‘Ik voel me een gevangene van mijn mooie meisjes'

©olivier polet

De Britse fotograaf David Hamilton werd wereldberoemd met zijn wazige, softerotische foto’s van tienermeisjes. ‘We leefden in onschuldige tijden. Nu zou ik ze niet meer kunnen maken.’

David Hamilton is 83 intussen. Een beetje mankend, een hoorapparaat, maar verder nog best patent. Tijdens een lunch in restaurant L’Opera in Waterloo, waar nog tot eind deze maand een kleine expo van hem loopt, is hij zich erg bewust van de taboesfeer die rond zijn werk hangt. Niet rond zijn landschappen, portretten en stillevens, maar rond zijn blotemeisjesfoto’s. De korrelige pastelkleuren en de romantische waas geven ze iets dromerigs. Al hebben ze vandaag ook iets ongemakkelijks. De modellen zijn piepjong, tussen 13 en 16 jaar.

‘Ik begrijp je ongemak’, zegt Hamilton minzaam. ‘Je ogen zijn vertroebeld door het tijdperk waarin we leven. Blote meisjes zijn taboe. Toen ik de foto’s in de jaren zeventig en tachtig maakte, nam niemand er aanstoot aan. We leefden in onschuldige tijden. Mijn foto’s zijn daar een afspiegeling van, extra geaccentueerd door de onschuld van een prille tiener. De wereld veranderde in de jaren negentig, vooral door het internet. We zijn van de ‘age of innocence’ naar de ‘age of vulgarity’ gegaan. Ik zou nu nooit meer kunnen doen wat ik toen deed. Te veel schandalen, ongetwijfeld.’

‘Terwijl ik natuurlijk lang niet de enige kunstenaar ben die jonge meisjes adoreert. Ken je de Franse schilder Balthus? Hij schilderde in de 20ste eeuw jonge meisjes zoals ik hen fotografeerde. In de literatuur heb je hetzelfde fenomeen. ‘Lolita’ van Vladimir Nabokov is het bekendste voorbeeld. Het thema van de jonge vrouw loopt als een rode draad door de kunstgeschiedenis. Op het ene moment kan de maatschappij daar beter mee om dan het andere.’

Geen heimwee

Hamilton mag dan de tachtig gepasseerd zijn, hij zit nog vol plannen. Om die te stroomlijnen richtte hij enkele weken geleden de David Hamilton Foundation op, met hoofdzetel in Elsene. Een vreemde locatie voor een Brit die afwisselend in Parijs en Saint-Tropez woont. ‘In Frankrijk is de administratieve rompslomp voor een stichting veel groter’, zegt hij pragmatisch. ‘Maar ik ken jullie land goed. Ik ben met een Belgische getrouwd geweest. Gertrude, ze was een van mijn modellen. Maar we zijn pas getrouwd toen ze twintig was. (lachje) Ik was niet zoals Castro of Picasso, die met een 14-jarige trouwden.’

‘De stichting zal Davids nalatenschap beheren’, zegt Anthony Bochon, secretaris van de David Hamilton Foundation. ‘We gaan tentoonstellingen organiseren, in november komt er een grote in Namen. We nemen het beheer van de boekenuitgaven in handen. En gaan we Davids werk online ontsluiten. Er is nog geen David Hamilton-website, dat kan natuurlijk niet.’ ‘En er komt een documentaire over mijn leven’, vult Hamilton aan.

Het gesprek wordt onderbroken door een vrouw van middelbare leeftijd die een handtekening vraagt. Kan Hamilton zich met zijn kennersoog inbeelden hoe ze eruitzag toen ze 14 was, vragen we hem. Hij schudt het hoofd. ‘Ze is wel een mooie vrouw, maar geen model. Haar ogen staan te dicht bij elkaar.’

Hamilton fotografeert nog altijd, maar geen meisjes meer. ‘Ik ben te oud geworden om nog achter hen aan te rennen. Ik concentreer me op landschappen. In Venetië fotografeer ik graag. Ik ben onlangs voor een fotoreeks door Montenegro getrokken. Mooi land. Maar wie heeft er ooit van gehoord? Of van mijn landschapsfotografie in het algemeen? Ik ben een gevangene van mijn mooie jonge meisjes. Daarover wil iedereen praten.’

Hamilton zegt het zonder verbittering. Heimwee naar het verleden heeft hij trouwens niet, al herhaalt hij een paar keer dat hij een fantastisch leven heeft gehad. Na een paar echtscheidingen leeft hij zijn leven zonder vrouwen. ‘Eenzaamheid is mijn luxeproduct. Ik kan niet meer tegen de drukte. Het is goed geweest. Ik heb geen kinderen, nee. Nooit gewild.’

Hamiltons liefde voor het fotograferen van pubermeisjes ontstond in SaintTropez. In 1962 kocht hij een huis in het vlakbij gelegen Ramatuelle. De natuur, het licht en de naaktstranden deden het vuur in hem ontbranden. ‘Het was een obsessie. Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik vreselijk werd aangetrokken door jonge meisjes. Hun onschuld, hun schoonheid.’ Als we opperen dat vrouwen van 25 ook nog onschuldig kunnen zijn, antwoordt hij kurkdroog: ‘Oh ja? Ik heb er nooit één ontmoet.’

Of hij een beetje verliefd was op zijn modellen? ‘Ik vermoed van wel’, zegt Hamilton schouderophalend. Of hij nooit te ver is gegaan? ‘Het was soms op het randje, maar ik heb een zuiver geweten’, klinkt het resoluut. ‘De meisjes hadden de tijd van hun leven. Ik werkte een paar jaar met hen. We reisden de wereld rond, naar exotische plekken om foto’s te maken. Iedereen was medeplichtig aan het leven dat we leidden: mijn vrouw, ik, de meisjes. Jaloezie bestond niet. Op hun 16de stopte het. Ze kregen een vriendje, de school werd belangrijk, ze hadden er geen zin meer in. Hun onschuld was weg. Het afscheid viel me nooit zwaar, want er kwamen altijd andere meisjes. Ze stonden aan te schuiven om door mij gefotografeerd te worden.’

Zijn modellen vond Hamilton op het strand of op straat. ‘Ik sprak hen gewoon aan als ze me bevielen. De juiste beenderstructuur was mijn belangrijkste criterium. In het begin moest ik daarvoor iets overwinnen. Maar dat gevoel verdween snel. De meesten zeiden direct ja. Daarna praatte ik met hun ouders. Als die hun toestemming gaven, stelden we een contract op. Er werd nooit een foto gemaakt zonder waterdicht contract. De meeste meisjes kwamen uit Denemarken en Zweden. In Scandinavië kennen ze geen taboes. Maar ook uit België kwamen ze.’

‘Er zijn er zoveel geweest’, mijmert hij. ‘Uit Engeland veel minder. Daar deden ze altijd moeilijk. Of de meisjes, of de ouders. Altijd wat.’

Leonard Cohen

Hamilton werd pas fotograaf na wat omzwervingen. In de Tweede Wereldoorlog werd hij ‘geëvacueerd’ van Londen naar het platteland van Dorset. Op zijn twintigste ruilde hij Engeland in voor Parijs, waar hij vormgever werd bij het magazine Elle. Later werd hij art director van het Londense blad Queens. Omdat hij meer van Parijs hield, keerde hij terug om de vormgeving van het warenhuis Printemps te verzorgen. Daar begon hij te fotograferen.

Hamilton publiceerde zijn eerste fotoboek, ‘Rêves de jeunes filles’, in 1971. De rode draad was ‘Suzanne’ van Leonard Cohen, waarvan de tekst diende als onderschriften. De romantiek en de dromerigheid van de song pasten perfect bij Hamiltons softerotische foto’s. Het boek werd een megasucces en maakte van Hamilton definitief een beroepsfotograaf.

Een opleiding heeft hij nooit gehad. ‘Ik heb met scha en schande het vak geleerd. Ik weet nog goed dat mijn eerste foto’s een fiasco waren. De filmpjes zaten niet goed in het toestel. Die dagen... Ik was een fotograaf pur sang. Ik klikte. De afwerking liet ik aan anderen over. Ik werkte altijd met daglicht. Daardoor zijn mijn foto’s zo natuurlijk.’ Hamilton draaide ook enkele films die voortborduurden op de thematiek van zijn foto’s. ‘Bilitis’ uit 1977 is de bekendste. ‘Had je poster van die film op je kamer hangen?’, vraagt hij. ‘Ik niet, mijn broer wel’, antwoord ik naar waarheid. Hamilton lacht smakelijk.

Net voor het dessert komt opnieuw een vrouw een handtekening vragen. Of Hamilton niet soms droomt van een reünie met zijn modellen van toen, vragen we. Hij schudt het hoofd. ‘Hoe oud zijn ze nu? Vijftig, zestig? Ze kunnen hun foto’s laten zien aan hun kinderen. Als aandenken aan de tijd van de onschuld, een tijd die hun kinderen nooit zullen meemaken.’

David Hamilton exposeert tot 29 mei in restaurant L’Opera, Tervurensesteenweg 178, Waterloo.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content