ik loop rond en doe ideeën op. De opname is ook maar de eerste stap in het proces. Daarna ga ik in de donkere kamer prints maken. Daar wordt het kunstwerk gecreëerd. Vaak laat ik negatieven jaren liggen voor ik er iets mee doe. Mijn foto’s zijn nooit gedateerd op opnamedatum. Wel op printdatum.’

Veel grote kunstenaars zijn u in het Belgisch paviljoen voorgegaan. Krijgt u daar een kick van?
Braeckman: ‘Ik ben gewoon heel blij. De timing is juist, in het midden van mijn carrière. Tien jaar geleden was het moeilijker geweest. Toen was ik er nog niet klaar voor, denk ik. Ik kamp constant met twijfels. Ik zeg niet dat ik nu zelfverzekerd ben, maar toch zelfverzekerder. De twijfel is draaglijker. Daarom ben ik beter in staat om met een team samen te werken.’

Ik wil de situatie niet veranderen, ik wil erin opgaan. De concurrentie onder kunstenaars wordt ferm onderschat.

U wilt gewoon zeggen dat u wat aangenamer bent geworden voor uw medewerkers...
Braeckman: ‘Dat zou heel goed kunnen, ja. (denkt na) Ik ben er wel zeker van. Ik heb lang alleen gewerkt. Ik vond het moeilijk mensen toe te laten in mijn werkproces.’

Hoe belangrijk is Eva als curator voor u?
Braeckman: ‘Ik heb feedback nodig, ook al ben ik een einzelgänger. Maar uiteindelijk moet ik zelf beslissen.’

Wittocx: ‘Dirk is een kunstenaar die oprecht geïnteresseerd is in dialoog. Ik ken er anderen die alleen pro forma luisteren.’

Braeckman: ‘Ik sta emotioneel heel dicht bij mijn werk, zowel tijdens de opname als in de donkere kamer. Daarom is het goed dat je daarover kan praten met iemand die er wat verder van af staat. Horen twee foto’s op de expo bij elkaar of niet? Ik ben niet altijd de beste om dat te beoordelen.’

Is de Biënnale een competitie onder de kunstenaars?
Braeckman: ‘Niet alleen daar. De concurrentie onder kunstenaars wordt ferm onderschat. Er is niets mis mee. Ik vind dat stimulerend.’

Wittocx: ‘Die concurrentiestrijd was er toch vooral in de selectieprocedure, waar we in de laatste ronde met vijf in competitie waren. In Venetië is het zaak zo veel mogelijk bezoekers te lokken. Sommige landen zijn daar zo erg mee bezig dat ze weinig bezoekers binnenlaten waardoor snel wachtrijen ontstaan. Iedereen denkt dan: ‘Ah, dat moet daar geweldig zijn.’ Maar ook wij voeren campagne om internationaal bezoekers te lokken.’

©Dirk Braeckman / Courtesy of Zeno X Gallery, Antwerp

Braeckman: ‘Daar moet ik me gelukkig allemaal niets van aantrekken. Waarmee ik niet wil zeggen dat we geen efforts hebben gedaan om de opstelling in het paviljoen zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Een tentoonstelling is meer dan wat beelden op een rij. Je moet het als toeschouwer fysiek ervaren. Daarom heb ik het moeilijk om reproducties te tonen in boeken en websites. Mensen zeggen me wel eens: ‘Nu we je werk in het echt hebben gezien, begrijpen we je oeuvre.’ Dat gevoel betracht ik met een tentoonstelling.’

Is kunstenaar het fijnste beroep ter wereld?
Braeckman: ‘Dat wordt flink overschat. Het romantische beeld van de kunstenaar die alleen aan kunst moet denken, klopt niet. Soms heb ik het zo druk dat ik me afvraag wanneer ik nog eens in mijn atelier kan zijn. Nee, jong, het is keihard. Je bent met iets bezig dat zeer persoonlijk is. Bovendien zijn kunstenaars vaak heel gevoelige mensen. Als je met je werk naar buiten komt, zeker in een groot circuit, stel je je heel kwetsbaar op. Dan krijg je wel eens mokerslagen. Ik ook. Dan moet je de kracht vinden weer op te staan en verder te doen, ondanks alle twijfel.’

Wanneer wist u dat u kunstenaar wilde worden?
Braeckman: ‘Van toen ik een jaar of tien was. Mijn ouders kenden niets van kunst, maar ze hadden vrienden die kunst verzamelden. Zo ben ik in de kunstwereld terechtgekomen. Mijn vader had een sigarenfabriek. Dat is totaal iets anders, hè. Ik heb vaak ’s nachts bandjes rond de sigaren gedraaid. Voor mijn drinkgeld.’

‘Mijn ouders hebben me altijd gesteund. Voor hen was het goed dat ik kunstenaar wilde worden, ook al was die keuze deels een daad van rebellie. Maar elke puber zet zich af tegen zijn omgeving. Mijn ouders zijn nog altijd mijn grootste fans.’

‘Eigenlijk wilde ik schilder worden. Maar iemand raadde me aan eerst fotografie te studeren. Schilders baseerden zich toen steeds vaker op foto’s, vandaar. Ik ben bij de fotografie blijven hangen.’

©Stefaan Temmerman

Hebt u ooit een gewone job gehad?
Braeckman: ‘Nee. In de fotografie zijn er veel jobkes om in je levensonderhoud te voorzien. Ik ben niet te beroerd om toe te geven dat ik dingen heb gedaan enkel en alleen voor het geld. Ik moest wel. Commerciële dingen. Of trouwreportages. Zeker vijftig. Het rare is dat mensen me nu soms nog vragen of ik hun trouwalbum wil signeren. Echt maf. Ik doe dat niet. Dat behoort niet echt tot mijn kunst, hè. Waarom vragen ze dat? Omdat ze nog een emotionele band hebben met hun trouwfeest, misschien. Of omdat hun album door mijn handtekening geld waard is...’

‘Ik ben ook nog stagiair reportagefotograaf geweest bij De Morgen. Dat lag me totaal niet. Ik ging te veel op in de situatie. In die mate dat de journalist vaak moest zeggen: ‘Dirk, neem eens een foto. Daarvoor ben je hier.’ Reportagefotografie is me te voyeuristisch. Ik ben daar te verlegen voor. Ik wil opgaan in de situatie, terwijl fotografie vaak de situatie verandert. Daarom zal je je me nooit met een grote camera zien rondlopen. Dat beïnvloedt de omgeving al.’

Stel dat The New York Times u vraagt een fotoreportage te maken over...
Braeckman: (beslist) ‘Nee, nee. Ik heb die voorstellen al gehad. Ik doe het alleen als ze onvoorwaardelijk publiceren wat ik hun voorleg. Een reportage is heel subjectief, hè. Maar daar moet men wel voor openstaan.’

‘Bij de twintigste verjaardag van de val van de Berlijnse Muur deed The New York Times een oproep voor beelden van die gebeurtenis. Ik had die. Ik was in Berlijn in 1989. Mijn toenmalige vriendin zei: ‘Dirk, stuur die beelden op.’ Ik heb het niet gedaan. Ooit wil ik er zelf iets mee doen.’

De concurrentie onder kunstenaars wordt ferm onderschat.

‘Mijn archief zit vol ongeprinte negatieven. Nu ik erover nadenk, ik heb nog iets dat The New York Times kan boeien. Begin jaren negentig heb ik een tijd in New York gewoond. Ik heb daar het nachtleven vastgelegd. Onlangs heb ik de scans nog eens bekeken. Dat is echt wel een tijdsdocument.’

The New York Times wil daar vast 100.000 dollar voor betalen. Geeft u de negatieven echt niet?
Braeckman: ‘Nee! Als ik er een fotoboek van heb gemaakt, dan mogen ze daar iets over schrijven.’

Wanneer is de Biënnale van Venetië voor u geslaagd?
Braeckman: ‘Ik ben al tevreden dat ik mag tentoonstellen.’

Wittocx: ‘Ik leg de lat toch hoger. Er moeten nieuwe voorstellen voor tentoonstellingen uit voortvloeien. Het zou een lichte teleurstelling zijn als we na afloop weer hoofdzakelijk in België moeten tentoonstellen. We mikken voor nieuwe projecten intensiever op het buitenland.’

Wat gebeurt er met de nieuwe foto’s van de Biënnale?
Braeckman: ‘Ze zijn beschikbaar voor collecties, via mijn galerie Zeno X. Er zijn nu al verzamelaars die vragen om ze te kunnen kopen. Maar vraag me geen bedragen. Die ken ik wel, maar verklap ik niet.’ (lacht)

De Biënnale van Venetië loopt van 13 mei tot 26 november.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content